Zaida Oenema, HA HA, 2009

RAM Foundation in Rotterdam presenteert het werk van twee eindexamenstudenten van de masteropleiding fotografie van de AKV St. Joost in Breda.

Zaida Oenema (1980) maakte de videocompilatie Lunch, Ha Ha and Other Works, een serie situaties en handelingen waarin zij zelf vaak de hoofdrol speelt. Haar personages zoeken naar een houding in een verwarrende samenleving vol onuitgesproken en conflicterende regels en conventies.

In Spoken Silence – Reminiscing Tito tast Masha Matijevic (1981) af hoe ze een stem kan vinden voor het collectieve geheugenverlies in Kroatië, 15 jaar na de burgeroorlog. De verschillende onderdelen in het werk van Matijevic vertellen samen het verhaal van overgebleven herinneringen aan Tito.

Zaida Oenema & Masha Matijevic
26 juni t/m 3 juli 2009

RAM Foundation
Blekerstraat 10, Rotterdam

Een geforceerde dialoog

Alexander Mayhew

I LOVE YOU IRENE, I LOVE YOU SIS
I CAN TASTE IT
STAY STRONG

Zo luiden de teksten die op drie rechthoekige metalen platen zijn geplakt in de tentoonstelling Stay Strong. Het zijn de laatste woorden van drie ter dood veroordeelden in Texas. Samen met een grote videoprojectie van een kindergezicht vormen ze het uitgangspunt van de tentoonstelling, die een dialoog op gang moet brengen in het werk van twee in Oslo werkende kunstenaars.

Het begeleidende A4’tje vermeldt verder weinig over de kunstenaars Michael O’Donnell en Dirkjan van der Linde, behalve dat de tentoongestelde werken in de laatste twintig jaar tot stand zijn gekomen. Bij de werken zelf hangt echter geen enkele informatie, zelfs niet wie van de twee de maker is. Wel ligt er verbazingwekkend genoeg een prijslijst, maar het blijft raden welke kunstenaar bij welk werk hoort.

Beide kunstenaars exposeerden eerder in kunstenaarsinitiatief Quartair; O’Donnell in 1995 en 1997, Van der Linde in 1999. Nu tonen zij voor het eerst samen hun werk. De kunstenaars bepaalden dat er voor deze tentoonstelling geen kunstlicht mag worden gebruikt. Slechts het daglicht dat naar binnen valt verlicht de tentoongestelde werken. Hierdoor ontstaat een wat sacrale, maar ook deprimerende sfeer, die zeker aansluit bij de laatste woorden van de ter dood veroordeelden en de verstilde video van het kindergezicht met de intense, observerende blik. Ook een mozaïek van foto’s van een grafsteen en de in het midden van de ruimte opgestelde zuilen van kaarsvet passen in deze stemming. Toch is de verlichting met louter daglicht een onnodige kunstgreep die de andere werken in de ruimte geen goed doet.

Een langgerekte, minimalistisch ogende installatie van Van der Linde die het geluid voortbrengt van een blikje waar doelloos tegenaan wordt geschopt lijkt moeilijk bij het uitgangspunt van de tentoonstelling te passen. Tenzij het een uitspraak zou doen over de uitzichtloze situatie van ter dood veroordeelden. Dan zou ook in de tennisbal op een opgeblazen foto een boodschap verstopt kunnen zijn om over een gevangenismuur te gooien. Bij een roze paard en een grote groene puddingvorm van O’Donnell lijkt een verbinding met de omringende werken wel erg ver te zoeken.

Het is jammer dat de drie laatste zinnen, die als uitgangspunt voor de tentoonstelling dienen, niet in de volledige serie getoond worden, zoals bij eerdere presentaties van O’Donnell. Hier zorgen een gebrek aan context samen met een overdaad aan verschillende beelden voor een onsamenhangend geheel. De individuele werken van beide kunstenaars maken nieuwsgierig naar meer. Van een dialoog kan echter moeilijk worden gesproken, eerder van miscommunicatie.

STAY STRONG
Michael O’Donnell & Dirkjan van der Linde
3 juni t/m 5 juli 2009

Quartair
Toussaintkade 55, Den Haag 

Michael O’Donnell (1950) studeerde af aan de Royal College of Art in Londen en woont sinds 1977 in Noorwegen. Hij behoort tot een generatie Britse beeldhouwers die in de jaren tachtig op basis van de kennis van minimalistische en conceptuele kunst een nieuw pad insloeg.

Dirkjan van der Linde (1959) studeerde in Breda en in Oslo. Naast geluid werkt hij met fotografie, video en computergestuurde tekeningen.

Tubelight zoekt redacteur

Redactie Tubelight

TUBELIGHT zoekt ter versterking van de redactie naar een nieuwe redacteur voor het tijdschrift. Hij/zij heeft ervaring met redigeren, beheerst de Nederlandse taal uitstekend en heeft kennis van hedendaagse kunst. Interesse? Mail je motivatie en cv naar info@tubelight.nl.

TUBELIGHT wordt gerund door een zevenkoppige redactie. Zij maakt – op vrijwillige basis – tweemaandelijks het blad en houdt de website up-to-date. Daarnaast bepaalt zij de inhoud en de koers van TUBELIGHT.

Artfair unfair?

Nathanja van Dijk
Edwin Stolk, WAR OF CURRENTS - ELIMINATOR OF POSSIBILITIES, 2009

Unfair Project, een initiatief van Parachutartists, wil de conventies van verkoopbare kunst, zoals we die bijvoorbeeld op Art Amsterdam aantroffen, op de proef stellen. Bij binnenkomst in De Service Garage wordt al snel duidelijk dat het hier niet om een conventionele tentoonstelling of kunstbeurs gaat. Een installatie van Edwin Stolk zet de toon: in het werk gooit Stolk de wereld overhoop, om haar vervolgens te herscheppen tot een schijnbare berg rotzooi. De chaotische installatie, bestaande uit alledaagse objecten, verwelkomt op uitdagende wijze de bezoeker op de groepstentoonstelling.

Het doel van Unfair Project is ambitieus: de tentoonstelling onderzoekt de waarde en functie van kunst in het tijdperk van het (post) neoliberalisme, waarin marktwaarde en kunstbeurzen hoogtijdagen vieren. Vanuit dit standpunt kunnen we Stolks werk begrijpen als een onderzoek naar de heersende kunstperceptie. Door alledaagse objecten – een televisie, een fiets,een ladder – in een vervreemdende context te plaatsen wil Stolk de conventionele betekenis van deze objecten omver werpen. In de folder van de tentoonstelling verklaart de kunstenaar zich nader: als ‘subjectieve terrorist’ onderzoekt hij de totstandkoming van ons werkelijkheidsbesef, en dus onze perceptie op kunst. Dit is wat hem verbindt met de andere kunstenaars van Unfair Project. Zij willen een tegengeluid geven in een wereld die in de greep van de commercie wordt gehouden en zoeken daarom naar een beeldtaal die geen (markt)waarde representeert.

