Een keuze (10)

Noor Mertens
Nicolette Klerk, TRANSFORM A UNIFORM

Auteur Noor Mertens noemt de Kunstvlaai ‘een oerwoud van goede bedoelingen’, waar echt interessante werken helaas maar met moeite te vinden zijn. Toch is het haar gelukt er drie te vinden die het vermelden waard zijn.

De Kunstvlaai lijkt dit jaar vooral een jungle met middelmatigheid als troef. Mogelijk goede ideeën zijn in het getoonde werk niet uitgekristalliseerd. Sommige kunstenaars formuleren niet helder, bij anderen spelen te hoge pretenties een rol. Slechts een enkeling stijgt met zijn werk uit boven dit oerwoud van goede bedoelingen:

Nicolette Klerk, Transform a Uniform
Stichting Safe, Dalfsen

Nicolette Klerk maakte in Transform a Uniform achttien verschillende aanpassingen op een wit ziekenhuisuniform, die zowel in een geregistreerde performance, als tweedimensionaal aan de wand en op een lange tafel worden getoond. Ze presenteert de aanpassingen als felgekleurde vlakken op een uniform dat uit nog losse patroondelen bestaat. Volgens Klerk, die zowel mode als autonoom werk maakt, zou het de basis vormen voor een nieuw te ontwikkelen collectie, maar de schematische weergave maakt de kleurvlakken ook tot een elementaire beeldtaal. De performance, uitgevoerd op de opening van een groepstentoonstelling over – vreemd genoeg – hedendaagse figuratieve kunst in Stichting Safe, is zorgvuldig en eenvoudig. Een bewegingsloos meisje wordt als een patiënt op een brancard ontkleed, en bij elke lap stof die netjes wordt omgeslagen, verschijnt een nieuwe lap met andere kleurvlakken, als een nieuwe interpretatie op het standaard uniform. Niet het uiteindelijke resultaat van deze aanpassingen intrigeert -want dat krijgen we niet te zien – maar de wijze waarop Klerk het ’tussenproces’ van origineel en verandering verbeeldt.

Wu Junyong
Sino and European Culture Interaction Foundation

Een grijze achtergrond vormt het summiere decor waartegen Wu Junyong zijn figuren geïsoleerd afzet. In Flash-animaties schept hij met eenvoudige vormen en een beperkt kleurenarsenaal een beklemmende sfeer. Steeds voeren dezelfde mannelijke karakters met een rode puntmuts – soms in een monotone kleur gekleed, soms naakt – eenvoudige handelingen uit. Sommigen wuiven als toreadors met rode vlaggen, anderen zijn omsingeld door vissen die uit het water omhoog springen, alsof de karakters zich op eilandjes bevinden. Hij legt menselijke gedragingen in een sociale omgeving bloot, zoals ijdelheid en onderdanigheid. De cynische ondertoon maakt het werk niet té poëtisch. Zelf zegt Wu Junyong erover in Artzine: ‘I care about the surface of our daily lives most; it’s like the greasy dirt floating on the water.’ Hoewel zijn naam in Nederland geen bel doet rinkelen, is hij op de internationale kunstmarkt al opgemerkt.

Judith de Leeuw, A Journey through fluctuating currency
Sandberg Instituut, Amsterdam

In A Journey through fluctuating currency wisselen onbestemd gekleurde natuurlandschappen, met hier en daar een opkijkend dier, elkaar af. Het blijken oorspronkelijk afbeeldingen van bankbiljetten te zijn, wat de enigszins verschoten kleur verklaart. Hoewel op veel biljetten gebouwen of roemruchte mensen zijn weergegeven, is de ongerepte natuur ook een terugkerend thema. Judith de Leeuw koppelt deze beelden aan onverstaanbare stemmen, die, als je goed luistert, flarden van beursberichten uitspreken. Het vreemde samengaan van geld en ongerepte natuur, die weinig met elkaar gemeen hebben en elkaar eerder tegenwerken dan tegemoet komen, legt ze treffend bloot in deze audiovisuele installatie.

Stichting Safe
Raadhuisstraat, brede trap, Dalfsen
www.safe-art.nl

Sandberg Instituut
Fred Roeskestraat 98, Amsterdam
www.sandberg.nl

Judith de Leeuw, A JOURNEY THROUGH FLUCTUATING CURRENCY

Een keuze (9)

Wytske Visser
Arik Visser

Een opening is vaak zo’n dol gebeuren dat de kunstwerken waar het om draait, vergeten lijken te worden. Op de Kunstvlaai was dat niet het geval. Sommige werken waren zelfs alleen op de opening te zien. Auteur Wytske Visser maakte een keuze uit het aanbod.

Merel van ’t Hullenaar, Niels Vis, Simultaan: +19′ 29″ GMT
Hotel Mariakapel, Hoorn
Hotel Mariakapel is een van de instellingen die er voor heeft gekozen zich vooral op de opening nadrukkelijk te presenteren. Naast het wandelpad van de Zuiveringshal naar de Gashouder is een tentdoek gespannen boven een tafel met een aantal zitplekken. Kunstenaars Niels Vis (1980) en Merel van ’t Hullenaar (1977) berekenen daar de exacte tijd van je woonplek. Het project Simultaan: +19′ 29″ GMT is een vervolg op hun deelname aan Kunstvlaai 5. Toen presenteerden zij 1 MonumentaaN, een lijn van oost naar west. Voor Kunstvlaai 7 markeerden de kunstenaars een lijn van noord naar zuid, waarop het 19 minuten en 29 seconden later is dan de ‘Greenwichtijd’. Een tijdzone is namelijk niet zo strak als het lijkt; eigenlijk is het in Rotterdam vroeger dan in Amsterdam, al zijn dat slechts enkele seconden. Aan de hand van uitdraaien van Google Earth bepalen de kunstenaars de exacte tijd op dat moment in je eigen straat. Op de prachtig vormgegeven uitnodiging van Roosje Klap staat de formule vermeld. Het idee dat tijd uniek is voor een bepaalde plek en ervaren kan worden, botst heel prettig met het idee dat tijd alleen belangrijk is om je te haasten. Op de lijn die getrokken is waar het +19 minuten, 29 seconden is ten opzichte van de Greenwichtijd staat nog een klok als gedenkteken aan deze performance.

Arik Visser
Een ander werk in de buitenruimte dat opvalt, is de sculptuur van Arik Visser (1978). Rond een van de bomen voor de Gashouder heeft hij met behulp van een aantal stukken beton en betonnen palen prikkeldraad rond een boom gespannen. De boom bevindt zich nu in een omheining van prikkeldraad. Het werk valt in eerste instantie niet op; het lijkt eerst of de boom beschermd wordt met iets om hem niet om te laten vallen. Maar de draden zijn vervaarlijk hoog gespannen en beschermen de boom niet zozeer, maar omsingelen hem. Eerder maakte Visser in Medium Gallery in Groningen de tentoonstelling The way things could be pink waarin hij ruw prikkeldraad langs de trap spande. Op die plek leek het draad tegen de achtergrond van de roze wanden een versiering, totdat je je kleren er aan scheurde. De beeldtaal van prikkeldraad is vrij heftig. Maar op deze bijna onzichtbare plek is het gebruik van dit prikkeldaad juist heel krachtig, doordat het eerst lijkt weg te vallen in de omliggende omgeving van gebouwen, wandelende mensen en de drukte van de Kunstvlaai. Pas als je het ziet, krijgt het betekenis.

