Carlos Amorales, VERTICAL EARTHQUAKE (2010)

De Mexicaanse kunstenaar Carlos Amorales (1970, pseudoniem voor Carlos Aguirre) heeft in de loop der jaren een typerende vormentaal ontwikkeld waarbij dieren, insecten, doodshoofden, mensen en objecten worden geabstraheerd tot silhouetten. Zijn werk, dat een grafisch karakter heeft, is vaak opgebouwd uit gestileerde en vlakke vormen in voornamelijk zwart, wit en rood. Amorales studeerde zowel aan de Gerrit Rietveld Academie als aan de Rijksakademie in Amsterdam en werd bekend met zijn wrestling performances. Voor deze gevechten bedacht de kunstenaar het karakter Amorales, onder wiens naam hij professionele worstelaars gemaskerd liet vechten in een boksring binnen de setting van een galerie. De naam Amorales is gebleven, maar hij heeft zijn werk uitgebreid naar andere media: installaties, videoanimaties, collages, schilderijen en tekeningen.

De animatie Discarded spider, die in de benedenruimte van Annet Gelink Gallery wordt getoond, is een goed voorbeeld van Amorales’ huidige werk. Een grafisch patroon dat aan een web doet denken, beweegt door het beeld. Het patroon lijkt aanvankelijk digitaal gegenereerd, maar dan stapt de kunstenaar zelf in beeld. Zijn silhouet grijpt het web vast, dat een driedimensionale constructie blijkt te zijn. Het platte beeld krijgt daarmee een verrassende diepte, met de kunstenaar die als een spin in zijn eigen web beweegt. Amorales’ grafische en platte vormentaal brengt vaak een vergelijkbare illusie van ruimte teweeg. Zoals in de animatie Anunciation birds waarin vogels wegvliegen binnen een steeds krapper kader, of in Dark mirror waar de aanvankelijk begeleidende pianomuziek plotseling verbeeld wordt door een pianist.

Anders van aard is het nieuwste werk van Amorales, de prominente installatie Vertical earthquake. De kunstenaar grijpt in dit werk terug naar een jeugdherinnering. In 1985 werd Mexico meerdere malen getroffen door aardbevingen. De meest heftige uit de reeks van vier was de aardbeving op negentien september van dat jaar. Met een schok van 8,1 op de schaal van Richter stortten flatgebouwen in en werden naar schatting 10.000 mensen bedolven onder het puin in Mexico-Stad. Op de galeriemuren heeft Amorales negen cirkelvormige tekeningen aangebracht met behulp van vervormde linialen. De lange ijzeren latten zijn in de vorm van een bliksemschicht gelast, naar de contouren van de door de aardbeving getroffen Mexicaanse gebouwen. Elke liniaal is aan de muur bevestigd aan één punt, als een epicentrum. Door het metaal vanuit dit midden steeds minimaal te verschuiven en de contouren op de muur met een potlood te volgen, ontstaat een ragfijne potloodtekening van hoekige lijnen die in een cirkelvorm de aardbeving grafisch weergeven. De negen uitwaaierende aardschokken variëren in vorm en intensiteit. De vernietigende kracht van de aardbeving wordt door middel van deze lijntekeningen en linialen omgezet in haast constructivistische beelden.

In dezelfde ruimte liggen op een witte tafel verschillende, door Amorales verzonnen en samengestelde kranten, waarop eenzelfde lijnenpatroon is aangebracht. Het Spaanstalige Peor del dia (vertaling: het slechtste van de dag) en de Engelstalige Germinal, een verwijzing naar een boek van Emile Zola, zijn beiden gedateerd op 21 september 1985 en tonen foto’s van de aardbeving: ingestorte gebouwen, rookwolken, reddingwerkers en mensen die verbijsterd naar de chaos kijken. Daarnaast zijn de kranten gevuld met een verzameling bekende en onbekende anarchistische teksten met titels als Class struggle or class hatred? en The belief in the need for a socialist architect. Het handelen van de Mexicaanse overheid na de ramp in 1985 werd destijds zeer bekritiseerd door de bevolking en had een opmars van linkse partijen tot gevolg. De door Amorales gecreëerde kranten vormen een gedroomde reactie op de ramp, 25 jaar na dato. Hij gebruikte hiervoor foto’s die hij al jarenlang verzamelt in zijn Earthquake archive.