Kunstenaar Francisco Camacho giet met het werk The value and function of art zijn tegengeluid in een eigenzinnige vorm. In het werk vertelt Camacho op welke wijze cocaïne uit cocaïnebladeren wordt gewonnen en wijst erop dat het zeker de moeite waard is dit proces uit te voeren, gezien de hoge prijzen die er vandaag de dag op de markt betaald worden voor de drugs. Om de proef op de som te stellen zal Camacho tijdens een performance op 6 juni daadwerkelijk proberen cocaïne te maken. Zo wordt een handeling, die normaal gesproken enkel commerciële doeleinden heeft, verheven tot kunst – of andersom?

Voor de Belgische schrijver Jacques Ambach is het wel duidelijk waar we naar toe moeten: ‘Fuck the system’ en ’the artists can change the system’ roept hij in het videowerk van Kosten Koper. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het werk For the love of losers van Ehsan Fardjadniya laat zien dat het voeren van oppositie niet makkelijk is. Fardjadniya gaat met zijn werk het gevecht aan met het ‘gezicht’ van de hedendaagse beeldcultuur: de diamanten schedel van Damien Hirst. Met een pistool kan een afbeelding van het kunstwerk worden bekogeld met tomaten. Degene die een poging waagt komt er al gauw achter dat het pistool zo is ingesteld dat Hirst net niet wordt geraakt. Bij een ‘lucky shot’ glijdt de tomaat van de poster af, zonder sporen achter te laten. De diamanten schedel blijft je ongenaakbaar aangrijzen.

Dat de kunstenaars in De Service Garage iets anders laten zien dan de gemiddelde kunstbeurs staat buiten kijf. Maar welk systeem stellen deze kunstenaars nu aan de kaak? Tegenover de kunst die ons wordt voorgeschoteld op Art Amsterdam plaatst Unfair Project een beeldtaal die dusdanig complex is dat slechts een enkele insider in staat zal zijn deze te kunnen ontrafelen. Hierdoor zal het tegengeluid dat Unfair Project wil laten horen niet verder klinken dan de kringen van een elitair groepje kunstliefhebbers. Bij de gemiddelde Art Amsterdam bezoeker zal het werk van Unfair Project waarschijnlijk enkel op onbegrip stuiten. En zo blijft men prediken voor eigen parochie. Het onderzoek dat deze kunstenaars doen is dan ook met name een zelfanalyse; een intern onderzoek, waarbij haar eigen grenzen niet worden overschreden. Je kunt je afvragen of dit erg is, want als je jezelf wilt weren tegen een krachtig systeem, zul je eerst je eigen kracht moeten hervinden.

UNFAIR PROJECT
Camilo Barreto, Jorge Cabieses Valdes, Francisco Camacho, Bas de Boer, Maroan el Sani, Ehsan Fardjadniya, Zoro Feigl, Nina Fischer, Maartje Fliervoet, Francesca Grilli, Idan Hayosh, Maria Karantzi, Schirin Kretschmann, Matthieu Laurette, Kay Patru, Dan Shaw-Town, Edwin Stolk, Raymond Taudin Chabot, Conrad Ventur, Dmitry Vilensky
20 mei t/m 7 juni 2009

De Service Garage
Stephensonstraat 16, Amsterdam

Klik hier voor meer informatie over Parachutartists 

Ehsan Fardjadniya, FOR THE LOVE OF LOSERS, 2009
Francisco Camacho, HOW TO EXTRACT COCAINE FROM COCA LEAVES, 2009

Jong en bitter

Alexander Mayhew
Sejla Kameric, WHAT DO I KNOW, 2009

In het kader van het Sarajevo Film Festival presenteert ZAAL5 van het Filmhuis Den Haag op dit moment de beklemmende video-installatie What do I know van de Bosnische kunstenaar Sejla Kameric (1976). Op vier schermen zijn zeven kinderen te volgen die gekleed zijn alsof ze uit de jaren vijftig afkomstig zijn. In de rol van volwassenen dwalen ze in en om een huis waar ze thuis lijken te horen, ook al maken de kinderen vrijwel geen contact met elkaar.

De hoofdrollen zijn weggelegd voor twee meisjes in bijna identieke jurkjes. De meisjes met enigszins boosaardige gezichtjes observeren voortdurend de andere kinderen. Soms breekt er een glimlach door, maar dit is niet de onschuldige lach van een kind en lijkt meer op de spottende lach van een volwassene. Die spottende lach is bedoeld voor twee meisjes in het bijzonder, waarvan er één in de keuken aan het koken is en de ander in een kamer van het huis een dans uitvoert. Als twee oude roddeltantes klit het duo bij elkaar. Je ziet in de nog jonge gezichten reeds de verbittering toeslaan. Telkens wanneer ze in beeld verschijnen hoor je op de achtergrond fluisterende stemmen.

Aanvankelijk ligt het dansende meisje met gesloten ogen in de armen van haar geliefde. Ze lijkt stervende, maar staat even later op om beneden in het huis haar dans uit te voeren. Op weg naar beneden toont zij zo nu en dan een gekunstelde filmsterrenlach en checkt zij haar gezicht in de spiegel. Haar geliefde blijft wat verweesd achter in de slaapkamer.

In een andere scène lopen twee jongetjes samen naar de garage in de tuin van het huis. De ene haalt een stoel uit de garage, gaat erop zitten en steekt een sigaret op. De ander gaat prutsen onder de motorkap van een oude auto. De klusser werpt een korte, gelaten blik op de roker. Deze blijft stoïcijns voor zich uitstaren. Wanneer de jongen die de auto repareert het huis uiteindelijk verlaat, zie je hem een verlangende blik werpen naar het duo roddeltantes.

De verhalen spelen zich af in het grootouderlijk huis van Kameric in Sarajevo, waar haar grootvader vroeger op de begane grond een café runde. Als kind speelde zij in het huis maar sinds de oorlog in voormalig Joegoslavië staat het huis leeg. Kameric heeft de langdurige belegering en de beschietingen in Sarajevo als tiener bewust meegemaakt en haar vader verloor hierbij het leven. Dit is bepalend geweest voor haar kunstenaarschap, waarin zij reflecteert op de pijnlijke zoektocht naar een nieuwe, nationale en sociale identiteit. In haar werk bekritiseert ze de vernietiging van relaties tussen mensen en van sociale systemen onder druk van extreem nationalistische intolerantie.

