‘Wij hebben geen geheimen’. Als je mensen op straat vraagt of zij geheimen hebben doen ze daar óf een beetje lacherig over, óf ze komen met triviale dingen. Volgens Andreas Wismeijer, psycholoog en schrijver van het boek ‘Geheimen. De psychologie van wat we niet vertellen’ duidt dit soort reacties juist op geheimen. Een geheim, volgens Wismeijer, is informatie die je willens en wetens niet met andere mensen deelt.

De fotografe Diane Arbus deed eens de uitspraak dat een foto een ‘geheim van een geheim’ is. ‘Hoe meer je ziet’, zei ze, ‘hoe minder je weet’. Een foto is dus eigenlijk niet in staat om geheimen te onthullen, maar maakt de werkelijkheid juist mysterieuzer.

Laten we de leden van ons koninklijk huis eens als voorbeeld nemen. In de mediacode is vastgelegd dat zij niet lastig gevallen zullen worden door de pers wanneer zij niet in functie zijn. Op koninginnedag en georganiseerde persmomenten mogen zij vrijelijk vastgelegd worden, maar wanneer zij liggen te zonnen tijdens een huwelijksreis mag dat niet. Maar ja, het is natuurlijk vele malen interessanter te zien hoe onze prins eruit ziet in zijn zwembroek, glimmend van de zonneolie, puffend van de hitte met de prinses in badpak en een blikje verkoelend bronwater aan zijn zijde dan dat je het hele gezin met wapperende blonde haren, jaar na jaar, keurig lachend ziet poseren in de sneeuw.

Nog interessanter is de poging van die andere puffende prins om de fotograaf te slim af te zijn. Hij zal er misschien niet zo over nagedacht hebben op het moment dat het hem overkwam, maar een prins in zwembroek, met dikke zonnebril onder een rieten dakje in Mexico die met een spiegel zwaait naar de fotograaf in de hoop daarmee de fotograaf te verblinden levert natuurlijk een topfoto op.

In de tentoonstelling No Pictures in het Persmuseum is een aandoenlijke bloemlezing uit het Spaarnestad Photo Archief te zien van redelijk willekeurig gekozen grappige momenten die het ontwijken van de camera op kan leveren. Wapperende jassen, gekreukte kranten en kloeke aktetassen om het gezicht te bedekken worden afgewisseld met beelden waarin fotografen weggestuurd of ronduit aangevallen worden. Zo eenvormig als de presentatie is, zo divers zijn de geheimen die niet prijsgegeven mogen worden en de strategieën van fotografen aan het werk die jagen op hun trofee.

In het bijschrift van de foto is te lezen dat de prins en prinses op huwelijksreis zijn, maar wie zegt mij dat die blote knie die boven de rand van de stoel uitsteekt de knie van de prinses is? Met de foto van een geheim krijg je ook weer nieuwe geheimen kado.

GEHEIMEN. DE PSYCHOLOGIE VAN WAT WE NIET VERTELLEN
Andreas Wismeijer en Mirre Bots
Nieuw Amsterdam Uitgevers (2009)
ISBN 9789046806371

Theresia van der Pant, GIRAF (1959)

Vijf jaar geleden woonde ik in het Utrechtse volksbuurtje Ondiep. Op een warme zomeravond raakte ik in gesprek met mijn buurvrouw die op dergelijke dagen de stoep omtoverde tot een plaatselijk café. Het was een gezellige boel tot ik refereerde aan kunst in de openbare ruimte. Toen sloeg de stemming acuut om.

Mijn buurvrouw was zeer ontsteld doordat Giraf uit het Julianapark was weggehaald. Dit kleine bronzen plastiek van een giraffe met lange poten en een elegante nek was al sinds 1959 vaste bewoner van het Julianapark. Om haar gerust te stellen vertelde ik dat het beestje onderdeel was geworden van het tijdelijke kunstproject Roulette en nu veilig op een rotonde stond in de Vinex wijk Leidsche Rijn. Giraf was voor een half jaar door de Duitse kunstenaar Manfred Pernice uit zijn habitat meegenomen.