Daan Fikkert, MaHKU
De expositieplekken in de Zuiveringshal zijn al niet zo ruim bemeten, maar de installatie van Daan Fikkert (1981) vraagt je om je nog kleiner te maken. Een houten bureau en stoel zijn dichtgespijkerd met kleine stukken hout. De stoel kan niet meer aangeschoven of verzet worden en het is ook onmogelijk geworden om aan het bureau te gaan zitten. Achter het bureau komt een zwart snoer vandaan. Daar blijkt een diaprojector aan vast te zitten. In de kleine beenruimte onder het bureau worden dia’s geprojecteerd. Als toeschouwer word je gedwongen op je knieën achter het bureau te gaan zitten. Tegen de bruine achtergrond van verschillende kleuren planken schieten beelden voorbij, natuurfoto’s misschien. Juist doordat je extra moeite moet doen en het alsnog niet echt goed kan zien, word je nog nieuwsgieriger.

Hotel Mariakapel
Korte Achterstraat 2a, Hoorn
www.hotelmariakapel.nl

Arik Visser
www.arikvisser.nl

MaHKU
Utrecht Graduate School of Fine Art and Design
www.mahku.nl

Een keuze (8)

Lynne van Rhijn
Aukje Dekker en Pacôme Beru, ZONDER TITEL, 2008, Video DV PAL

Video, multimedia en installatiekunst. Op Art Amsterdam moest je er met een lampje naar zoeken, maar op de Kunstvlaai is er geen ontkomen aan. Bang om door de bomen het bos niet meer te kunnen zien? Redacteur Lynne van Rhijn baande zich een weg door het aanbod en kwam tot de volgende persoonlijke keuze.

1 Aukje Dekker en Pacôme Beru
Dekker en Beru maakten een prachtige video waarin ze samen door een gipswand heen breken en terecht komen in een kamer gevuld met lachgas. Wat een heldere en onsentimentele metafoor voor ons levenslange streven naar geluk. In de film vallen de twee kunstenaars al gauw flauw – sneller dan ze hadden verwacht, aldus Dekker, maar dat maakt de film nu juist ook weer zo mooi compact.

2 Het Kattenbak Collectief
Deze groep kunstenaars biedt op de Vlaai video’s aan via de bluetooth functie op je mobiele telefoon. In eerste instantie ontwikkeld door MobileVideoNet is de technologie door Kattenbak voor deze gelegenheid aangepast en geperfectioneerd en natuurlijk gevuld met video’s. Video’s op een intiem privéschermpje, die je terug kunt zien wanneer je maar wilt. Dit nieuwe podium voor filmpjes is zo’n zeldzaam goed idee dat je het haast over het hoofd ziet van vanzelfsprekendheid.

3 Folkert Joore – DeFKa
Hoewel Joore zich op de Vlaai naar mijn idee niet van z’n beste kant laat zien heeft hij eerder (zoals in P/////AKT en de Medium Gallery) zo’n indruk gemaakt dat ik hem toch hier vermeld. Zijn installaties van hout, tape en lichtelementen versmelten met de ruimte, waardoor je je afvraagt waar de kunst ophoudt en het gebouw begint. Had hij dat op de beurs ook zo subtiel gedaan dan was hij hopeloos ondergesneeuwd.

Kunstvlaai – Art Pie International
10 t/m 18 mei 2008
Westergasfabriek
www.kunstvlaai.nl

Aukje Dekker
www.aukjedekker.nl

Het Kattenbak Collectief
Celebesstraat 1, Amsterdam
www.kattenbak.org

DeFKa
Departement voor Filosofie en Kunst
Vaart NZ 2, Assen
www.defka.nl

Een keuze (7)

Erik van Tuijn
Stéphane Couturier, CHANDIGARH SECRETARIAT NO 1, 2007

De overvloed van Art Amsterdam inspireerde auteur Erik van Tuijn tot niet zomaar een lijstje favorieten, maar tot een top drie van top drie’s, een ‘drieste top drie’, zeg maar. Met onder andere werk van Peggy Frank, Frank van der Salm en Nazif Topçuoglu.

‘Okay. Top five side one track ones.
Number one…’
(High Fidelity)

Bij best of lijstjes moet ik altijd denken aan Stephen Frears’ film High Fidelity – gebaseerd op de gelijknamige roman van Nick Hornby – waarin John Cusack een compulsieve lijstjesmaker speelt. Ik heb besloten me er niet tegen te verzetten. Sterker nog: ik heb besloten me er, voor deze top drie naar aanleiding van de nieuwste editie van Art Amsterdam, helemaal aan over te geven. Het gevolg: een top drie van top drie’s.

DRIE: ‘Is it in fact unfair to criticize a formerly great artist for his latter-day sins? Is it better to burn out than to fade away?’ (HF)

Elk jaar hoor ik dezelfde opmerking over de beurs terugkeren. Ook deze keer: ‘Vorig jaar was beter!’ Misschien is de kunstwereld toch niet zo avant-gardistisch als sommigen ons willen laten geloven, misschien is het een uitwas van het allesdoordringende vroeger-was-alles-beter gevoel, of misschien is het menselijk brein niet in staat de overdaad aan indrukken onmiddellijk te filteren en op waarde te schatten. Desalniettemin viel me dit jaar op dat er veel kunstenaars zowel op herhaling als op hun retour waren. In volgorde van kwaliteitsverlies (van minste naar meeste):

Op 3: Peggy Franck (Marion Scharmann). Dit jaar nog steeds erg goed, maar zachter, introverter. De rauwe spanning van Black II: Lessons (2006) – één van de beste werken op de beurs vorig jaar – heeft plaats gemaakt voor meer poëtisch, maar daardoor ook minder pakkend werk. Het is ook niet eenvoudig om twee jaar achtereen kampioen te worden.

Op 2: William Wegman (Galerie Wouter van Leeuwen). Wegmans video’s en foto’s van zijn zelfgefokte Weimaraner honden balanceren op de grens tussen humor, vertedering, kunst en kitsch. Ook dit jaar heeft Van Leeuwen de goed verkoopbare foto’s weer meegenomen, maar de selectie is teveel Anne Geddes en te weinig Rineke Dijkstra.