De installatie What do I know verbeeldt liefdesgeschiedenissen uit de tijd dat haar grootouders jong waren. “Het verhaal is geschreven ter nagedachtenis aan de liefdes van andere mensen, waarvan ik zelf geen getuige ben geweest”, aldus Kameric. Toch lijken eventuele liefdes in deze video-installatie gedoemd te mislukken. De personen communiceren niet of moeizaam met elkaar. Schrijnend wordt dit uitgedrukt door de geliefde van de danseres die eenzaam op zijn bed aan de knop van een radio blijft draaien waar slechts ruis uitkomt.

Aan het eind van de film geeft Kameric de beschouwer wat lucht. De zure roddeltantes lijken uit hun rol te vallen door in een echte kinderlijke lach uit te barsten. Hier worden de kinderen, die volwassenen moeten voorstellen, weer kind. Alsof ze willen zeggen: het is maar een constructie, zo hoeft het niet te zijn gegaan, wat weten we nou eigenlijk? Toch lijkt dit de keel van de toeschouwer nog verder dicht te knijpen, omdat je voor de gek wordt gehouden door een stel kinderen, die juist te veel lijken te weten en door welke omstandigheden dan ook te vroeg wijs zijn geworden.

WHAT DO I KNOW
Sejla Kameric
7 mei t/m 31 mei 2009

ZAAL5
Filmhuis Den Haag
Spui 191, Den Haag

ZAAL5 in Filmhuis Den Haag toont werk van beeldend kunstenaars en filmmakers die zich op het snijvlak van beeldende kunst, film en video bevinden. De programmering sluit aan bij die van het Filmhuis en is in handen van beeldend kunstenaar Manon Bovenkerk.

Sejla Kameric, WHAT DO I KNOW, 2009
Sejla Kameric, WHAT DO I KNOW, 2009
Twee werken van Marius Lut in Galerie West

De Franse schildertheoreticus Maurice Denis schreef in 1890: “Bedenk dat een schilderij – vóór het een strijdros, naakte vrouw of een ander verhaal is – in wezen een plat vlak is, bedekt met kleuren die op een bepaalde manier geordend zijn”. De eeuw daarna zouden er vele schilders zijn die zich uitsluitend bezig hielden met het onderzoek naar de grondbeginselen van het beeld: afmetingen, vorm, lijn, kleur, textuur, materiaal en werkwijze. Dit culmineerde eind jaren zestig in Minimal Art en in Nederland in de tentoonstelling Fundamentele Schilderkunst in het Stedelijk Museum in 1975. Aan deze tentoonstelling deden 17 kunstenaars mee onder wie Gerhard Richter, Robert Ryman, Alan Charlton en Robert Mangold.

Marius Lut, die op dit moment het tweede jaar van de Rijksakademie doorloopt, deed niet mee aan deze legendarische tentoonstelling; hij werd pas een jaar later in Den Haag geboren. In Galerie West is te zien hoe ook Lut zich louter bezighoudt met de formele grondbeginselen en de zoektocht naar de impact van minieme verschuivingen in de speelruimte van het platte vlak. Hij vult het vlak met vormafbakenende kleuren. Per werk gebruikt Lut slechts één kleur; dit keer zijn dat knalblauw, feloranje, zilver, zwart en groen. Naast verf gebruikt hij kleurgebonden tape, zacht pvc en epoxyhars.

De vraag is waarom een jonge kunstenaar zich in 2009 nog bezig houdt met het ogenschijnlijk kaal gegrazen terrein van monochrome, fundamentele schilderkunst.

In zijn materiaalgebruik verschilt Lut misschien iets van de kunstenaars die deelnamen aan bovengenoemde tentoonstelling, waar verf vrijwel het enige medium was. Robert Ryman hield zich echter ook bezig met de wijze waarop de drager aan de muur is bevestigd – soms met nietjes en plakband. Dit zie je terug bij Lut, die rustig twee werken met tape aan de muur bevestigt. Dit tape maakt volledig deel uit van het werk en kan er niet los van worden gezien.

Voor Robert Mangold was het schilderij zowel een object als een oppervlak. Om dit te benadrukken maakte hij vanaf midden jaren zestig zogenoemde ‘shaped canvases’, waarbij de doeken niet alleen rechthoekig waren, maar ook andere vormen konden aannemen. Ook Lut schildert wel op ronde en halfronde doeken, hoewel hij vaker kiest voor de rechthoek. In de tentoonstelling is een rechthoekig werk te zien dat eenvoudigweg is bespannen met zacht zwart pvc. Het is een drie-dimensionaal object dat tegelijk het dwingende kader van het platte vlak benadrukt.

Een zelfde beheerste uitspraak doet Lut door het gebruik van slechts één kleur per werk. De vorm lijkt de kleur te bepalen en uiteindelijk lijken kleur en vorm aan elkaar gelijk te zijn. Toch is er bij Lut sprake van compositie, terwijl bij Alan Charlton en Gerhard Richter in 1975 bijna niet meer van compositie kon worden gesproken. Charlton maakte en maakt nog steeds compositieloze, consequent grijze doeken. Richter maakte aan het eind van de jaren zestig vooral Farbtafeln, die wel iets weghadden van uitvergrote kleurkaarten uit de verfwinkel. Kort daarna ontstonden zijn monochrome en zijn volledig grijze doeken.

Met name de oranje werken van Lut imponeren door hun visuele impact. Opgebouwd uit fel oranje tape, bedekt door een laag transparant en glanzend epoxyhars, doen de werken pijn aan je ogen. Het oogt perfect afgewerkt, totdat je in het tape een zwart vlekje ontdekt en aan de achterkant van het werk de gestolde druppels epoxyhars. Dit soort imperfecties zie je ook bij ander werk, waar aantekeningen in potlood tussen de gekleurde vormen op het doek staan.

Misschien nog indrukwekkender dan de signaalkleuren, is het dat Lut de ondankbare taak op zich neemt om verder te borduren op de ingesleten kijkpatronen van het formalisme. Lut tovert nog braakliggende of slechts terloops aangesneden niches in dit rigide vocabulaire tevoorschijn. Dit is geen gemakkelijke keuze, ook omdat zijn werk al snel associaties oproept met de werken van tal van voorgangers. Tegelijkertijd draagt juist deze historische connotatie bij aan de werking van Lut’s monochromen. Er was wellicht sprake van een ingesleten kijkpatroon maar dat blijkt nog verder te kunnen worden gepolijst zonder dat het gaat vervelen.