Helaas was deze verklaring niet geruststellend voor haar. Integendeel: Giraf hoorde thuis in het Julianapark en nergens anders. In haar beleving was het van de ene op de andere dag van zijn sokkel gerukt, om een onacceptabele leegte achter te laten. En zij was niet de enige die dat vond. Heel veel bewoners sprongen in de bres voor Giraf. Ze zagen het als hun bezit, waar niet zomaar een andere kunstenaar mee aan de haal mocht gaan.
 
Een paar kilometer verder stond het lieve diertje op een winderige rotonde pal naast de A2, grenzend aan het net zo winderige Leidsche Rijn. Hij stond  niet helemaal alleen op het tussenlandje, maar was in gezelschap van onder meer een kudde schapen, een abstract geometrisch beeld en een Barmhartige Samaritaan. Die overigens ook niet zonder slag of stoot werd vrijgegeven door de buurtbewoners van Tuindorp.

Giraf was in een vreemde omgeving aanbeland, bovendien stond hij met zijn nieuwe buren op grote betonnen sokkels die Pernice speciaal had ontworpen voor dit doel. Met Roulette liet hij tussen 2006 en 2009 ieder half jaar een andere combinatie van kunstwerken uit de stad Utrecht op de rotonde rouleren. Ze vormden een ensemble waarin verschillende periodes uit de beeldhouwkunst ineens verweesd zij aan zij stonden.

De lege plekken die Pernice in de stad achterliet, waren eveneens onderdeel van zijn strategie. Met de reacties van de bewoners wilde hij inzicht verschaffen in de complexe relatie tussen bewoners en kunst in de openbare ruimte. Door de dynamiek die Roulette letterlijk en figuurlijk in gang zette, was dit voor kunsthistorici en beschouwers van kunst in de openbare ruimte een project om de vingers bij af te likken.

Dat er sprake was van affectie voor de beelden in de openbare ruimte werd met dit project duidelijk. Dat het in dit geval een beeldje met een hoge aaibaarheidsfactor en geen halfvergane abstracte spiraal op een sokkel was, zal zeker ook een rol spelen.

Waar het bij Roulette om beelden ging die nog goed onderhouden waren, is er echter ook een trend merkbaar waarin mensen zich ontfermen over ‘ontheemde beelden’. Groezelige, slecht onderhouden of gewoonweg dwalende beelden die verpieteren onder het geweld van uitdijende speelplaatsen, hondenpoepveldjes of winkelcentra. Natuurlijk zitten daar ondermaatse exemplaren bij, maar voor veel beelden geldt ook dat ze dierbaar zijn voor omwonenden.

In Rotterdam is er het experiment om beelden waarvan onduidelijk is onder wiens verantwoordelijkheid ze vallen, ter adoptie te stellen aan bedrijven en particulieren. Verschillende weesjes zijn zo al liefdevol opgevangen. De Witte Bollen van kunstenaar Hans van der Plas is bijvoorbeeld zo’n wees. Kinderen propten afval in de gaten die in het slecht onderhouden beeld ontstonden. Uiteindelijk werd het beeld slachtoffer van brandstichting. Het zwart geblakerde werk belandde in een opslag, omdat de gemeente geen verantwoordelijkheid voor dit werk wilde dragen. Als het aan de betrokken Rotterdammer Peter Buisman ligt, staan De Witte Bollen binnenkort weer – opgeknapt en wel – op de oorspronkelijke locatie bij het Medisch Centrum Ommoord.

Buisman hield een enquête onder bewoners en zamelde samen met de erven van de kunstenaar geld in. Met driekwart van de financiering binnen, is de kans groot dat het beeld aan zijn nieuwe leven mag beginnen.

Het Huis voor de Kunsten Limburg heeft plannen voor een plek voor ontheemde kunstwerken, de Gemeente Nijmegen heeft een beeldentuin in samenwerking met bewoners ontwikkeld waarin zowel ontheemde als nieuwe kunstwerken staan, en Camping Bakkum vangt al sinds 2005 weesjes op in samenwerking met Kunst en Cultuur Noord-Holland. Geen tochtige rotonden maar liefdevolle opvang.