Op 1: Chinese (schilder)kunst. Wat enkele jaren geleden begon als een soms politiek, maar vooral economisch correcte hype is dit jaar definitief afgezakt naar het niveau van plat exportproduct. Het is nog net geen kunst uit het Chinese schildersdorp Dafen,

TWEE: ‘I’m too tired not to go out with you.’ (HF)

Normaal gesproken probeer ik mijn visuele verslaving aan de architectuurfotografie waarmee Bernd en Hilla Becher (letterlijk) school gemaakt hebben te onderdrukken. Met name het werk van Andreas Gursky maakte destijds een onuitwisbare indruk op me. Ondertussen is de kunstwereld vergeven van fotografen die dezelfde beeldtaal hanteren, waardoor er voor mij wel veel te genieten valt, maar gewoonlijk weinig interessants te vertellen.

Op 3: Stéphane Couturier (Galerie Polaris). Had ook in de vorige top drie kunnen staan, ware het niet dat er één foto hing uit de Chandigarh-serie, die mij deed grijpen naar het daarover aanwezige fotoboek. Couturier bezocht dit immense Indiase Utopia en laat zien hoe de bewoners en natuur de rigiditeit van Le Corbusiers ontwerp hebben doorbroken, waardoor versleten ideologie en versleten werkelijkheid samenvallen.

Op 2: Tankstations. Ook dit jaar trof ik enkele mooie interpretaties van deze archetypische verbeelding van onze consumptiemaatschappij. Zo was er Job Koelewijns met boekomslagen beplakte tankstation Sanctuary (Fons Welters). Alleen als foto en maquette weliswaar, want het origineel is te zien in De Pont. Benjamin Nachtwey heeft zijn werkterrein stilaan verlegd naar series stilleventjes van neonborden en supermarkten, maar desalniettemin vond ik van hem nog enkele aangename sfeerbeelden van de nachtelijke lichtvervuiling van Shell (Jos Art). Livingstone Gallery tot slot had een dreigender exemplaar in de aanbieding: een bijna monochroom schilderij van Roger Wardin.

Op 1: MKgalerie. De stand van MKgalerie was in zijn geheel gewijd aan kunstenaars die het hedendaagse stedelijke leven in beeld brengen en becommentariëren. Frank van der Salm zat erbij, sinds Gursky een van de besten uit het genre, en daarnaast waren er een groene golfplaten hut van Ties ten Bosch, de maquettefoto’s van Danwen Xing en de tot bandrecorders ge-copy-paste LP’s en cassettebandjes van Matrijs van Merg. Een oase voor mijn oog.

ÉÉN: ‘Yeah, well… Let’s see… What are your all-time top five records? Your desert island top-five?’ (HF)

Op 3. Lisette Verkerk. Een grote verrassing. Zo’n beetje ingeklemd tussen Klaas Gubbels en Armando vond ik in een hoekje van Willy Schoots’ stand een rolkooi met kleine objecten in witte juwelendozen. Op enkele simpele vellen papier werd de situatie geschetst: Verkerk vroeg tijdens haar verblijf in Peru lokale handwerklieden – in hun ogen nutteloze en dus onbegrijpelijke – kunstobjecten te maken. Om ze op weg te helpen gaf ze hen een onderwerp: de handen waarmee zij hun brood verdienen. Een ongebruikelijk egoloos werk in een zee van artistieke sterallures.

Op 2: Irene Fortuyn. Fortuyn staat niet eens vermeldt in de beurscatalogus; haar werk werd op het laatste moment toegevoegd aan de stand van Diana Stigter. Een goede ingreep. Fortuyn werkt in Haarlem aan een plan voor een nieuw park gesitueerd op een voormalige vuilnisbelt. Als een archeoloog groef zij ter plekke vijftig jaar afval op. Haar vondsten werden netjes gefotografeerd: alle stukjes afval gescheiden van elkaar op een witte achtergrond. De onderkoeld gepresenteerde wand vol plastic flarden, bierdoppen en chipszakjes verandert onder je ogen in een reis terug in de tijd.

Op 1: Nazif Topçuoglu. Ik had de stand van Flatland al bijna verlaten toen mijn oog viel op de foto van Topçuoglu. Een geënsceneerde foto, bruin van toon door de aanwezige lambrisering en parketvloer, waarin een groep in schooluniform gestoken meisjes in een halve kring zit te kijken naar een poserend meisje in een rood hemdje. Het licht is van Rembrandt, de zorgvuldig aangenomen poses evengoed klassiek als catwalk, de opgeroepen spanning is van Vladimir Nabokov. Een onpeilbaar werk.

Marion Scharmann
Schaafenstrasse 10, Keulen
www.marion-scharmann.com

Galerie Wouter van Leeuwen
Hazenstraat 27, Amsterdam
www.woutervanleeuwen.nl

Galerie Polaris
15 rue des Arquebusiers, Parijs
www.galeriepolaris.com

Galerie Fons Welters
Bloemstraat 140, Amsterdam
www.fonswelters.nl

Galerie Jos Art
KNSM Laan 291, Amsterdam
www.josart.nl

Livingstone Gallery
Anna Paulownastraat 70a/b, Den Haag
www.artonline.nl/galeries/livingstone

MKgalerie
Witte de Withstraat 53, Rotterdam
Kochstrasse 60, Berlijn
www.mkgalerie.nl

Galerie Diana Stigter
Elandsstraat 90, Amsterdam
www.dianastigter.nl

Flatland Gallery
Lange Nieuwstraat 7, A. Dolehof, Utrecht
www.flatlandgallery.com

Lisette Verkerk, LAS MANOS DEL PERU/AMARU EN APU, 2007
Nazif Topçuoglu, INTERVIEW-MULAKAT

Een keuze (6)

Angelique Spaninks
Silvia B. bij Ron Mandos

Een persoonlijke keuze uit het aanbod van Art Amsterdam 2008 door auteur Angelique Spaninks. Ze zegt er zelf over: ‘een moeizame top 3 bij gebrek aan verrassingen en een overdaad aan veilige keuzes op de Art Amsterdam 2008’.

1.
Ron Mandos. Met een gitzwarte olievlek op wit zand voor een ‘negatieve’ zeefdruk van het Duits/Engelse Artists Anonymous waarop nog vaag de bestrijders van een Portugese bosbrand te zien zijn. Tegelijk een aanklacht tegen milieu-ellende en een intrigerend spel met fotografie en -in dit geval- grafiek. Ook sterk: de skull (Yorrick) van dezelfde makers. Daarnaast klein en alleen op de eerste plaats van het verder lege ereschavot: de kleine macho in smetteloos wit pak met zonnebril en gouden ketting. Alsof de maffia al op de peuterschool is ingebakken. Maar niet zonder gevolgen: de kleine is één arm kwijt en zijn hoofd gaat schuil onder verband. Maar niets belet hem übercool zijn lollystokje tussen de lippen te houden. Kojak im Kindergarten.