Een vergelijkbare verzameling, het zogenaamde Liquid archive, heeft Amorales digitaal aangelegd. Dit archief vormt sinds 1999 de basis voor vele animaties, collages en installaties, zoals de serie kleurrijke collages Cromofobias negras die in de tentoonstelling getoond wordt. Mens- en dierfiguren uit het archief zijn afgedrukt op gekleurd papier en tegen een donkere achtergrond gecomponeerd tot een surrealistisch geheel. Met behulp van het archief is Amorales de laatste jaren steeds ‘digitaler’ gaan werken. Opvallend aan het werk Vertical earthquake is dan ook het handmatige karakter van de muurtekeningen, waar de vervormde linialen het werkproces verraden.

Het kritische karakter dat Vertical earthquake kenmerkt, vormt een leidraad in het oeuvre van Amorales. Eerder maakte hij de installatie Flames maquiladora, de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië in 2003. De installatie bestond uit een Mexicaans schoenenatelier waarbij de (westerse) bezoeker kon ervaren hoe het is om een Mexicaanse fabrieksarbeider te zijn. Met de animatiefilm Origami bomb parodieerde hij de wijze waarop de Mexicaanse overheid propaganda voert door flyers vanuit de lucht te verspreiden. Maar waar Amorales zijn commentaar, met name de laatste jaren, abstraheert tot grafische animaties, verbeelden de kranten Peor del Dia en Germinal de aardbeving zeer realistisch. De werkelijkheid wordt hierin niet geabstraheerd zoals in veel van Amorales’ animaties en collages, maar het werk is een directe vertaling van reële gebeurtenissen: een waardevolle een waardevolle toevoeging aan zijn toch al rijke oeuvre.

VERTICAL EARTQUAKE
Carlos Amorales

4 september t/m 16 oktober
Annet Gelink Gallery
Laurierstraat 187-189, Amsterdam

Carlos Amorales, ABOVE THE ROAD EAST TOWARD TAIBIQUE, EL HIERRO. 15 MINUTES, FEBRUARY 2002 (2008)

1+1 = iets nieuws

Marieke Voeten
Paul Bogaers, UPSET DOWN (2010)

Op de witte muren van de projectruimte van museum De Pont in Tilburg hangen de foto’s van Paul Bogaers (1961) verspreid als een muzikale compositie. Soms netjes naast elkaar, dan weer zo hoog dat je het afgebeelde nauwelijks kunt zien. Kleine foto’s, grote foto’s en sommige zo onopvallend dat ze je bijna ontgaan. In de tentoonstelling Upset down combineert Bogaers beelden met elkaar. De foto’s komen uit zijn persoonlijk archief en zijn door hemzelf genomen of gevonden. Deze werkwijze heeft de Tilburgse kunstenaar vaker toegepast, bijvoorbeeld in zijn tentoonstelling ECHO in Spaarnestad in 2009. Ditmaal heeft hij regelmatig een beeld andersom opgehangen.