WANNES GOETSCHALCKX, MATTHIJS BOSMAN EN MARIUS LUT
8 mei t/m 6 juni 2009

Galerie West
Groenewegje 136, Den Haag

Zaaloverzicht MYPAINTING.NU (foto: Madeleine Heijmans)

Drie maanden lang toont Lokaal 01 schilderijen van 35 bekende en minder bekende kunstenaars. Een schilderij van JCJ Vanderheyden hangt er boven een driedimensionaal werk van Jan Maarten Voskuil. Er is werk van grootheden als Luc Tuymans, Wilhelm Sasnal, Bernard Frize en Teun Hocks, naast dat van nieuwe talenten, waaronder Thomas Raat en Martijn Schuppers. De schilderijen zijn bewust gekozen om hun ontoegankelijkheid en toch staat de beschouwer centraal.

De organisatoren Jean-Marie Bytebier en Kris van Dessel spreken met de tentoonstelling MyPainting.nu bezoekers direct aan: er is een uitgebreid activiteitenprogramma, studenten kunnen workshops volgen en er zijn discussies. De tentoonstelling wordt wel drie keer officieel geopend. Steeds worden dezelfde werken door verschillende curatoren anders gehangen en dat alles is via een webcam op internet te volgen. In Lokaal 01 is niet een expositie, maar een proces aan de gang.

Het is een ambitieus project, dat de beschouwer lijkt te willen wijzen op zijn esthetische verantwoordelijkheid. Zoals een verantwoordelijke burger meedenkt over de plaatselijke politiek en meehelpt in de buurt kan, ook als het om smaak gaat, van een actieve burger betrokkenheid verwacht worden. Het ligt in de lijn van het begrip ‘Citizenship of the Republic of Taste’ dat de schilder Sir Joshua Reynolds in de 18e eeuw introduceerde. Een burger met smaak heeft een onderlegde blik waarmee hij verder kijkt dan zijn eigen belang, zo vond Reynolds, en alleen onder die voorwaarde mag de burger zich afvragen wat een kunstwerk voor hem betekent.

Het smaakonderricht in MyPainting.nu kun je zien als een reddingsactie voor de ernstige schilderkunst. Publieke steun is tenslotte ook in de kunst een basisvoorwaarde en er is maar een klein publiek voor moeilijke en trage schilderkunst. Als goede smaak te ingewikkeld wordt haakt het grote publiek af. Deze maanden is in Lokaal 01 de kunst moeilijk, maar het standpunt van de beschouwer juist het middelpunt van de tentoonstelling. Via de steeds wisselende presentatie van dezelfde schilderijen gaat de bezoeker vanzelf meedenken, zo lijkt de gedachte.

Dat nieuwe inrichten gebeurt door drie medecuratoren: twee schilders (Jan Maarten Voskuil en Olphaert den Otter) en filosoof Christophe van Eecke. ‘Kijken is kantelen’ stelt de laatste. Je kunt naar een schilderij toelopen, je bekijkt het een beetje van rechts, van onder- of bovenaf. Je betrekt het bij het schilderij dat ernaast hangt. Je registreert verschillen en overeenkomsten.

Sommige schilderijen zijn in hun eentje in staat om je blik te laten kantelen. My Father’s Room (2002) van Wilhelm Sasnal bijvoorbeeld. Door met een harde kwast in de drogende donkere verf te strijken is een vleug in de verf ontstaan die het licht telkens op een andere manier reflecteert.

De aansporing van de organisatoren om buiten het kader van het schilderij te treden lijkt een minieme wenk, maar binnen de geschiedenis van de ernstige schilderkunst kun je het zien als een duw van jewelste. Critici als Clement Greenberg en schilders zoals Ad Reinhardt streefden een halve eeuw geleden naar precies het omgekeerde. Hun ideaal was een pure, niet-narratieve schilderkunst die gepaard ging aan een zuivere blik en een neutraal standpunt van het publiek. Een goede beschouwer was in staat zich de ideale omstandigheden voor te stellen rond een schilderij. De tentoonstellingsruimte werd weggedacht. En zoiets als lichtreflectie, dat een schilderij als My Fathers Room zijn bestaansrecht geeft, werd gezien als een hinderlijk detail.

Dankzij tientallen jaren installatiekunst is de tentoonstellingsruimte nu bepalend geworden. En dankzij fotografie en film promoveerden de onbeduidende foutjes in het beeld, de barstjes en bultjes, tot ware ankers voor de blik.

Gek genoeg doet MyPainting.nu toch aan de ivoren toren van Greenberg en Reinhardt terugdenken. Misschien ligt dat aan de soberheid van de meeste werken. Of omdat de tentoonstelling vooral een mannenaangelegenheid is. Slechts drie van de exposanten is vrouw en geen enkele vrouw verhangt deze maanden de schilderijen.

De welwillende bezoeker houdt het onzekere gevoel niet tot de ingewijden te behoren. Zijn kantelende blik genereert een stroom ongemarkeerde data, maar nergens vindt hij aanwijzingen voor het beoordelen hiervan. De belofte van de organisatoren om de helpende hand te bieden bij het ontsluiten van de geheimen van al dit hermetische werk wordt in feite niet waargemaakt. De schilderijen van MyPainting.nu moeten ieder voor zich veroverd worden.

Dat is niets nieuws, ook al heet het tegenwoordig ‘slow looking’. Je moet er voor openstaan en de benodigde vaardigheden zelf ontwikkelen. ‘I like to think that serious art is not at all exclusive, but it is not for everyone, it’s for anyone’, zo wordt Jeff Wall geciteerd in een bijgaand essay. Een burger zijn met smaak is niet elitair of moeilijk, maar het kost wel persoonlijke inspanning.

Openheid en onthullingen mogen dan vooral papieren beloftes blijven, met MyPainting.nu heeft het kunstenaarsinitiatief wel een eigen manier gevonden om met schilderkunst om te gaan. Ze maakten een scheurtje in de vanzelfsprekendheid van het exclusieve, onderlegde standpunt. Voor wie de aloude kunst van ‘slow looking’ verstaat en die dat graag combineert met hedendaags ‘DIY’ (do it yourself) en ‘multi-tasking’, is in Breda een tijdelijk bedevaartsoord opgezet. Je kunt er de komende maanden vele malen naar terug keren en telkens hetzelfde en toch steeds iets nieuws zien.