2.
Naast alle kloonerige Chinezen bij verschillende galeries vertelt de stand van Willem Baars met diverse Indiase kunstenaars een ander verhaal. Is het in India zelf zoeken naar de spreekwoordelijke speld, Baars heeft met ogenschijnlijk gemak vier goede Indiërs opgevist. De beste: Jitish Kallat van wie helaas maar één schilderij te zien is, een fors jongensportret steunend op twee bronzen gargouilles gemodelleerd naar de spuwende draken op het Victoriaanse station van Mumbai, en met haar dat is opgebouwd uit urbane elementen. Trouwens ook in 3d en grafiek maakt Kallat fantastisch werk.

3.
Ex aequo: Rik van Iersel en Navid Nuur. De eerste presenteert bij Willy Schoots een nieuwe stap in zijn oeuvre met overvolle gelaagde doeken en werken op papier vol referenties aan gravures en comics die op het eerste gezicht gedrukt lijken maar bij nader inzien toch volledig geschilderd zijn. De tweede laat zowel bij Stroom als bij galerie Martin van Zomeren werk zien. Blijft de overdaad bij Stroom voor mij hangen in ongerijmdheid, maar bij Martin van Zomeren is de miniscule ingreep onder de plint geweldig in eenvoud en doeltreffendheid. In der beschränkung…

PS.
Misschien dat mijn paar Duitse zinsneden het gevolg zijn van de vele oosterbuurse galeries die zich een plekje veroverd hebben. Goed natuurlijk, een beetje internationaliseren, maar ze weten het aanbod niet echt te verfrissen.

Ron Mandos
Rodenrijselaan 24, Rotterdam
Prinsengracht 282, Amsterdam
www.ronmandos.nl

Willem Baars Art Consultancy
Henri Polaklaan 12a, Amsterdam
www.baarsart.com

Galerie Willy Schoots
Willemstraat 27, Eindhoven
www.schoots.com

Stroom Den Haag
Hogewal 1-9, Den Haag
www.stroom.nl

Martin van Zomeren
Prinsengracht 276-hs, Amsterdam
www.gmvz.com

Rik van Iersel bij Willy Schoots
Navid Nuur bij Martin van Zomeren
L.A. Raeven, 5200 ML, 2005 (courtesy Ellen de Bruijne Projects)

‘Eten jullie dit echt?’ schijnt presidentskandidaat Obama gezegd te hebben tegen een lekker dikke medewerker van een chocoladefabriek tijdens zijn verkiezingstour door Amerika. Het moet geklonken hebben alsof chocolade de duivel is. Voor balletmeisje Eszter uit Hongarije is dat ook zo. Kunstenaarstweeling L.A. Raeven (Heerlen, 1971) nam zowel haar als ballerina Barbara een vragenlijst af. Hij hangt aan de muur, als onderdeel van de installatie Nature’s choice (2002). Ze moesten invullen wat ze lelijk aan zichzelf vonden (buik, benen) wat ze niet van zichzelf mochten (chocola eten). Chocola is slecht, daar word je dik van. En dik worden is geen optie voor de meiden die klaar worden gestoomd voor een slopende carrière als prima ballerina.

Het Lloydhotel biedt als onderdeel van Tijdelijk Museum Amsterdam ruimte aan een tweetal installaties van de magere tweeling, die al sinds de jaren negentig focust op anorexia, op verstoorde schoonheidsidealen en op hun relatie als tweeling. De twee installaties zijn geen nieuw werk. Daardoor heeft de expositie, ingericht door Ellen de Bruijne Projects, wat weg van een pauzenummer, iets tussen de bedrijven door.

De installatie 5200 ml is bijvoorbeeld uit 2005. In de vide waar de culturele ambassadeur van het hotel huist, staan de lege pakken sap, magere yoghurt en cola light, naast een matrasje, en een gebroken schoteltje vol sigarettenpeuken. Op de muur wordt een meisje geprojecteerd, dat in korte tijd water en wijn drinkt, en magere yoghurt eet. In totaal 5200 ml op een dag, terwijl zo’n twee liter een gezond maximum is. Ze houdt haar eigen gewicht bij, na elke inname, en schrijft haar bevindingen in een schriftje. Naarmate de tekst vordert wordt ze bozer, ze haat water drinken, en haar handschrift is hanig en onleesbaar op de laatste pagina. Het meisje maakt zich zorgen over haar gewichtstoename, out of thin air, hoewel dat gemakkelijk zal verdwijnen – als ze naar het toilet is geweest.

Dit is typisch zo’n werk van L.A. Raeven: een publieke zelfkastijding in een wolk van sigaretten en caloriearme producten. Moeizaam om naar te kijken. Ze voerden al eerder jonge, magere modellen champagne tot ze erbij neervielen, ze hielden een feest in Witte de With en lieten alle resten achter: sigaretten, lege wegwerpbekers, vieze zooi.

Hun werk draait om henzelf. Zelfs als ze zo’n mager meisje filmen, zijn ze alleen bezig met hun eigen anorexia. Dat dat geen gezonde manier van leven is, zie je als toeschouwer natuurlijk zelf: aan de magerte, aan de voedsel-en drinkobsessie die uit de video’s spreekt, de hang naar sigaretten en alcohol als voornaamste voedingsstoffen. Het is een vorm van shockart. Publiek reageert steevast geschokt en een criticus sprak zijn bezorgdheid uit om het welzijn van de tweeling, naar aanleiding van hun expositie in het Schiedams museum vorig jaar. Op de website van het museum werd alle aandacht en uitgesproken stukken een teken van succes genoemd.

Maar het blijkt lastig, al dat navelstaren en die ongezondheid. Die jonge balletmeisjes (14 en 15 jaar oud), het meisje in het wit op het matras: ze lijken door de kunstenaars gekoesterde opvolgers. Je vraagt je af: worden ze nog net even over een laatste barrière heen geholpen, een zekere toekomst vol eetproblemen tegemoet? Dat is natuurlijk niet een-twee-drie gezegd, het is een serieuze psychische aandoening. Weliswaar gevoed door de behoefte om aan een ideaalbeeld te voldoen. En daar haalt L.A. Raeven deels de rechtvaardiging vandaan: hun werk zou een kritiek zijn op de maatschappij die perfectie eist. Omdat anorexia een typisch westerse aandoening is – daar waar vrouwelijke ronde vormen het ideaal zijn, zie je geen anorexia – zegt het wel iets over onze samenleving met haar verwrongen schoonheidsidealen.

Maar dan hangt er in de hoek een foto. Een van de kunstenaars staat met een meetlint in de hand naast zo’n jong balletmeisje en strekt haar arm uit. Dan dringt het besef door: als je naar die twee kijkt, gaat er gewoonweg dreiging van uit. Hier nog een grammetje af, en het is perfect, hoor je de bottige kunstenaar bijna zeggen tegen het kind.

Het is alsof L.A. Raeven de rücksichtslosheid viert waarmee magerte wordt nagejaagd. Maar er gaan stemmen op: het is hetzelfde verhaal, telkens net weer even anders. Is er een verzadiging mogelijk van het werk van L.A. Raeven? Het lijkt er wel op, ondanks hun nieuwere werk; fictionele documentaires rond mensen die een voedselobsessie hebben of die een zaaddonor zoeken voor hun ideale kind.