In het boek dat verscheen bij de tentoonstelling, zijn gedeeltelijk dezelfde beeldcombinaties te zien, maar ook nieuwe. Leuk aan het boek is dat je het op twee manieren kunt lezen. Eerst Down en na de laatste pagina draai je het boek om en bekijk je de Up-kant van het verhaal. Het boek is daarin veelzijdiger dan de tentoonstelling. De omdraaiing levert fraaie beeldcombinaties op, maar die kunnen in De Pont, logischerwijs, maar van één kant bekeken worden. Het boek leert dat het omkeren van beelden wel degelijk nieuwe associaties, nieuwe verhalen oproept. Neem bijvoorbeeld de foto van een gescheurd schilderij met bomenlandschap. Een deel van het schilderij hangt als een lap stof naar beneden met een stuk karton als achtergrond. Dit beeld is gecombineerd met een foto van een vrouw in lange bloemenrok die voorovergebogen staat en iets in het gras lijkt te zoeken. Achter haar bomen en struiken. In de projectruimte van De Pont is het beeld van de vrouw omgekeerd. Hierdoor springt vooral de compositie in het oog. De vrouw is een lichte plek die zich op ongeveer gelijke hoogte in het beeld bevindt als het loshangende stuk canvas. Zij lijkt het bomenlandschap in te zweven en erdoor te worden opgenomen. ‘Hap’, het canvas klapt dicht en de vrouw is weg… Als de vrouw rechtop staat, lijkt ze juist iets te zoeken wat er door de scheur in het schilderij niet meer is. De vruchtbare grond is weg, kaal karton blijft over.

In het boek kan je naar hartenlust schakelen van het ene naar het andere perspectief. Dat is leuk en verduidelijkt het effect van de omdraaiing van beelden. Maar of het nu de beelden in het boek of de beelden in de projectruimte betreft, de beeldcombinaties van Bogaers laten je steeds verhalen verzinnen. De voorstellingen passen vaak wonderbaarlijk mooi bij elkaar, het is beeldpoëzie. Wat zien we? Opvallend veel gaten. Letterlijk gaten in de weg, maar ook schaduwen die een gat suggereren. Vormen die overeenkomen, maar van verschillend materiaal zijn: een geribbeld stuk steen en een lap stof die uit het raam hangt. Bogaers werkt veel met licht-donker contrast en composities die suggereren elkaars spiegelbeeld te zijn. Zo worden de beelden bijna vanzelfsprekend één.

Lang niet alle beeldcombinaties hebben een duidelijke reden om een paar te vormen. Zo is er bijvoorbeeld een close-up van losgewrikte straatklinkers. Dit beeld is gecombineerd met een deel van een zwart gespikkelde hand. Een reuzenhand die met een kleine beweging de straatstenen optilt, maar ook een aangetaste hand. De overlap tussen de twee foto’s is een zwarte strook. Aan de ene kant een schaduw en aan de andere kant een ondergrond waar de hand tegenaan ligt. Een toevallige vorm verbindt twee totaal verschillende beelden en maakt er een nieuwe, wonderlijke eenheid van.

Wat toegankelijker en lichter van toon is het beeldenpaar van enerzijds een bruidje, dat een tent instapt (van achteren gefotografeerd) en anderzijds een tunnel met licht aan het einde. Dit beeld komt verschillende keren terug in de tentoonstelling (afwisselend met bruidje of tunnel op de kop) en siert de kaft van het boek. Voorover gebogen, met kordate stap, stort het bruidje zich in de donkere gang. Weet ze wel waar ze aan begint? Leuk detail is dat Bogaers deze foto’s nam op een bruidsmodeshow: de bruidjes zijn nep!

Uit de expositie en het boek blijkt bovenal dat Bogaers een goede observator is. Hij kijkt verder dan een enkel beeld. Hij laat verbanden zien tussen beelden die anders verborgen zouden blijven. Hij noemt dit zelf subrealisme of ook wel gedachtefotografie. Zijn foto’s zijn de feiten, zaken die hij heeft waargenomen en vastgelegd (of gevonden). In het boek en in de tentoonstelling presenteert hij een feitenrelaas zonder verder commentaar. Het is aan de beschouwer om de reactie die ontstaat door de combinatie van beelden, plaats te laten vinden. Het nieuwe beeld, of de nieuwe betekenis die hierdoor ontstaat, bestaat echt. Dat is niet alleen een gedachtespinsel, er liggen feiten aan ten grondslag. Bogaers maakt datgene wat tussen twee beelden ligt, tastbaar.