Manfred Pernice, ROULETTE (2006)
Manfred Pernice, ROULETTE (2006)
Hans van der Plas, DE WITTE BOLLEN (1972)

Altijd tekortschieten

Lise Lotte ten Voorde

Robin Waart heeft behoefte aan het ordenen van de dingen om hem heen. Zijn werk bestaat dan ook vaak uit lijstjes, opsommingen of verzamelingen. Hij maakte video stills waarin de filmpersonages zijn bevroren op het moment waarop ze zeggen ‘What do you think?’ of ‘What are you thinking?’ en een oude encyclopedie die hij aanvulde met 200 portretten van hedendaagse kunstenaars. Megalomane en een beetje treurig stemmende taken waarbij hij en zijn onderwerp immer tekort lijken te schieten.

Voor het boek Part One (grafische omslag met witte achtergrond, niet afgesneden maar aan de rand nog zacht papier om langs je wang te halen) scheurde Waart uit 101 boeken de pagina met ‘Part One’ erop. Het is merkwaardig hoe een zo eenvoudige aanduiding tot leven kan komen. De gradaties van vergeling van het papier (in het boek overigens niet te zien, maar wel op zijn website), het gebruikte font en de spatiëring krijgen plotseling zelfstandig betekenis.

Er is maar een klein beetje fantasie nodig om achter elk begin een verhaal te vermoeden. De tekst op pagina 17 moet wel science fiction aankondigen en het kadertje op pagina 9 luidt waarschijnlijk een zomerromance in. Waart neemt je mee naar het metaniveau van het boek. Weg van wat er uit de zinnen spreekt wijst hij je op je vooroordelen over smaak, en op het script dat bij ‘het goede boek’ hoort. Met zijn ordening heeft hij de rest overbodig gemaakt.

PART ONE
Robin Waart
2010
Oplage: 101
http://robinwaart.nl

Deze zomer verschijnt een nieuwe druk van Part One, in een oplage van 202.

Daniel Dewar & Grégory Gicquel, (UNTITLED) THE HAIRDRESSER'S BIRTHDAY TREAT AND COCOA TOURISMO (2006)

In Witte de With is nog een kleine week een tentoonstelling te zien over de positie van arbeid en ambachtelijkheid in de hedendaagse kunst. Met Making is Thinking onderzoekt curator Zoë Gray de groeiende afstand tussen maken en denken. Zowel in de kunst als in de rest van de samenleving is de kennis over de oorsprong van dingen grotendeels verloren gegaan. Die onthechting stemt tot nadenken en is bron van inspiratie voor vele kunstenaars, waarvan er nu een flink aantal bijeen gebracht is in Rotterdam.

Ik moet denken aan een boek dat ik laatst op de tafel met nieuwe publicaties zag liggen. In The Art of Not Making: The New Artist/Artisan Relationship (Thames and Hudson, 2010) schrijft Michael Petry over de groeiende afstand tussen kunstenaar en kunstwerk. Beginnend bij Rubens atelier vol assistenten en via Duchamps legendarische ready-made Fountain kan Petry concluderen dat de ‘hand van de maker’ geen doorslaggevende factor meer is voor succes. De kunstenaar bedenkt het concept, maar de arbeid wordt steeds vaker uitgevoerd door anderen die de benodigde vaardigheden in huis hebben: het hoofd komt vóór de handen. Noeste arbeid lijkt geen onderdeel meer van het curriculum van de kunstenaar.

Gray baseerde zich voor de tentoonstelling vooral op een boek van Richard Sennett: The Craftsman (2008). Ambachtelijkheid is volgens Sennet de ultieme verbinding tussen hand en hoofd, omdat deze waardering van kale arbeid de enige manier is om verantwoordelijkheid te genereren – zowel bij de arbeider als bij de gebruiker. Denken over wat je maakt of in handen hebt is belangrijk.