MYPAINTING.NU
Ante Timmermans, Bernard Frize , Bert Frings, Blinky Palermo, Bruno Hardt, Christophe Van Eecke, Clemens Hollerer, Dirk Vander Eecken, Fabian Marcaccio, Hedwig Houben, Helmut Dorner, Huub van der Loo, Jan Maarten Voskuil, Janice McNab, JCJ Vanderheyden, Jean-Marie Bytebier, Johan De Wilde, Jos van der Sommen, Karel Wouters, Kris Van Dessel, Lieven Hendriks, Lucas Devriendt, Luc Tuymans, Martijn Schuppers, Olphaert den Otter, Patrick Vanden Eynde, Pieter Vermeersch, Teun Hocks, Thierry De Cordier, Thomas Raat, Tilman, Tina Gillen, Wilhelm Sasnal

19 april t/m 12 juli 2009
Lokaal 01
Kloosterlaan 138, Breda

Het depot waarin de werken worden weggehangen die (tijdelijk) niet in de tentoonstelling te zien zijn (foto: Madeleine Heijmans)
Wilhelm Sasnal, MY FATHERS ROOM, 2002 (foto: Karin Voogd)

OOK ADVERTEREN IN DEZE AGENDA?
Tube’s Ads verschijnen in elk nummer van het tijdschrift.
Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar voor 2009.
Klik hier voor tarieven en contact.

ARGUMENT VERTONINGSRUIMTE
Korte Schijfstraat 17
5038 SV Tilburg
T/F 013-5353785
www.argument-tilburg.nl
t/m 31 mei: MONIQUE LAROS, tekeningen
7 juni 15.-17 uur: De verzameling van ERIK FENS
27 juni tot en met 12 juli: PIT presenteert: MARTIN PFEIFE (DE) – HEMMA

ASCHENBACH & HOFLAND GALLERIES
Bilderdijkstraat 165-c, Amsterdam
t 020 4121778
www.xs2art.com

GALERIE DE EXPEDITIE
Leliegracht 47, Amsterdam
t 020 6204758
16 mei t/m 4 juli: JAKUP FERRI, NYSRET SALIHAMIXHIQI Works on Paper

GALERIE HOF & HUYSER
Bloemgracht 135, Amsterdam
t 020 4201995
www.hofhuyser.nl
voor programma zie website

MOTIVE GALLERY
Elandsgracht 10, Amsterdam
t 020 3303668
www.motivegallery.nl
Voor programma zie website

GIST – Amsterdam
Veemkade 364, Amsterdam
www.gistgalerie.nl
13 mei t/m 17 mei: Art Amsterdam o.a. THOMAS ELSHUIS solo en FLORE DE KONING, MAARTJE OVERMARS, SEET VAN HOUT, ERIK SEP
14 t/m 17 mei in de galerie: red greenhouse, SEET VAN HOUT
23 mei – 27 juni: Yeasty, ARNO KRAMER, GIJS ASSMANN, BARBARA POLDERMAN
GIST – projectruimte te Brummen, Gravenstraat 7
Zie website voor programma

GALERIE LUTZ
Oude Delft 195, Delft
t 0152131849
www.galerielutz.nl
(juli & augustus alleen op afspraak)
13 t/m 17 mei :Art Amsterdam stand 112 BONNIE SEVERIEN schilderijen(solo), LIDY JACOBS mixed media(solo)
24 mei t/m 5 juli: SASKIA ADMIRAAL, EMMA VAN DRONGELEN BARBARA POLDERMAN tekeningen en ruimtelijk werk

GALERIE DE ZAAL
Koornmarkt 4, Delft
t 015 2145913
www.dezaal.nl
(in juni, juli, en augustus alleen na afspraak):
19 april t/m 24 mei: WILLEM VAN DEN HOED Hotel-Rooms, inclusief catalogus

GALERIE MAURITS VAN DE LAAR
Herderstraat 6, Den Haag
t 070 3640151
www.mauritsvandelaar.nl
t/m 7 juni: MARTIN ASSIG(D) – tekeningen, schilderijen
13 t/m 17 mei Art Amsterdam: ROBBIE CORNELISSEN – tekeningen + nieuwe animatiefilm

GALERIE NOUVELLES IMAGES
Westeinde 22, Den Haag
t 070 3461998
www.nouvellesimages.nl
t/m 20 juni: LUCASSEN 70, collages, modificaties en schilderijen
solotentoonstelling van Lucassen samen met door hem
uitgenodigde kunstenaars ARMANDO, WILLEM HUSSEM, LUCEBERT, RONALD NOORMAN, DAVID VANDEKOP, AUKE DE VRIES
Bovenzaal: JASPER DE BEIJER, foto’s 2003-2009
(tentoonstelling valt samen met solo Fotomuseum, Den Haag)
27 juni t/m 22 augustus: Eat the Frame, GEAN MORENO, RENE TOSARI, MIRIAM KORT, JEAN BERNARD KOEMAN, DWIGHT MARICA, ANTON VREDE, MIEK HOEKZEMA, HAMID EL KANBOUHI, MOSHEKWA LANGA, CARL POPE, KALEB DE GROOT. Curator Michael Tedja

GALERIE RAMAKERS
Toussaintkade 51, Den Haag
t 070 3634308
www.galerieramakers.nl
t/m 31 mei: TON VAN KINTS volo di rondini, SJOERD BUISMAN, recente beelden
13 t/m 17 mei (art Amsterdam) solo TON VAN KINTS
7 juni t/m 26 juli: 15 jaar galerie ramakers project 1
favoriete kunstwerken van kunstenaars van de galerie worden getoond in de galerie.
7 juni t/m 6 september: 15 jaar galerie ramakers project 2 (buitenlokatie)
Op 500 meter afstand van de galerie rondom de schitterende 19e eeuwse villa van architectenburo Roeleveld & Sikkes gelegen aan de waterkant van de Mauritskade zullen 10tal grote sculpturen getoond worden van SJOERD BUISMAN, NIKO DE WIT JAN VAN MUNSTER, JONCQUIL, WARFFEMIUS, HIEKE LUIK., MAT VAN DER HEIJDEN, CHRISTIEN RIJNSDORP, ALBERT VERKADE, JOHAN MEIJERINK. Dit 2e project zal 3 maanden te bewonderen zijn, ook vanaf de straatkant. Een aantal kunstenaars zullen speciaal voor deze lokatie een beeld maken.

CENTRUM BEELDENDE KUNST NIJMEGEN
Klein Mariënburg 24, Nijmegen
t 024 3600760
www.cbkgelderland.nl
14 mei t/m 21 juni: Diafragma 2009 – fotografietentoonstelling i.s.m. Borax, Dziga, ACN en Radbout Universiteit & UMC St. Radbout.
17 mei t/m 14 juni: De Kluis Deep inside, Openbaring VI ANS VERDIJK
21 juni t/m 19 juli: De Kluis Deep inside – Openbaring VII – KEES VAN GILST

RAMFOUNDATION
Blekerstraat 10, Rotterdam
t/f: 010 4767644
www.ram-art.nl
13-17 mei :Art Amsterdam, solo PER ABRAMSEN + groepspresentatie
t/m 14 juni: Crossing Directions, MARJOLIJN VAN DEN ASSEM, MARJOLEIN DIJKMAN, BELU SIMION FAINERU
WIPKE IWERSEN + nieuwe editie
t/m 3 juli: JAN ERIC VISSER
26 juni t/m 3 juli: Presentatie eindexamen Master Fotografie AKV/St Joost.