UPSET DOWN
Paul Bogaers

t/m 21 november
De Pont
Wilhelminapark 1, Tilburg

Paul Bogaers, UPSET DOWN (2010)
Paul Bogaers, UPSET DOWN (2010)
Nedko Solakov, detail uit HIGH LEVEL WITH A MARGIN (2010), courtesy the artist

Je gaat via een steile, draaiende trap omhoog naar Kunstverein, de ruimte voor hedendaagse kunst die door Krist Gruijthuijsen en Maxine Kopsa wordt gerund in het appartement van kunstenares Germaine Kruip. Wanneer je in het appartement staat, ervaar je een klassieke anticlimax. Er is namelijk niets te zien: de ruimtes zijn helemaal leeg. De kunstenaarspublicatie die integraal onderdeel uitmaakt van dit project, toont je wat je zou kunnen zien als je op een ladder staat of hele goede ogen hebt: een verhaal van de Bulgaarse kunstenaar Nedko Solakov (1957). Dit verhaal is te lezen tussen muur en plafond, op raamkozijnen, lambriseringen en deurposten in kleine letters of kriebelige tekeningetjes.

Soms reageert Solakov op de architectuur, de kamers. Bij kleine barstjes in de verf op het plafond schreef hij bijvoorbeeld: “a cracked sea”. Twee verfbultjes zijn dan weer uitpuilende ogen. Ook antropomorfiseert hij het gebouw. Schroefjes die een kabel aan het plafond vastmaken ‘zeggen’: “I’m the most important device”. Soms hebben de zinnen en tekeningen van Solakov helemaal niets te maken met de kamers en hun afwerking. Hij reflecteert bijvoorbeeld ook op het maakproces zelf. Zo laat hij ons weten dat hij een plaspauze neemt, of moe is en eigenlijk een dutje zou willen doen.

Minder mijmerend zijn de momenten waarop de kunstenaar zijn onzekerheid uit over het werk. Op een van de lampen staat: “Why do I feel so insecure?”. Je weet hier niet zeker of dit een emotie is die hij aan de lampenkap toedicht of dat hij het over zichzelf heeft. De onzekerheid komt ook op andere momenten in het verhaal terug: “standing here, high above the ground (not knowing what to do next)”. Even verderop schrijft hij zelfs dat hij geen echte behoefte of urgentie voelt om dit werk te maken, maar dat hij het nu eenmaal beloofd heeft. Kunstverein heeft hem namelijk gevraagd dit nieuwe werk te maken om het eenjarig bestaan van het initiatief te markeren. Even verderop slaat de twijfel van de kunstenaar om in verveling: “I’m kind of bored doing this (again)”.

Veel mensen zullen Nedko Solakov kennen van de installatie Top secret (1989-1990) die op Documenta 12 te zien was. Met dit werk wil hij in het reine komen met zijn verleden als informant voor het toenmalige Bulgaarse communistische regime. Maar Solakov heeft al eerder zijn commentaren en ontboezemingen op de muren van kunstinstellingen openbaar gemaakt, altijd significant kleiner dan de getekende commentaren van Dan Perjovschi en altijd op het soort plekken die van de kijker een meegaandheid en inspanning vragen. Voor het werk in Kunstverein is de publicatie onontbeerlijk: het grootste deel van het verhaal is namelijk niet te lezen vanaf de grond of zit verstopt. Soms zijn zinnen (zoals het antwoord op de vraag waar het hedendaagse kunst vandaag aan ontbreekt) zelfs zodanig verborgen dat ze ook in het boek niet te lezen zijn.

In zijn reacties op de ruimtes waarin hij gewerkt heeft, doet Nedko Solakov iets wat we allemaal doen. Hij haalt het soort details naar voren dat je meestal van je eigen huis heel goed kent. Daar waar een barst in het plafond zit of een stukje afgebladderde verf een min of meer herkenbare vorm heeft aangenomen. Als je maar lang genoeg naar het plafond van je slaapkamer staart dan vallen je dit soort oneffenheden op. Net als bij wolken kijken, zoek je naar herkenbare vormen: een gezicht of een dier. Solakov doet dit ook met zijn commentaren en tekeningen en dwingt daarmee een architecturale sensitiviteit af, die normaal alleen tot stand komt wanneer men een relatie met een plek opbouwt, door tijd, vertrouwdheid en intimiteit.