De in Witte de With gepresenteerde werken zijn alternatieven voor de kant-en-klare producten van onze ‘postindustriële’ samenleving. Hedwig Houben (1983) speelt op een heel inzichtelijke manier met werkprocessen. In haar videowerken gaat het haar om het moment waarop de kunstenaar besluit over beeldeigenschappen. Geel of groen, roze of blauw. Rond of ronder, plat of nog platter? Alsof ze over een dierbare vriend praat komt in Colour and Shapes, A short Explanation Of My Artistic Practice (2010) naar voren waarom Houben eigenlijk zo graag een piramidevorm gebruikt. Die nauwgezette aandacht voor het vervaardigen is de kern van ambachtelijkheid.

Maar maakt een kunstenaar altijd bewuste keuzes? Het zoontje van Ane Hjord Guttu (1971) doet eigenlijk maar wat, maar Guttu ziet graag diepere betekenissen in zijn composities. Zo geeft zij op humoristische wijze met How to Become a Non-Artist (2007) de schaduwzijde van individualiteit in de kunst weer.

Met bloed, zweet en tranen zijn sommigen bereid de controle over het maakproces te behouden. Wilfrid Almendra (1972) wil koste wat kost zelf zijn gereedschappen maken. Net als bij Houben zijn de resultaten van zijn pogingen grip te krijgen op het hoe en waarom van arbeid, ook het uiteindelijke werk zelf. Handcrafted Pick-axe (2003) en Handcrafted Trowels (2003) maakte hij samen met het duo Dewar & Gicquel, dat eveneens op de tentoonstelling vertegenwoordigd is. Als ‘professionele amateurs’ gaan zij geen techniek uit de weg, waardoor hun werk er regelmatig uitziet als het resultaat van een ontplofte hobbyclub. Enorme kettingen van uit hout gesneden motorhelmen, cricketbats en zeeschelpen, kralen van turkoois geglazuurd keramiek: het lijfelijk ondergaan van het materiaal is aanleiding om tot een compleet nieuw beeld te komen.

De tentoonstellingscatalogus verschijnt online en krijgt gedurende de tentoonstelling vorm. Ook deze keuze toont het verlangen controle uit te oefenen op, of in ieder geval getuige te zijn van de geboorte van een product. Het boek ligt niet kant in klaar in de schappen, gedrukt door anoniem personeel van een bij naam bekende drukkerij, maar wordt procesmatig beschikbaar gesteld. Op deze manier wordt de arbeidsintensiviteit tastbaarder, terwijl de digitale publicatie zelf juist min of meer ontastbaar is geworden. Dat geldt niet voor de tentoonstelling, die hoewel theoretisch geladen, toch zeer toegankelijk is.

Hedwig Houben, COLOUR AND SHAPES, A SHORT EXPLANATION OF MY ARTISTIC PRACTICE (2010)
Ane Hjord Guttu, HOW TO BECOME A NON- ARTIST (2007)
Wilfrid Almendra, HANDCRAFTED TROWELS (2003)

En dan

Jaap Röell
Afbeelding bij BROAD VISION, The art & science of looking, London Gallery West

I’m proud to announce that I belong to the international elite  of contemporary visual art lovers and professionals.
Ik behoor namelijk tot de 0,00000786%  van de wereldbevolking die geabonneerd is op e-artnow.org. Zo eenvoudig is het om toe te treden tot deze club van nu 55.367 kunstliefhebbers en kunstprofessionals. Niets grachtengordel gekneuter, maar in één keer toegang tot de internationale wereld van de beeldende kunst. Laat de benepen kunstsaneerders in Nederland maar proberen €200 miljoen bij elkaar te schrapen, wat ze overigens niet zal lukken. Wij, als internationale kunstelite, zijn dan al lang gevlogen naar verre horizonten van tentoonstellingen in musea en galeries, post graduate programs, calls for applications, residencies en kunstboekpresentaties over de hele wereld.