RONMANDOS
Rodenrijselaan 24, Rotterdam
t +31 10 4677590
www.ronmandos.nl
zie website voor programma
Prinsengracht 282, Amsterdam
t+31 20 3207036
6 juni t/m 18 juli: PETER FUNCH & ARTHUR KLEINJAN, Photography & film
13 t/m 17 mei: Art Amsterdam, HANS OP DE BEECK photography, DYLAN GRAHAM hand-cut paper
8 t/m 13 juni: VOLTA5, Basel, ARTISTS ANONYMOUS (installation)
8 t/m 14 juni: THE SOLO PROJECT, Basel RENATO NICOLODI sculpture, photography

GALERIE WEST
Groenewegje 136, Den Haag
t 070 392 53 59
www.galeriewest.nl
t/m 6 juni: WANNES GOETSCHALCKX (BE), MARIUS LUT (NL), MATTIJS BOSMAN (NL), New works
13 t/m 17 mei: Art Amsterdam
13 juni t/m 4 juli: FLORENTIJN HOFMAN nieuw werk

HEDEN
Denneweg 14a, Den Haag
t 070 346 5337
www.heden.nl
t/m 23 mei: AD DEKKERS, De problematiek betreffende de functie en het karakter van de lijn – tekeningen
3 juni t/m 19 juli: Een Haags drukkersleven, Van Delta naar De Dageraad
Heden 7X11 Ypenburg
Patrijsplantsoen 23, Den Haag
www.7×11.nl
11 t/m 17 mei: De week van Ypenburg, Afsluiting project P J ROGGEBAND

MOIRA EXPOSITIERUIMTE
Wolvenstraat 10, Utrecht
www.moira-utrecht.nl
t/m 31 mei: TOM KOK, Dipool Analogie 2; energie, entropie, volume.
Installatie met pseudowetenschappelijke opstellingen
20 juni t/m 5 juli: EJDERKAN TASTEKIN, lichtinstallatie

RC DE RUIMTE, kunstenaarsinitiatief
J.P.Coenstraat 51-55, IJmuiden
t 0255-527435
www.rcderuimte.com
t/m 7 juni: Compounded Content: gastcurator Kees Bierman van de Trage Ruimte. KEES BIERMAN, BART KELHOLT, JOOP STOOP, RONALD RUSELER, EUGENE TERWINDT, EMO B VERKERK
t/m 7 juni: De Groote Szpilman:Installatie met alle Szpilman Award kunstenaars van 2003-2008.
20 juni t/m 12 of 19 juli: Zomertentoonstelling Quantumvis V
Grote salonachtige show waaraan meer dan 100 kunstenaars
deelnemen. Dit jaar draait deze tentoonstelling ook in de
Servicegarage in Amsterdam, als ook in Haarlem.

GALERIE 37 SPAARNESTAD
Groot Heiligland 37, Haarlem
t 023-5518432
www.spaarnestadphoto.nl
7 juni t/m 12 juli: ESTHER BRUGGINK, Sculptuur,
MIRJAM SOMERS, Video

MKGALERIE
Witte de Withstraat 53, Rotterdam
t010 2130991
www.mkgalerie.nl
Zie website voor programma

GALERIE VAN DEN BERGE
Westwal 45, Goes
www.galerievandenberge.nl
Art Amsterdam: DAVE MEIJER, JUS JUCHTMANS, PAUL GEES
t/m 20 juni: JAN VAN MUNSTER, Ratio, recente neon objecten, LIES NEVE schilderijen
(gesloten tijdens Art Amsterdam en Hemelvaartsdag)

P.ART of your life
Baileystraat 11a
8013 RV Zwolle
17 mei t/m 30 juni: Opmaat, JAN VAN NUENEN, KIM HABERS, SACHI MIYOCHI, SIMONE HOOYMANS, FLORIS KAAIK

GALERIE KASTEEL VAN RHOON
Dorpsdijk 63
3161 KD Rhoon
010-501 85 76
t/m 24 mei: COR DROST, Contemplation and Creation, LESLIE ROBBINS Wooden Soldiers KARIN TRENKEL Wasser und Felsen
31 mei t/m 28 juni: Tekeningen, FRANK KONINCKS, CAROLINE PETERS, ALLARD BUDDING, NINA BOAS, JOSHUA THIES, CHRIS VAN MULLIGEN, FLORIAN VAN ROOIJ, DINA VOS

ADVERTEREN IN TUBE’S ADS AGENDA?
VOOR 2009 IS ER NOG RUIMTE VRIJ

Sylvie Zijlmans & Hewald Jongenelis, TEN TO ONE, 2008

Een wandvullende, geënsceneerde foto van een geënsceneerd zomerfeest op een weiland in Broek in Waterland, met een directe verbinding naar China. Sylvie Zijlmans (1964) en Hewald Jongenelis (1962) zijn erin geslaagd om Museum Boijmans Van Beuningen te verrijken met een conceptueel, filosofisch en qua technische uitvoering uitzonderlijke foto-installatie.

In 1942 schilderde Raoul Dufy Het grote orkest. Een visueel equivalent van een muzikale weidsheid. Een vol klinkend symfonieorkest, uithalend in een overweldigende compositie, ook in de wijze waarop Dufy het orkest op het doek plaatste. Met een muzikaal ritme worden de orkestleden en hun muziekinstrumenten in een allesomvattende klankkleur op het doek neergezet. Alle spelers zijn even belangrijk. De dieptewerking is beperkt, de orkestleden worden op het doek ‘gestapeld’ om aan allen, ook aan de cimbalist, even veel recht te doen als aan de dirigent of aan de eerste violist. Er wordt gezamenlijk één werk gemaakt, één compositie uitgevoerd. Het plezier van de orkestleden spat er vanaf en het genot waarmee het niet zichtbare publiek luistert en kijkt is tintelend voelbaar.

Door de muziekinstrumenten een kleuraccent te geven – vooral de instrumenten die een ‘ondergeschikte’ rol spelen, maar wel voor het geheel van essentiële betekenis zijn, zoals geel voor de cimbalist – en door de snelle beweging van de violisten van een rode toets te voorzien, wordt de aandacht van de kijker/luisteraar over alle orkestleden verspreid. Dan pas hoor en zie je het geheel.