Door zo open uiting te geven aan zijn eigen onzekerheden over het project, toont Solakov een onderdeel van het kunstenaarschap waarvan we gewend zijn dat het achter de coulissen blijft. Je weet misschien wel dat elk maakproces duistere dalen kent van twijfel, verveling of onzekerheid. Maar in het eindproduct zijn deze momenten vaak verdwenen, weggepoetst. De openheid van Solakov is ontluisterend, je bent immers gewend om werk te zien waarvan ten minste het idee overeind staat dat de kunstenaar erin gelooft. Of dat ook werkelijk zo is blijft onbeantwoord, maar het is een vraag die doorgaans niet zo openlijk gesteld wordt. Omdat Solakov je confronteert met zijn twijfels over de urgentie van het werk, moet je als kijker zelf de rekening opmaken. Je slingert tussen bewondering voor het lef om het spreekwoordelijk gegeven paard zo ruw in de bek te kijken en irritatie dat hij zelf niet eens de schijn wil ophouden. Dit alleen al maakt het de moeite waard om het werk te gaan bekijken, ook al lijkt de kunstenaar er niet zeker van.

HIGH LEVEL MARGINS WITH A CATALOGUE
Nedko Solakov

t/m 21 november
Kunstverein
Ruyschstraat 4 III, Amsterdam

Nedko Solakov, detail uit HIGH LEVEL WITH A MARGIN (2010), courtesy the artist

Witte de With presenteert de eerste tentoonstelling in een reizende reeks van de Duitse kunstenaar Cosima von Bonin (1962). Haar grootschalige sculpturale knuffelbeesten hadden een paar jaar terug al een centrale plek op Documenta XII. Nu ze de vloer voor zich alleen heeft komt het schertsende karakter van haar werk nog beter uit de verf. Een speeltuin-achtig decor wordt bewoond door luie hazen,verdwaalde kreeften en een white chick. Met elementen uit de popcultuur, maar ook met textiel handwerk en minimalistische sculptuur creëert ze een wrange kinderwereld die de blije en duistere happy tree friends oproept, de vrolijke diertjes uit de MTV serie die steevast op het eind gespietst worden.

“Ik raakte gefrustreerd van de zoveelste foto van soldaten in actie. Het zei me niets meer. Pas in de kamers die ze achterlaten voel je het gemis: dit had jouw kind kunnen zijn, je broer, zus, vriend of buurjongen.” De Australische fotograaf Ashley Gilbertson (1978) van het VII Photo-agentschap fotografeert de achtergelaten slaapkamers van jong gestorven soldaten in Irak en Afghanistan. “Volwassenen hebben een heel huis om te laten zien wie ze zijn en hun smaak en opvattingen te tonen. Bij kinderen ligt alle zelfexpressie in hun kamer en dat maakt het heel intiem. Dit was hun veilige haven.” Bedrooms of the fallen is de derde van een serie exposities die gastcurator Erik Kessels voor het Nederlands Uitvaart Museum heeft samengesteld

Stripe, strip, sssttttrrrrrppp. STRP staat voor Strijp. Zo heet het terrein waarop jaarlijks het STRP Festival gehouden wordt: het voormalige hoofdkwartier van Philips in Eindhoven. STRP Festival streeft naar een bijzondere mix van muziek, theater, beeldende kunst en technologie voor een breed publiek. Enkele hoogtepunten uit het festival in 2009 waren de vier reusachtige projecties Model 5 van Granular Synthesis, waarbij 1 minuut van een lachend gelaat werd uitgerekt tot 45 minuten, en de performance Cyberskin van Joan Healy, waarin ze met haar lichaam computerfuncties overneemt. Dit jaar vindt het STRP Festival voor de vierde keer plaats. Tijdens de tien festivaldagen is er onder andere een eerbetoon aan het door Philips uitgevonden cassettebandje en komt er een uitgebreid overzicht van de levende installaties van de Belgische kunstenaar Lawrence Malstaf.