Tenminste dagelijks, soms twee of drie keer per dag, ontvang ik e-artnow. Een overvloed aan aankondigingen. Die van vanochtend kwam van London Gallery West en nodigde mij uit deel te nemen aan een symposium over Broad Vision, the art & science of looking. En zojuist ontving de aankondiging van Scooter III – Biennial of Young Art in Trnava, Slovak Republic 2011.

Gisteren ontving ik een oproep van het Goethe-Instituut Nairobi om deel te nemen aan het project How Are You? Nooit geweten dat er in Nairobi een Goethe Instituut is. En als ik toch om wat voor reden deze week in Vancouver moet zijn, kan ik naar de opening van de Grunt Gallery; Architettura Attuale; Growing by Numbers. Alleen al in de eerste helft van april plaatsten 14 kunstinstellingen in Amsterdam hun aankondigen op e-artnow.

E-artnow bevestigt wat ik natuurlijk allang wist: wat een overweldigende hoeveelheid exposities, symposia, projecten en experimenten elke week plaatsvindt in de hedendaagse beeldende kunst. 

Niemand kan alle boeken die jaarlijks in Nederland verschijnen, lezen, laat staan die van over de hele wereld. Geen wetenschapper is in staat om alle artikelen die in zijn vakgebied verschijnen, ook daadwerkelijk tot zich te nemen. Muziekrecensenten kunnen niet alle uitvoeringen van de Matheus Passion vergelijken en van commentaar voorzien. Zo is het ook met al die beeldende kunstprojecten. Het is een zenuwachtig makende zee van overvloed.

De wereld van de beeldende kunst is geglobaliseerd. E-artnow toont dat dagelijks meermalen aan. Herkenbare kunststromingen, al of niet regionaal georiënteerd, bestaan niet meer. Om toch enig houvast te hebben bij het beschrijven van een kunstwerk, wordt regelmatig het voorvoegsel neo gebruikt, neo-expressionisme, neo dit, neo dat. Het is een taalkundig hulpmiddel in een ordeningsbehoefte waarvan e-artnow onbedoeld aantoont dat het een schijnzekerheid biedt. Elk werk staat op zichzelf en plukt geheel vrij uit de onmetelijke bron van voorbeelden uit de kunstgeschiedenis.

E-artnow bestaat sinds januari 2008 en is als kunstenaarsinitiatief  ontstaan in Praag. De formule is eenvoudig. Iedereen die een aankondiging op e-artnow wil plaatsen vult een digitaal formulier in. Een redactie beoordeelt de tekst naar inhoud en naar verondersteld belang voor de ontvangers van het bericht. Een week voor de opening van een tentoonstelling, het symposium, de biënnale of wat dan ook op het terrein van de hedendaagse beeldende kunst, wordt het bericht naar intussen 55.368 e-mailadressen gestuurd, 44% in Europa, 42% in Noord Amerika en 14% naar overige regio’s (Zuid Amerika, Australië, Azië).
Hoe meer abonnees, hoe meer aankondigingen op e-artnow geplaatst zullen worden.
Tot mijn mailbox dichtslibt en ik al die berichten niet meer kan lezen. De enige rem op dit soort initiatieven is het succes er van.

p.s. zojuist ontving ik een e-artnow mail waarin het Centre d’Art Contemporain Genève een nieuwe directeur zoekt. Iets voor u?

Afbeelding bij SCOOTER III, Biennial of Young Art in Trnava, Slovak Republic
Afbeelding bij HOW ARE YOU? Goethe-Instituut Nairobi

Ego #09

Basje Boer

Begin dit jaar werd een kolossaal zelfportret van Andy Warhol voor 12,8 miljoen geveild. Christie’s noemde het werk een van Warhols ‘meest iconische beelden’. Maar waarom is het werk zo iconisch? Vanwege het model: de iconische kunstenaar zelf.