Dat is precies wat Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis met hun foto Ten to One (op groot formaat: 292 x 480 cm.) ook doen: een perfecte compositie waarbij aan alle ‘spelers’ even veel aandacht wordt besteed. Dirk van Weelden, filosoof en schrijver, noemt dit ‘de wet van gelijke aandacht’. Hij schreef een essay in het magazine dat verscheen bij de foto-installatie, waarin hij ingaat op wat van een feest een goed feest maakt. Daarbij is iedereen even belangrijk voor het geheel. Er zijn geen sterren of figuranten; niemand wordt uitgesloten, op de achtergrond gesteld of vergeten. Een zomerfeest van gelijkwaardigheid dus. Een feest waar je zelf ook zou willen zijn, om mee te helpen het tot een geslaagd feest te maken.

Zijlmans en Jongenelis bereiken dit effect door de personen die een beweging maken of felgekleurde kleding dragen op de achtergrond te plaatsen, en zij die meer gedekte kleuren aan hebben of op een bank zitten voorin de foto te situeren. De eenlingen zijn bovendien zo gepositioneerd dat zij precies op de goede plaats staan om optimale aandacht van de kijker te krijgen. Bovendien heeft geen van de feestgangers een blauw kledingstuk aan, omdat dat teveel zou samenvallen met de wolkenloze, blauwe lucht boven het weiland in Broek in Waterland.

Om dit effect te bereiken zijn er tien fotosessies nodig geweest, op tien verschillende zonnige zomerdagen. Ter voorbereiding schoven Zijlmans en Jongenelis eindeloos met Lego-poppetjes, bankjes, autootjes en boompjes in verschillende kleuren om de gewenste compositie te verkrijgen, die vervolgens precies zó werd neergezet door tien vrienden – vijf mannen en vijf vrouwen – in dat weiland in Broek in Waterland. Het resultaat is één haarscherpe en ultiem geënsceneerde foto, waarop het in eerste instantie lijkt alsof je honderd mensen ziet. Het zijn er echter tien, in tien verschillende posities. Zij dragen daarbij steeds andere kleren. Dat heeft een anonimiserend effect.

Die in totaal honderd verschillende kledingstukken geven een extra dimensie aan het verhaal rond deze foto. Ze zijn gemaakt door honderd verschillende kleermakers in Beijing, China. Zijlmans en Jongenelis zijn voorafgaand aan de fotosessies in het weiland naar China gegaan en hebben op uniforme wijze portretfoto’s gemaakt van al deze kleermakers in hun werkomgeving. Daardoor komen deze kleermakers opeens heel dichtbij. Zij worden uit de anonimiteit gehaald waar Chinese kleermakers voor ons westerlingen gewoonlijk in verblijven. Zij zijn de verpersoonlijking van de sociale, economische en financiële interdependentie van onze wereld, waarin iedereen van iedereen afhankelijk is geworden. Van honderd kleermakers met al hun persoonlijke verbindingen naar tien vrienden naar één foto: het is ‘hundred to ten to one’, waarbij het vele (de Chinese kleermakers) verpersoonlijkt wordt en het weinige (tien vrienden) geanonimiseerd.

Elk product is door tientallen handen van ‘all over the world’ gegaan, voordat wij ervan gebruik maken. De foto en het magazine van Zijlmans en Jongenelis geven dat proces een gezicht. ‘Act local’ (een feestje in Broek in Waterland), zeggen ze, maar ook: ’think global’ en ‘dress Chinese’. Dit laatste was nodig in het strenge, zichzelf opgelegde concept met de daarbij behorende spelregels. Niets mocht aan het toeval worden overgelaten. De kleuren en de snit van de kleding moesten precies zijn zoals uitgedacht. Dit ten behoeve van Zijlmans’ en Jongenelis’ strenge compositie. Toevallige confectie voldeed niet, enkel letterlijk maatwerk. Het besef van dit proces, van al het werk dat aan de foto vooraf ging, zet aan tot een aandachtige blik. Het dwingt je tot een nauwkeurige observatie en het met volle overgave ‘luisteren’ naar de compositie. Het grote orkest speelt en je komt ogen en oren tekort.

TEN TO ONE
Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis
vanaf 28 februari 2009

Museum Boijmans Van Beuningen
Museumpark 18-20, Rotterdam

Wieki Somers

Louise Schouwenberg, Elian Somers
Wieki Somers, MERRY-GO-ROUND COAT RACK, 2008 (foto: Elian Somers)

Een garderobe die meer obstakels dan gemak oplevert, zo omschreef NRC-columnist Frits Abrahams de Merry-go-round coat rack in het entreegebied van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Ontwerper Wieki Somers (1976) lacht om de kritiek. Met het ontwerp, dat ze ontwikkelde met Dylan van den Berg, werd ze genomineerd voor de ‘Brit Assurance Design of the Year Award’. Bovendien staat de functionele werking van het systeem al lang buiten kijf. “We hebben de materialen en vorm veranderd, maar het systeem zelf is geïnspireerd op een oude mijnwerkerskapstok. Mensen moeten er misschien aan wennen dat hun tassen in transparante, glazen kluisjes zitten en de jassen hoog boven hun hoofden worden gehesen. Daar hangen ze veilig, maar wel in het zicht van iedereen. Door de interactie met het publiek verandert de carrousel van jassen voortdurend van vorm en kleur.

Dat de garderobe binnen een museale context zowel fungeert als gebruiksmeubel als artistieke installatie, is een opvallende rode lijn in het werk van Somers. Ze is niet zozeer uit op een visueel herkenbaar handschrift als wel op een betekenisvol werk. “We ontwikkelen niet een bepaalde stijl, een typisch Wieki Somers-sausje voor herkenning of voor de verkoop. Het gaat ons om de dingen zelf. We onderzoeken het gebruik, de context, de betekenis van producten, conventies, rituelen. Uit dat onderzoek rollen heel diverse producten, waarbij de inhoud altijd onlosmakelijk is verbonden met de keuze voor het materiaal en de techniek. Ongeacht of het nou om een artistiek statement gaat of om een functioneel product, de totale beleving staat centraal. De Merry-go-round coat rack is bijvoorbeeld een functioneel gebruiksmeubel, hij moet domweg goed werken. Tegelijkertijd valt er méér aan te ontdekken. De installatie werkt als een spiegel van het museum. Je ziet gelijk of het druk is binnen en welk soort bezoekers een expositie trekt. Bovendien vertelt hij ook een verhaal dat aansluit bij wat een museum betekent. De jassen van de bezoekers worden door hun zichtbaarheid als het ware onderdeel van de museumcollectie.”