De reacties en recensies, zo koket door het Schiedams museum geclaimd als succes voor L.A. Raeven, kunnen ook gewoon terechte kritiek zijn. De grens tussen kunst en ziektebeeld is dun bij L.A. Raeven. Het duo is niet de enige die het persoonlijke leven centraal stelt. Neem nou bijvoorbeeld Erik van Lieshout, die in warrige roadmovies zijn eigen neurotische persoonlijkheid met enige zelfspot op de hak neemt. Bij L.A. Raeven zul je vergeefs naar enige zelfspot zoeken. Dat maakt hun werk soms ondragelijk eendimensionaal.

L.A. Raeven
t/m 12 mei 2008

Lloydhotel
Oostelijke Handelskade 34, Amsterdam
www.lloydhotel.com

www.tijdelijkmuseumamsterdam.nl

L.A. Raeven, NATURE'S CHOISE, 2002 (courtesy Ellen de Bruijne Projects)

Een keuze (5)

Dafne Jansen
Laure Tixier, PLAID HOUSES

Een persoonlijke keuze uit het aanbod van Art Amsterdam 2008 door auteur Dafne Jansen. Met kunst-voor-meisjes van Laure Tixier, Akihiro Higuchi en Nazif Topçuoglu.

Als ik aan Art Amsterdam denk, denk ik aan hokjes. Dit heeft niet alleen betrekking op de inrichting in verschillende stands, maar ook op de manier waarop galeries zichzelf presenteren. Zo zijn er galeries die inzetten op kunst-voor-boven-de-bank, maar ook kunst-is-per-definitie-politiek en dit-is-geen-porno-dit-is-kunst scoren hoog. Ik kan in alle categorieën wel een top drie aanwijzen, maar heb dit keer gekozen voor de creatie van een nieuw denkbeeldig hokje: kunst-voor-meisjes. Kunst-voor-meisjes is mooi, aaibaar en hip. Het is niet per definitie beter of slechter dan kunst uit de andere categorieën, maar de accenten liggen wel anders.

Op nummer drie in de beste kunst-voor-meisjes staan de Plaid Houses van Laure Tixier bij Galerie Polaris. Deze zorgvuldig gemaakte vilten huisjes, tentjes en torentjes (aaibaar!) doen sprookjesachtig aan en toveren een glimlach op je gezicht. Niet pretentieus, wel leuk. Op nummer twee staan de objecten van Akihiro Higuchi bij 14-1 Galerie. Vooral zijn Dinosaur Handbags (hip!) zijn een lust voor het oog. Heel fashionable, je zou er zo mee naar de Jimmy Woo kunnen gaan. Gelukkig zijn ze niet echt (hoe zou het ook kunnen), anders zouden ze niet veel verschillen van een handtas van krokodillenleer of een stola van zilvervosjes. En zo, mijmerend bij de handtassen, lijkt het werk van Higuchi toch nog ineens een hele politieke lading te krijgen. Voordat ik toch terecht kom in het hokje kunst-is-per-definitie-politiek snel over naar nummer 1. Dat moeten toch echt de foto’s van Nazif Topçuoglu zijn bij Flatland Galerie. Dit is niet alleen kunst-voor-meisjes, dit is ook kunst óver meisjes. Schilderachtige foto’s (mooi!), die niet alleen kunsthistorisch zeer verantwoord verwijzen naar illustere voorgangers, maar die ook bol staan van ingehouden spanning en sluimerende erotiek. En daarmee valt de nummer 1 meteen in een geheel andere en overkoepelende categorie, de belangrijkste van allemaal: gewoon-goede-kunst.

Galerie Polaris
15 rue des Arquebusiers, Parijs
www.galeriepolaris.com

Galerie 14-1
Galerienhaus Stuttgart
Breitscheidstrasse 48, Stuttgart
www.14-1-galerie.de

Flatland Galerie
A. Dolehof
Lange Nieuwstraat 7, Utrecht
www.flatlandgallery.com

Akihiro Higuchi, DINOSAUR HANDBAG
Nazif Topçuoglu, INTERVIEW-MULAKAT

Een keuze (4)

Jan Kappers
Danielle van Ark, Untitled (Baby deer 01), 2006

Een persoonlijke keuze uit het aanbod van Art Amsterdam 2008 door auteur Jan Kappers. Met werk van Danielle van Ark, Irene Fortuyn en Reinoud van Vught.

Danielle van Ark, Untitled (Baby deer 01), 2006
Foam Editions, Amsterdam

Misschien heeft Bambi ons oog en geest geconditioneerd, maar hertenkalfjes zouden toch moeten ronddartelen in een mooi groen bos. Hoe schrijnend is echter het contrast in de foto Untitled (Baby deer 01) van Danielle van Ark (1974). Het jonge dierenlichaampje ligt, opgevuld met houtwol en watten, in een grauw magazijn waar de dood maar al te nadrukkelijk aanwezig is. Toch weet Van Ark het beeld te esthetiseren mede door een groot gevoel voor compositie. De drie onderste hertenkoppen, en het steunkruis van de stellingkast, de plank en natuurlijk de grote kop van de bok werken allen samen in een dynamisch lijnenspel, waardoor het kalf een centrale plaats krijgt. Oude meesters deden het niet veel anders bij de weergave van hun heiligen. Deze analogie wordt bevestigd doordat zelfs het kopje van het hertenjong baadt in een hemelse golf tl-licht.

Irene Fortuyn, The Senses, 2008
Galerie Diana Stigter, Amsterdam

Als archeoloog van de moderne tijd heeft Irene Fortuyn (1959) opgravingen gedaan in de vuilnisbelt onder het Reinaldapark in Haarlem die vanaf de jaren zestig afgedekt is door een enorme laag zand. In deze hedendaagse grafheuvel voor massacultuur trof zij vele artefacten aan die ze nauwkeurig organiseerde, nummerde en vervolgens secuur fotografeerde. De vondsten lopen uiteen van stukjes plastic, blikjes, zakje, batterijen, verpakkingen en vele andere opgravingen. Het resultaat presenteert ze als een serie van ruim zestig foto´s. Juist doordat ze het recente verleden zo nauwgezet documenteert krijgt het werk een soort rare temporale spanning. Waar ‘echte archeologische’ opgravingen – botjes, porseleinscherven, muntjes – een soort mythisch aura van het oude oproepen, blijven de vondsten van Fortuyn onromantisch plakken aan het heden. Maar tegelijk ook weer niet helemaal, want de vormgeving van sommige producten ziet er in al zijn gedateerdheid bijna alien uit. Direct klaar voor de museumvitrine. Archeologie van de nieuwste tijd avant la lettre.