STRP FESTIVAL
18 t/m 28 november 2010

Klokgebouw op Strijp-S
Beukenlaan, Eindhoven

Veniamin Kazachenko tijdens opbouw in MAMA

What (supernatural) gift would you most like to possess?
Flying would be great!
Can you describe your most recent ecstatic visual experience?
Last Sunday I woke up at about eight in the morning to find the moon shining extremely bright through the curtains of the bedroom. She was marvellous!
Of all your works, past and present, which is your favourite? Why? Please describe it.
Well, to be honest, I am continuously trying to develop and re-invent myself and my practice. That makes looking back on my work, recent or past, quite difficult or more precisely in flux. For that reason, I guess I can’t pinpoint so easily a single work. Recently I had several occasions where I could exhibit my work in public, and the dialogue that was created within this interaction has affected me positively. My favourite work is the one I am currently busy with. It’s like a collage of banalities, mystifications and imagery that points to a certain narrative which I try to illuminate with my work.
Can you describe a scene from a film that particularly affected you?
A scene in The seventh seal by Ingmar Bergman. The knight and squire enter a grey stone church in a strange white mist where a fresco of the Dance of death is being painted. Jöns discusses the plague with the painter and then draws a small figure to represent himself. “This is squire Jöns. He grins at Death, mocks the Lord, laughs at himself and leers at the girls. His world is a Jöns-world, believable only to himself, ridiculous to all including himself, meaningless to Heaven and of no interest to Hell.”
Which artist, living or dead, would you like to have visit your exhibition?
Martin Kippenberger.
If you could permanently remove an art movement from the history books, which one would it be, and why?
The current.
Please describe your ideal visitor?
A good psychologist!
And your ideal exhibition space?
A cave.
How would you explicate this exhibit to your parents?
I don’t think that I would have to do so, they don’t really care to know, they’re more into aesthetics. It’s either beautiful or not, they don’t care much about the idea behind the image.
What do you not want the visitor to miss while visiting the exhibition?
Their lives.
What do you not want the visitor to see?
Me drunk.
What would you be (doing), if you weren’t an artist?
A police officer ;p

2208 (OR HOW I MISSED THE END OF THE WORLD)
Veniamin Kazachenko, Marc Bijl, Jeffrey Vallance
30 okt t/m 24 dec 2010

MAMA
Witte de Withstraat 29-31, Rotterdam

Veniamin Kazachenko tijdens opbouw in MAMA
Martin Kippenberger in zijn atelier
Nare Eloyan

In de derde expositie van de Young Collectors reeks presenteert galerie Sign de collectie van Jaring Dürst Britt en Alexander Mayhew. Dürst Britt (Heerde, 1981) is kunsthistoricus en zakelijk leider voor Casco in Utrecht. Mayhew (Amsterdam, 1973) werkt als tekstschrijver, trainer en acteur voor bedrijfsleven en non-profit organisaties. Daarnaast studeert hij kunstgeschiedenis en schrijft hij voor Tubelight en Metropolis M.

YOUNG COLLECTORS #3 JARING DÜRST BRITT & ALEXANDER MAYHEW
Paul Beumer, Cyprien Gaillard, Folkert de Jong, Marijn van Kreij, Ben Kruisdijk, Zeger Reyers, Gert-Jan Kocken, Nare Eloyan e.a.