Ik greep de gelegenheid aan om Andy Warhols oudste en bekendste biografie te lezen, die van Victor Bockris. In The Life and Death of Andy Warhol bevestigt Bockris dat Warhol als persoon interessanter is dan als kunstenaar. De biograaf beschrijft weliswaar de ontwikkeling die het werk van Warhol doormaakt, maar tot een analyse komt hij niet. Wel doet Bockris een aantal intrigerende, ietwat sensatiebeluste suggesties over Warhols persoonlijkheid die wel degelijk iets zeggen over zijn kunstenaarschap. Over zijn verlangen naar leegte bijvoorbeeld; naar leeg vermaak, naar oppervlakkige mensen en, als logisch gevolg daarvan, naar lege kunst. Zoals iemand in het boek Warhols muze Edie Sedgwick omschrijft als iemand zonder persoonlijkheid, zo lijkt ook bij de kunst van Warhol elke emotie of betekenis te ontbreken.

Ik ben halverwege Warhols biografie als de publieke meltdown van Charlie Sheen nieuws wordt. De eindeloze oraties van de drugsverslaafde celebrity, met als mikpunt de producenten die hem ontsloegen, doken dit voorjaar overal op internet op. Maar niet alleen het web biedt een vruchtbare bodem voor Sheens even krankzinnige als eloquente scheldkanonnades, ook de serieuze media schrijven over het fenomeen.

In een essay op website The Daily Beast verklaart schrijver Bret Easton Ellis Sheens nieuwe status als antiheld aan de hand van de term post-Empire, verwijzend naar het failliet van het rijk van de Amerikaanse entertainmentindustrie. Sandra Bullock die haar prijs voor slechtste actrice in ontvangst neemt bij de Razzie Awards, dat is post-Empire. De vleesjurk van Lady Gaga is post-Empire. James Franco’s ongeïnteresseerde optreden als presentator van de Oscars is post-Empire. Post-Empire is: het mechanisme van het sterrendom begrijpen en het naar je hand zetten. Warhol is Empire, simpelweg omdat Empire het tijdperk was waarin hij leefde. Maar de manier waarop hij het sterrendom manipuleerde, was ultiem post-Empire. In dat sterrendom vond hij tenslotte de leegte waarnaar hij verlangde.

Warhol verhief sterren en starlets tot iconen van een nieuwe religie: de showbizz. Maar door ze eindeloos te herhalen, herhalen, herhalen, reduceerde hij ze tegelijkertijd tot een wegwerpproduct, tot één van de velen, velen, velen. Aan welke kant stond hij eigenlijk? Aan de kant van de sterren, wiens leegte hij bespotte? Of aan de kant van de kunstwereld, aan wie hij leegte verkocht? Warhol heeft er nooit een antwoord op gegeven. Net als Edie, net als zijn kunst, bleef hij een man zonder persoonlijkheid. Hij verafgoodde de pracht en praal van de Empire maar genoot nog meer van het feit dat de achterkant ervan van bordkarton is. Hoe post-Empire!

Dat Warhol Charlie Sheen geportretteerd zou hebben als hij nog leefde, staat buiten kijf. Maar in het post-Empire heeft kunst geen belang meer. Sheen weet als geen ander dat in dit tijdperk internet het ultieme medium is voor een zelfportret.

Gerben Meinders, HULK (2011)

Welke (bovennatuurlijke) gave zou je graag willen hebben?
Bodde: Ik zou graag net als de Hulk af en toe reusachtig, groen en sterk willen zijn. Wel handig bij het bouwen van m’n installaties.
Bokma: Een momentje dood te zijn om vervolgens terug te keren.
Meinders: Morphen.

Kun je je meest recente extatische visuele ervaring beschrijven?
Bodde: Tijdens Art Rotterdam was ik in Cucosa, daar hing werk van Rob van der Hoeven, dit was het tofste werk dat ik de afgelopen 12 maanden heb gezien.
Bokma: Nee, daar ben ik niet toe in staat.
Meinders: Tron Legacy.