Dat Somers geïnteresseerd is in de betekenislagen en verhalende kracht van gebruiksvoorwerpen plaatst haar binnen de traditie van Nederlands design. Ze studeerde eind jaren negentig op de befaamde Design Academy Eindhoven en trad daarmee in de voetsporen van ontwerpers als Jurgen Bey, Richard Hutten en Hella Jongerius. Deze eerste generatie ‘conceptueel ontwerpers’ had een kleine tien jaar eerder de wereld veroverd met ontwerpen die primair werden geboren uit kritische ideeën en persoonlijke fascinaties. Omdat ze vooral op eigen initiatief en slechts zelden in opdracht van bedrijven werkten, zou hun beroepspraktijk gelijkenis gaan vertonen met de beroepspraktijk van beeldend kunstenaars. De generatie die volgde, met onder meer Wieki Somers, Job Smeets, Maarten Baas, Bertjan Pot en Chris Kabel, zette een stap verder. Concepten werden minder belangrijk en het werken vanuit de intuïtie won aan gewicht. Schoonheid mocht weer. Er ontstond aandacht voor de context waarin gebruiksvoorwerpen functioneren. De rituelen waartoe ze uitnodigen. Hun poëtische zeggingskracht. Somers: “Wat mij vanaf het begin fascineert is de relatie tussen mensen en dingen. Wat is een voorwerp en wat zou het kunnen zijn. Door telkens ongebruikelijke vragen te stellen, onderzoek ik welke verborgen waardes er schuilen in meubels, in serviezen, in vazen. Voor mij zijn de dingen waarmee we ons dagelijks omringen perfecte media om te communiceren. We leven er tenslotte tussen. Ze zijn als een taal voor mij.”

Terwijl er talloze overeenkomsten zijn tussen het werk van Somers en haar generatiegenoten, is er ook een duidelijk onderscheid, met name in de wijze waarop zij de verhalende kracht van de dingen koppelt aan het maakproces. Of ze nu werkt met traditionele, ambachtelijke materialen zoals keramiek, glas en textiel of met hightech kunststofweefsels, de tactiliteit, de sensuele uitstraling, de mogelijkheden en inherente betekenissen van een gekozen materiaal dragen in sterke mate bij aan de betekenissen die ze wil overbrengen. “Door bestaande oplossingen niet als vanzelfsprekend aan te nemen en hen telkens weer te ondervragen, creëer ik ruimte voor experimenten. In het maakproces ontstaan nieuwe ideeën. Toeval speelt daarbij een belangrijke rol, maar ook de mate waarin Dylan en ik in staat zijn materialen zo te manipuleren en transformeren dat ze doen wat wij ermee willen uitdrukken. We zoeken altijd naar een balans tussen ratio en intuïtie. Vandaar de titel van onze overzichtexpositie in Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch: THINKING HANDS, SPEAKING THINGS. In de verbinding tussen het intuïtieve maakproces en de inhoud ontstaan nieuwe inzichten. Het resultaat biedt de gebruiker vervolgens ruimte voor verwondering en eigen interpretaties. Ik zie producten als metaforen van het dagelijkse leven. Producten kunnen refereren aan bepaalde gebeurtenissen of ze incorporeren diverse verwijzingen. Door de versmelting van al die betekenissen worden ze het waard gekoesterd te worden. Als dingen puur functioneel blijven, maar ook als dingen zonder veel aandacht voor het maakproces zijn ontstaan, creëer je geen intieme relatie met de gebruiker. Er is al zoveel ruis aan spullen in de wereld!”

Inmiddels werkt Studio Wieki Somers al een klein decennium aan een omvangrijk oeuvre, zowel op eigen initiatief als in opdracht van bedrijven en musea. Het werk is opgenomen in diverse museale collecties en wordt met grote regelmaat gepresenteerd in de internationale media. Bekende iconen zijn Blossoms, een vaas waarin de bloem als het ware is vergroeid met zijn container, de Matrasvaas, die speelt met verwijzingen naar oude scheepsboeien en de vervaagde decoraties van oude matrassen, High Tea Pot, een theepot in de vorm van een dierenkop met bontjas, Bathboat, de transformatie van een roeiboot tot badkuip en Bellflower, waarin verlichting en lamp organisch zijn vergroeid. Dat Somers zich bij al haar ingrepen bewust is van de waarde van het verleden is misschien nog het beste zichtbaar in Departed Glory. Op verzoek van het Haags Gemeentemuseum ontwierp ze de twee missende onderdelen van een driedelige tulpenvaas uit de zestiende eeuw, waaronder het verstilde, witte beeld van verwelkende tulpen. Deze fossielen van tulpen zijn ontstaan door echte tulpen te dippen in porselein. Het natuurlijke materiaal verbrandde tijdens het stookproces. Tegelijkertijd werden de bloemen vereeuwigd als fragiele porseleinen replica’s en als zodanig verenigd met de vaas. Iedere museaal gepresenteerde vaas vertelt ons iets over de tijd waarin hij werd gemaakt. Dat hij wezenlijk een container is die in potentie bloemen kan dragen is nooit zijn primaire doel geweest. Bloemen in een vaas vinden immers vroeg of laat een wisse dood, terwijl de container als stille getuige van vergane schoonheid misschien wel een eeuwig leven wacht.

Wieki Somers richtte na haar afstuderen aan de Design Academy Eindhoven haar eigen studio op met de naam Studio Wieki Somers, waarin zij nauw samenwerkt met Dylan van den Berg.

Wieki Somers, MERRY-GO-ROUND COAT RACK, 2008 (foto: Elian Somers)

Den Haag mag zich verheugen met weer een nieuwe projectruimte: Walden Affairs. Dit initiatief van Joost Nieuwenburg en Mischa Poppe wil ruimte bieden aan werk dat ‘onze perceptie van de fysieke, mentale en denkbeeldige werkelijkheid aanscherpt op een verrassende, prikkelende of onverwachte wijze.’ Gewoon goede kunst dus eigenlijk, met daarbij ook performances, lezingen en een artist-in-residence-plek in de planning. De primeur was aan Gregory Fong, Marjolijn van der Meij, Iede Reckman en Femke Schaap. In mei brengt Walden Affairs een gezamenlijk project van Ditte de Neef en Selma van Panhuis.

WALDEN AFFAIRS
Zuidwal 52, Den Haag

Platform21 ontwikkelt een alternatief concept voor een designmuseum. Als platform voor ontmoetingen tussen ontwerpers, kunstenaars, wetenschappers en architecten wordt een oude kapel aan de Amsterdamse Zuidas gebruikt. Dit publiekelijke laboratorium is de komende maanden in de ban van ‘reparatie’. Het project Platform21 = Repairing laat zien dat als iets kapot is, je het ook kunt repareren. Er worden lezingen, een expositie en reparatieclinics georganiseerd met als doel onze wegwerpmentaliteit te doorbreken en duurzaam te leren denken.

PLATFORM21 = REPAIRING
t/m 30 augustus 2009

Platform21
Prinses Irenestraat 19, Amsterdam