Reinoud van Vught, Koppeltje, 2008
Galerie van der Mieden, Antwerpen

In de kluwen van veel onooglijke schilderfrutsels die tijdens Art Amsterdam met veel poeha aan het publiek gepresenteerd worden, is het werk van Reinoud van Vught (1960) een prettige oase. Koppeltje uit 2008 lijkt een abstracte compositie maar is dat niet per se. Doordat Van Vught zich in het schilderproces vooral laat leiden door de loop van zijn schildermateriaal weet hij een grote rijkdom aan organische vormen op te roepen. Vloeiende lijnen gekrast in de verflaag worden wortels en takjes. Verfspetters op het doek nemen afhankelijk van de kleur de vorm aan van mossen, schimmels en bloesem. De compositie is druk maar wordt door het uitgebalanceerde kleurgebruik en de vloeiende vormen niet te schreeuwerig. Het beeld ademt dezelfde romantische en dromerige sfeer als in de waterlelieschilderijen van Monet, zonder zoet te worden. Dat het werk van Van Vught een constante ontwikkeling en kwaliteit heeft, blijkt wel uit het feit dat hij langzaam aan een vaste en graag geziene kunstenaar is op dergelijke beurzen.

Foam Editions
Keizersgracht 609, Amsterdam
www.foam.nl

Galerie Diana Stigter
Elandsstraat 90, Amsterdam
www.dianastigter.nl

Galerie van der Mieden
Pourbusstraat 15, Antwerpen
www.vandermieden.com

Irene Fortuyn, The Senses, 2008
Reinoud van Vught, Koppeltje, 2008

Een keuze (3)

Mischa Andriessen

Een persoonlijke keuze uit het aanbod van Art Amsterdam 2008 door auteur Mischa Andriessen. Met werk van Vanessa Jane Phaff, Kiki Lamers en Daniel Richter…? Oh nee, Alex Dordoy.

Elk jaar weer is Art Amsterdam een confrontatie. Met jezelf. Er is zoveel kunst bijeengebracht dat een grootse ontdekking op de loer moet liggen. Meestal word je echter vooral bevestigd in wat je al bewonderde, worden je vooroordelen je stevig ingewreven. Het is een beurs die op zijn best een duidelijke maar toch altijd vertekende momentopname geeft wat er nu in de kunstwereld leeft. Vluchtige (hernieuwde) kennismakingen, daar draait het om. De kunstwerken zelf komen vrijwel zonder uitzondering gepresenteerd in een galerie of museum beter tot hun recht.

Vanessa Jane Phaff, R&R Reuten, Reuten Galerie
Het is niet Art Amsterdam dat verkeerde pretenties uitstraalt, die overspannen verwachtingen creëer je zelf. Misschien dat twee van de werken die het meeste indruk maakten dit deden omdat de kunstenaars de eigen krachtige beeldtaal die hun handelsmerk is geworden, leken te willen ontworstelen. De contouren van de boze meisjes waarmee Vanessa Jane Phaff beroemd werd, zijn gebleven. Het gezicht valt echter goeddeels buiten beeld. Het lichaam dat diagonaal op het vlak is geplaatst, is te groot geworden. Het past niet meer. Het roerloze lichaam zit gevangen in blokken met dikke aangezette, zwarte lijnen. Dat lijnenspel dat altijd al sterk aanwezig was in Phaffs werk komt naar de voorgrond. Dat gaat op een gezonde manier ten koste van de anekdotiek want de beklemming die het beeld oproept, is geconsolideerd.

Kiki Lamers, Annet Gelink Gallery
Ook het schilderij van Kiki Lamers laat zich meteen als een Lamers herkennen en is toch wezenlijk anders. Gebleven zijn de zachte kleuren, de breekbare gestalte van een stoer jongetje met ontbloot bovenlijf. Dit jongetje echter verbergt zijn gezicht. Hij draagt een konijnenmasker. Hij heeft het hoofd schaamtevol gebogen. Biedt het aan. Kwetsbaarder kan hij niet, hij houdt op een jongetje te zijn.

Grimm Fine Art
Je zou zweren dat het kleine schilderij van Daniel Richter is. De onrust, dat hysterische paars. Wel een schilderij waarvoor je Richters hele tentoonstelling in het Gem had willen ruilen. De vier ruiters van de Apocalyps jagen twee gestalten op. De armen van alle figuren zijn op zo’n manier geheven dat het spiegelingen van elkaar kunnen zijn. De kracht van de compositie is haar helderheid zonder eenduidig te willen zijn. In het verhaal en de gehaaste verfstreken is de spanning voelbaar zonder dat deze naar de oppervlakte is getrokken. Het is een spannend schilderijtje dat vreemd genoeg ook rust uitstraalt. Het schilderij is niet van Richter, maar van een jonge Schot Alex Dordoy. Toch weer verrast.

R&R Reuten, Reuten Galerie
Fokke Simonszstraat 49, Amsterdam
www.galeries.nl

Annet Gelink Gallery
Laurierstraat 187-189, Amsterdam
www.annetgelink.com

Grimm Fine Art
Keizersgracht 82, Amsterdam
www.grimmfineart.com

Een keuze (2)

Maaike van de Wiel

Redacteur/acquisiteur Maaike van de Wiel selecteerde haar favoriete galeriepresentaties van Art Amsterdam 2008. De solopresentaties springen er uit, maar ook enkele groepspresentaties kunnen haar boeien.

Al jaren kom ik op de KunstRAI of Art Amsterdam zoals het nu heet. Soms word je er wat vrolijker van dan andere jaren, omdat je toch altijd op zoek bent naar bijzondere presentaties en naar verrassend werk, en niet naar de zoveelste ‘winkel’-presentatie of uitdragerij. En gelukkig wordt dat steeds meer gestimuleerd, lijkt het. Dit jaar zijn er maar liefst achttien solopresentaties. Mijn favorieten kom je daar dan ook vooral tegen.

Bovenaan staat voor mij de uitgesproken presentatie van Lumen Travo met de Item store van Yvonne Dröge Wendel over de relatie tussen mensen en objecten, waar ‘alle voorwerpen klaar staan om opgeladen te worden met de gedachen van de kijker’. Maar ook Ron Mandos toont zich altijd een galeriehouder met lef. Net als Upstream gallery, die zijn nek uitsteekt met een solo van Ronald Ophuis.

Toch zijn er ook groepspresentaties die overtuigen: Hein Elferink springt er uit met een evenwichtige en afgewogen tentoonstelling waar de individuele werken echt goed tot hun recht komen. Ten slotte mag Mirta Demare niet onvermeld blijven: haar presentatie van drie kunstenaars, Léon Ferrari, Maria Ikonomopoulou en Hernán Marina, is prachtig en samenhangend, poëtisch en verhalend.