Welk, van al je werken door de jaren heen, is je favoriete? Waarom? Omschrijf het.
Bodde: R.A.G. omdat dit mijn eerste ervaring is met groot werken op locatie. Ik had nog nooit zoiets groots gemaakt en wist niet dat ik dat kon. Vanaf die expo maak ik werk op locatie of locatiespecifiek werk.
Bokma: In 2005 in New York heb ik het videowerk Sculpture of Matches and Maskingtape gemaakt. Het begint met een shot van een klein sculptuur gemaakt van lucifer en afplaktape, gefilmd op een sokkel tegen een witte wand. Dan begint het sculptuur van binnenuit te ontbranden. Eerst een klein bruisend vlammetje maar al gauw steekvlammen die het beeld uitschieten. De omgeving verandert van licht naar donker, brandende stukken vallen naar beneden. Het sculptuur verandert in een hoopje as. Het donker wordt weer licht.
Meinders: Ik heb geen favoriet. Ik probeer telkens nieuwe favorieten te maken. Laat ik het zo zeggen; mijn favoriete werk maak ik vandaag nog.

Kun je een filmscène beschrijven die je in het bijzonder geraakt heeft?
Bodde: Uit Als je begrijpt wat ik bedoel met Ollie B. Bommel. Aan het einde van de film is een scene dat ze met z’n allen aan tafel zitten en dat ze Zwelgje heel in de verte horen brullen.
Bokma: Ik durf er bijna niet voor uit te komen maar het is de eindscene van The story of the weeping camel. Een film lang heb ik me verveeld. Tot het laatste moment. De traan die ontsprong aan het grote kamelenoog.
Meinders: Een scene uit Tron Legacy, waarin Sam Flynn nog jong is. Zijn vader, een videogamedesigner verdwijnt. Sam springt wanhopig op zijn crossfiets. Dan krijg je een overgang van racefiets naar motor, twintig jaar later scheurt hij op een Ducati door een tunnel langs auto’s, wordt gespot door een politieagent op motor en ontsnapt. De achtergrond muziek van Daft Punk maakt het compleet cool.

Welke kunstenaar, dood of levend, zou je het liefst jouw tentoonstelling zien bezoeken?
Bodde: Louise Bourgeois.
Bokma: John Baldessari.
Meinders: Leon Golub.

Als je een kunststroming of -beweging voor eeuwig uit de geschiedenisboeken kon schrappen, welke zou dat dan zijn, en waarom?
Bodde: Geen enkele, alles heeft zijn nut en eigen plek.
Bokma: Ik zou dat nooit willen.
Meinders: Wanneer ik iets zou wissen zou dat alles zijn. Of niets. Ik zou geen uitzondering maken.

Beschrijf je ideale expositiebezoeker.
Bodde: Iemand die onder de indruk is van mijn werk en een aantal geschikte locaties heeft waar ik nieuwe werken voor kan maken.
Bokma: Een man of vrouw van rond de veertig, licht vermogend, aan het begin van een imposante verzameling of carriere in de kunst, die niet volledig overtuigd is van mijn werk maar wel geïnteresseerd  is en zodoende graag nog eens verder wil praten op mijn atelier of elders.
Meinders: De ideale expositie bezoeker zou zijn, iemand die je werk niet kent.

En je ideale expositieruimte?
Bodde: Een ruimte met rauwe uitstraling, Palais de Tokyo in Parijs, Roodkapje in Rotterdam. Niet te clean en schoongeveegd, de ruimte moet inspireren.
Bokma: Het hoofd van diezelfde ideale bezoeker.
Meinders: Spacestation.

Hoe zou je deze expositie uitleggen aan je ouders?
Bodde: Deze expositie sluit het Young Grunn Artist coaching traject van NP3 af. De drie deelnemende kunstenaars zijn een jaar begeleid door mensen als Daan Samson, Toos Arends, Hans den Hartog Jager, Ruud en Zwaan van NP3 en anderen. 
Bokma: Als een tentoonstelling van filmpjes gemaakt van foto’s gemaakt van sculpturen gemaakt van klei of hout of lucifers.
Meinders: Ik zou het niet uitleggen. Mijn moeder is superslim en prikt overal doorheen.

Wat wil je dat de bezoekers van je tentoonstelling vooral niet missen?
Bodde: Mijn werk.
Bokma: Ik zou graag willen dat ze niet missen datgene waar ze hun vinger niet op kunnen leggen.
Meinders: Heimwee.