27 november 2010 t/m 9 januari 2011
Sign, Winschoterkade 10, Groningen

Zaterdag 27 november om 16.00 uur interviewt Arno van Roosmalen (directeur Stroom, Den Haag) Alexander Mayhew en Jaring Dürst Britt in de Singelzaal van FMI, Radesingel 6 in Groningen

Virtuele straatschuimers

Karin Krijgsman
Michael Wolf, STREET VIEW: A SERIES OF UNFORTUNATE EVENTS, #15 (2010)

Stiekem fotograferen is niet zonder gevaren. Wie stiekem kijkt kan geen goede bedoelingen hebben. Waarom zou je het anders stiekem doen? En dan heb ik het nog niet over de foto zelf, je weet maar nooit waar die terecht komt. Daar kan gedonder van komen.

Maar als de foto niet over onszelf gaat, vinden we stiekeme fotografie misschien toch wel leuk. We zijn waarschijnlijk meer geïnteresseerd in het leven van anderen dan we willen toegeven. En door met anderen te vergelijken komen we ook iets over onszelf te weten.

Wie een beetje veilig stiekem wil fotograferen kan zijn hart ophalen bij Street View, de systematisch vastgelegde, complete fotografische afbeelding van onze westerse wereld door Google. Van achter mijn laptop scharrel ik rustig door de automatisch digitaal aan elkaar genaaide versie van de werkelijkheid. Je moet er wel geduld voor hebben, want ’s werelds grootste foto is in zijn ongeselecteerde weergave overwegend saai. Maar wie de kunst van het kijken verstaat kan er juweeltjes aantreffen, daarin is de digitale wereld niet anders dan zijn reële evenknie.

Online straatfotografen zoals Jon Rafman, Diederick Overbeke en Michael Wolf struinen wel allemaal in dezelfde versie van de werkelijkheid. Zodoende kom je bij verschillende virtuele straatschuimers dezelfde situaties tegen, zij het soms in een net iets andere uitsnede.

In de werkelijke wereld ervaren fotografen steeds meer belemmeringen bij het al dan niet stiekem fotograferen van mensen, zelfs in de openbare ruimte. Mensen weten dat zij kunnen protesteren en dat zij ook rechten hebben. Ook al fotografeert en filmt iedereen nu alles wat los en vast zit – en publiceert het lukraak op internet. Tegen een enkele fotograaf protesteer je nou eenmaal makkelijker dan tegen een gigant als Google. De slimmerikken onder de stiekemerds gebruiken daarom bestaand en gedoogd gluurmateriaal van Google. En stellen daarmee tegelijk deze dubbele moraal in onze samenleving ter discussie.

STREET VIEW & TOKYO COMPRESSION
Michael Wolf

t/m 20 november 2010
Galerie Wouter van Leeuwen
Hazenstraat 27, Amsterdam

Op 23 oktober viert Kunsthuis SYB zijn tienjarig bestaan als residentie voor kunstenaars met het symposium ‘Our house in the middle of the street‘. Dit concentreert zich op zes thema’s die uitgaan van de verschillende manieren van gebruik van het kunsthuis: nesting, hospitality, open house, social politics, playground structures en private/public. Zes gastsprekers uit diverse disciplines reflecteren op hierop, met bijzondere aandacht voor projectkunst. Er rijdt een speciale busdienst tussen Amsterdam en Beetsterzwaag. Je kunt het symposium ook online volgen via live streaming. Maar dan mis je wel het feest, met optredens van recente SYB-residenten.

Tien jaar SYB
23 oktober

Kunsthuis SYB
Hoofdstraat 70, Beetsterzwaag

Een al dan niet ‘bekend figuur’ neemt een slaapmiddel in en gaat op een bed liggen waarrond het publiek kan plaatsnemen. Er wordt niet gesproken. Het publiek wacht tot de persoon in slaap valt en kan individueel beslissen wanneer via de achterdeur de ruimte te verlaten. In het oeuvre van het Italiaans-Belgische kunstenaarsduo Simona Denicolai en Ivo Provoost wordt de spanning tussen kunst en leven en de publieke en privésfeer meermaals uitgespeeld.

LEAVING THE PUBLIC
Denicolai & Provoost

do 4, za 6, wo 10 & vr 12 november om 22:00 uur
STUK kunstencentrum
Naamsestraat 96, Leuven