Lumen Travo
Lijnbaansgracht 314, Amsterdam
www.lumentravo.nl

Ron Mandos
Rodenrijselaan 24, Rotterdam
Prinsengracht 282, Amsterdam
www.ronmandos.nl

Upstream Gallery
Van Ostadestraat 294, Amsterdam
www.upstreamgallery.nl

Galerie Hein Elferink
Kastanjelaan 5, Staphorst
www.heinelferink.nl

Mirta Demare
Bergsingel 176-b, Rotterdam
www.mirtademare-art.nl

Nieuwe lichting, eigen mores

Maarten Steenhagen
Gerbrand Burger, MOREL'S MUSEUM, 2007

Voor de derde keer doet kunstenaarsinstituut De Ateliers mee aan het Tijdelijk Museum Amsterdam tijdens Art Amsterdam. Toch hebben hun jaarlijkse Offspring-tentoonstellingen traditiegetrouw niet veel met de beurs van doen. Het is dan ook toevallig dat bij het begin van de deelname in dit zijprogramma van de Amsterdamse kunstbeurs tevens werd gekozen de presentatie van de nieuwe lichting kunstenaars onder leiding van een curator samen te stellen. Witte de With tentoonstellingsmaker Renkse Janssen zag dit jaar toe op een weloverwogen expositie.

Al langer liep Janssen als gastdocent bij De Ateliers rond, en had zo het voordeel al veel van de kunstenaars te kennen. Deze persoonlijke relatie werd door haar versterkt door niet slechts een expositie te maken, maar zich ook te richten op het voortraject ervan. Veel van de kunstenaars werkten dicht bij zichzelf, zo zag Janssen, en ze koos ervoor de zeven exposanten te interviewen, steeds met de beginvraag welk kunstwerk als eerste indruk op hen had gemaakt. Het lokte persoonlijke verhalen uit van donkere zolderslaapkamers tot het appartement van een grootmoeder in Tel Aviv. De interviews zijn te lezen in de tentoonstellingscatalogus, waarin ook het getoonde en ander werk van de zeven kunstenaars is opgenomen. Een persoonlijke benadering, maar komt deze ook terug in de presentaties?

In de ruimtes van het karakteristieke schoolpand aan de Stadhouderskade waarin De Ateliers gevestigd is wordt gewerkt, en dat is vaak nog goed zichtbaar. Naast de vaak groezelige wanden verraden smerige wasbakjes dat de kunst die te zien is hoogstwaarschijnlijk ter plekke is ontstaan. Twee jaar zwoegen en het resultaat met enige trots presenteren in dezelfde ruimtes heeft iets romantisch, en deze persoonlijke romantiek is tevens terug te vinden in het getoonde. Jack Holden hing wanden vol kleine en grotere collage-achtige schilderijen. Slechts weinige zijn uit verf alleen opgebouwd, en ook dan is vaak nog wel een toevoeging te vinden. Een rafelig geboord gat bijvoorbeeld, ergens aan de zijkant van een op paneel geschilderd figuur. Holdens onderwerp is mensen, maar soms zien we niet meer dan een silhouet. Zijn blik is filmisch, zijn stijl wisselt tussen gedetailleerd aandachtig tot op punten naïef. Dit laatste versterkt dat sommige van zijn werken te gehaast overkomen.

In de video-installatie Morel’s Museum (2007) van Gerbrand Burger hangt een groot gebouw aan het hoge plafond in de onverlichte ruimte. Het is het elektrische gemaal Lely in het Noord-Hollandse Medemblik, maar doet denken aan Berlages Gemeentemuseum. Het schaalmodel toont slechts de gevel van het pand – de achterzijde ontbreekt en geeft een constructie van vertimmerde panlatten bloot. In deze achterkant steekt een videoscherm. Vlakke, drassige graslandschappen trekken voorbij. Ze doen denken aan Schiermonnikoog of Terschelling. Een stem klinkt, en in het Spaans wordt een verhaal verteld. Een overledene spreekt tot ons, zo begrijpen we uit de ondertitels. Hij probeert te vluchten, we zien hem rennen, achtervolgd door een zaklamp in de duisternis. En er is iets met een museum. De fijne concreetheid van het hangend gebouw steekt af tegen het mysterieuze van de video. Monologische films doen het vaker goed; gladjes lijken ze literair en veelzeggend maar hierin schuilt ook snel hun gevaar: veel te vrijblijvend.

De cinema fungeert bijna als de rode draad in deze tentoonstelling. In de cartooneske schilderijen van Sidyon Cucaro vinden we het soort ontlading uit de slapstick. In Ollie’s Adventure (2007) wordt Oliver Hardy nu eens zelf in z’n oog geprikt – waarschijnlijk door Laurel, even buiten beeld. Door dergelijke flauwe humor verliezen de beelden hun persoonlijkheid. Onpersoonlijk zijn ook de schilderijen van Vincent Vulsma, die paneel na paneel de oppervlakte van plastic onderzoekt. Rimpelig als nét niet strakke vuilniszakken zijn de manshoge werken uit lagen zwarte en grijze lakverf opgebouwd. Groeven doen vagelijk denken aan verborgen tekens, maar lijken al snel eerder vertakkingen van willekeurig aangebrachte krassen. Het is een onpersoonlijke beeldopbouw die bij beide schilders niet stoort, al worden de schilderijen van Vulsma door hun minimale onderlinge verschillen een beetje nietsig.

Dat minimaal niet altijd slecht uitpakt laat Noa Giniger zien. Met een zweem van Hollywoodromantiek draait ze in een installatie van drie afzonderlijke ruimtes de intieme benadering die uit Janssens interviews sprak om. Niet langer autobiografisch, maar vooral persoonlijk voor de toeschouwer zelf. Een subtiel spel van sfeer, aangewakkerd door een geprojecteerde filmstill uit de sciencefictionfilm Solaris, dompelt je in een kil soort melancholie. Om de hoek een lege ruimte, slechts verlicht door een zwak peertje onder een plafondventilator. Het doet denken aan een te goedkope hotelkamer, het is er muf en vochtig en biedt op z’n meest ruimte voor vlugge passie, geen echte liefde. De ruimte ernaast is groot, hoog en verlicht door koelwitte TL. Een afstandelijke museumruimte. Vanaf boven klinkt plots de warme stem van Frank Sinatra. ‘Everybody loves somebody sometime’. Na dit refrein is het weer ijzig stil. Zijn woorden klinken even hoopvol als tevergeefs.

Ginigers werk staat er, niet door dingen uit te spellen, maar door kunst persoonlijk te laten worden. Dit soort trefzekerheid is echter niet alomtegenwoordig in de tentoonstelling. Persoonlijke kunst komt, zo blijkt, in verschillende hoedanigheden, maar uiteindelijk is het toch in de relatie met het publiek waar ze haar waarde krijgt. De nieuwe lichting post-grads van De Ateliers blijft vaak nog te veel zoekend en spittend, nog te veel bezig met de eigen mores.