Wat wil je dat de toeschouwer níet ziet?
Bodde: Van mij mogen ze alles zien, zolang ze mij er maar niet al te veel mee lastig vallen.
Bokma: Onvolkomenheden in de installatie van het werk.
Meinders: Jodi en het Hertenjong.

Wat zou je aan het doen zijn als je geen kunstenaar was?
Bodde: Kinderboekenschrijver, medium of bioloog.
Bokma: Een boswandeling maken.
Meinders: Motorcoureur natuurlijk.

Deze expositie sluit het Young Grunn Artist coaching traject van NP3 af. De drie deelnemende kunstenaars zijn een jaar begeleid door mensen als Daan Samson, Toos Arends, Hans den Hartog Jager, Ruud en Zwaan van NP3 en anderen.

Finissage zondag 22 mei van 15.00-18.00 uur met de feestelijke bekendmaking YGA 2011 om 16.00 uur

Jan Bokma, PAPERNEEDLEANDTHREAD (2011)
Suzanne Bodde, A.O.D. (detail) (2011)

In De Hallen is een solotentoonstelling te zien van de Britse kunstenaar Matt Stokes (1973). Stokes maakt werk waarin performance, muziek en sociaal engagement samenkomen. De kunstenaar is vooral bekend vanwege zijn videowerk, waarin hij undergroundstromingen in de hedendaagse muziek ontleedt. De expositie toont recent en nieuw werk van Stokes, waarin hij de muzikale subculturen grindcore en Northern Soul centraal stelt. Een must voor wie geïnteresseerd is in de combinatie van beeldende kunst en muziek. (YJ)

Het Enschedese 21rozendaal toont ruimtelijk werk van de Duitse kunstenaar Kerstin Ergenzinger in de expositie Triggering Disquietude. Als bezoeker word je hoe dan ook onderdeel van de omvangrijke installaties die continu in beweging zijn. Ook bewegingen en signalen van buiten 21rozendaal beïnvloeden de technisch complexe werken. Als je hier toch bent, maak dan meteen een wandeling door Roombeek, de wijk waarin 21rozendaal ligt. In 2001 zwaar getroffen door de vuurwerkramp; in 2011 een verzameling architectonische hoogstandjes. (YJ)

Galerie tegenboschvanvreden is een relatief nieuwe galerie aan de Amsterdamse Bloemgracht, opgericht door Pietje Tegenbosch en Martin van Vreden. Zij tonen werk van internationale kunstenaars, maar organiseren ook debatten en artist talks.

Dat de galerie oog heeft voor Nederlandse jonge kunstenaars, blijkt uit de expositie Setting van Rosa Everts (1986). Verlaten locaties, alledaagse voorwerpen en een bijna doorzichtige tekenstijl zorgen voor een melancholische en enigszins unheimische sfeer. (YJ)

KiK (Kunst in Kolderveen) is gevestigd in een voormalige kaasfabriek Drenthe. Hier wonen en werken kunstenaars uit allerlei disciplines.
Van 11 april t/m 22 mei is het de beurt aan de Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger. Centraal staat een grenzeloze tekening direct op de muren van KiK. Hier en daar zal de tekening zich zelfs losmaken van de muur en spelen met de ruimte. Ebinger nodigt door hem gewaardeerde collegakunstenaars uit om mee te tekenen. Afsluitend organiseert Ebinger een popfestival met kunstenaarsbandjes. (YJ)

Schrank8 is een Duitse vitrinekast uit 1930 in de woonkamer annex atelierruimte van Hansje van Halem in Amsterdam. Iedere twee maanden vraagt Van Halem een kunstenaar om de kast te vullen.
Deze maand vulden Pinar&Viola de kast met hun Diva Opaque Collection. Het is de 6e editie van Schrank8, en Van Halem beschrijft hem als ‘vrouwelijk, sensueel, agressief en politiek’. Bezichtigen van Schrank8 kan tijdens de opening en daarna is bezoek mogelijk op afspraak. (ST)