OFFSPRING 2008
t/m 24 mei 2008

De Ateliers
Stadhouderskade 86, Amsterdam
www.de-ateliers.nl

www.tijdelijkmuseumamsterdam.nl

Vincent Vulsma, THE DANCE OF THE SIGNS, 2008
Sidyon Cucaro, OLLIE'S ADVENTURES, 2007
Noa Giniger, STILL, 2008

Een keuze (1)

Raymond Frenken
Peter Martensen, The Consequence, 2007 (detail)

Een persoonlijke keuze uit het aanbod van Art Amsterdam 2008 door redacteur Raymond Frenken. Met werk van Peter Martensen, Helen Verhoeven en Carla van de Puttelaar.

Peter Martensen, The Consequence, 2007
Galerie MøllerWitt, Århus

Galerie MøllerWitt toont enkele schilderijen van de Deense kunstenaar Peter Martensen (1955), die ook actief is als fotograaf en filmer. Dat is te merken. Zijn schilderijen zijn bewust anekdotisch, tonen fragmentarische verbeeldingen van doorlopende handelingen. Ze doen denken aan de films van Aernout Mik, waarin mensen verwikkeld lijken in rituelen die alleen gehoorzamen aan een eigen wetmatigheid.

Op The Consequence staat een groep mannen op de donkerhouten podiumtreden van een monumentale zaal. Een collegezaal, rechtszaal, of de vloer van een effectenbeurs? Aan de mannen kun je niet aflezen waar ze zijn, of in welke functie ze zich daar bevinden. Martensen heeft steeds dezelfde (soort) man tot model genomen: een volwassen man van onbestemde leeftijd, in donker pak en wit overhemd. De realistische manier van schilderen staat op gespannen voet met de onbepaalde, schematische voorstelling van ‘een man’. Een Elkerlyc, Alleman of Everyman.

De mannen worden omringd door een wanorde van papiervellen, die door hen worden gelezen, doorgegeven en uiteindelijk hoog opgestapeld op de vloer belanden. Ze lijken betrapt op een moment van paniek, crisis. Zo wordt door de introductie van een chaotische wirwar van witte papieren een nondescripte zaal en een groep even nondescripte mannen, tot decor van een episch verhaal van schuld en boete.

Helen Verhoeven, Event Detail #1, 2008
Galerie Diana Stigter, Amsterdam

De anekdotiek van Martensen kenmerkt ook de twee schilderijen van Helen Verhoeven (1974), bij Diana Stigter. Maar waar Martensen kiest voor een bijna fotorealistische stijl in sepiatinten, is het werk van Verhoeven cartoonesk en uitgevoerd in frisse pasteltinten. Met een lichte toets schildert ze groepen mensen die lijken te poseren, waardoor de doeken doen denken aan familieportretten.

De familie wordt vooral tot middelpunt van artistieke belangstelling in tijden waarin de burgerlijke middenklasse aan kracht wint. Zoals in de zeventiende eeuw, aan het einde van de negentiende eeuw, of zoals nu. Het moet gezegd: deze schilderijen lijken op het eerste gezicht ook burgerlijke kunst, met kleurtjes die het goed doen boven de bank. Maar ik geloof er niet in. De bourgeois hebben nu immers vol overgave de anti-burgerlijkheid omarmd. Wat is er burgerlijker dan een gezin dat op Art Amsterdam langs schilderijen van druipende vagijnen en pompende lullen loopt?

Nee, Verhoeven ondermijnt die burgerlijke gezapigheid juist. De figuren zijn té bewust naïef geschilderd. Sommige figuren hebben geen gezicht, een vader zit met een slappe lappenpop op schoot. Er duiken een naakte man en vrouw op, een man op de voorgrond slaat zijn handen vertwijfeld voor het gezicht. Deze mensen léven, en ze gaan daar mee door als we even niet opletten.

Nu loopt in elke familie wel een zwart schaap rond, of zit bij iemand een steekje los. Oom Theo en tante Annemarie zijn nog wel bij elkaar, maar dat is vanwege de kinderen. Neefje Benno is ‘niet helemaal goed’. Enzovoorts. Op het geposeerde familieportret doen we alsof dat niet het geval is. We trekken onze mooiste kleren aan, gaan op een rijtje zitten en staan, trekken ons gezicht in een plooi en laten zo zien dat we erg mooi, voornaam en succesvol zijn. Zodra het poseren gedaan is, gaan we verder met ons normale leven. Dan drinkt oom Theo te veel en doet Benno zichzelf iets aan.

Het is alsof Verhoeven op deze doeken juist die momenten heeft vastgelegd waarop het finaal misloopt. Het is misschien een beetje flauw om een parallel te trekken met het werk van haar vader Paul Verhoeven. Maar toch: hij is er een meester in om de levens van zijn hoofdpersonen-tegen-wil-en-dank te verbinden aan het ongerijmde, waarbij hij hun levensplannen met sardonisch genoegen laat ontsporen. Zo ook regisseert zijn dochter haar personages en trekt ze op onverwachte momenten het doek weg om ons deelgenoot te maken van de ontreddering en de ontroering.

Carla van de Puttelaar, zonder titel, 2000
Flatland Gallery, Utrecht

Carla van de Puttelaar (1967) heeft al geruime tijd de erotische verbeelding van het vrouwelijk lichaam tot onderwerp. Daarin is zij ook behoorlijk stijlvast. Op een beheerste wijze en uiterst gestileerd tonen haar foto’s gelokken ogen, welvingen van borsten, rondingen van billen, roomzachte buiken, afgedekt met handen of kledingstukken. Door geraffineerde belichting en scherpte-instelling krijgen de foto’s een schilderachtige kwaliteit. Het is zeer esthetisch, maar ook wat braaf.

In de stand van Flatland hangt een serietje van vier foto’s uit 2000. Drie ervan voldoen helemaal aan het hierboven geschetste beeld. Maar de vierde springt er uit, doordat die wat softe erotiek veel minder manifest is. In plaats van de geijkte erogene zones toont deze foto een uitsnede van hals en schouder van een vrouw die een keurig wit hemdje met schulprandje draagt. De huid van de vrouw is bijna zo bleek als die van de stof. Een hand ligt schuin over de schouder. Op haar arm schemeren onderhuids blauwe aderen. Bijna onmerkbaar, loopt over de ringvinger een dunne, karmozijnrode schram. En juist die kleine wond is vreemd genoeg het enige blijk van vitaliteit. De foto wordt hiermee tot een gelaagd vanitas-beeld van een vrouw die tegelijk levend én dood is, en op een verontrustende manier een bijna voelbare sensualiteit uitstraalt.

Galerie MøllerWitt
Vestergade 56-A, Århus
Denemarken
www.gmw.dk

Galerie Diana Stigter
Elandsstraat 90, Amsterdam
www.dianastigter.nl

Flatland Gallery
Lange Nieuwstraat 7, Utrecht
www.flatlandgallery.com

Helen Verhoeven, Event Detail #1, 2008, courtesy Galerie Diana Stigter
Carla van de Puttelaar, untitled, 2000, courtesy Flatland Gallery