Voetnoten bij onbekende verhalen

—Nanette Kraaikamp
Gabriel Lester, PROP #1 (ARTIFICIAL LANDSCAPE) (2011)

Gabriel Lesters (1972) tentoonstelling It is no great wonder if in the long process of time, while fortune takes her course hither and thither, numerous coincidences should spontaneously occur bij Galerie Fons Welters is van een geheel ander karakter dan zijn gelijktijdige solotentoonstelling The suspension of disbelief in Museum Boijmans van Beuningen. In Rotterdam zien we een speciaal voor het museum gecreëerde totaalinstallatie: een verduisterde ruimte met een spectaculaire filmprojectie, een grote licht- en geluidsinstallatie, ouderwetse filmprojectoren, groepen vreemde, verrijdbare objecten, props en gedetailleerde maquettes.

In het Boijmans raak je als toeschouwer vooral door middel van visuele prikkels doordrongen van de thematiek van Lesters werk, zoals geluk, kans, geloof en het onontkoombare lot versus het idee van lotsbepaling. Je laat je onderdompelen in zijn ideeënwereld zoals je dat doet bij het kijken naar een film of een theaterstuk.  Hoe anders is het in zijn Amsterdamse galerie. Daar zijn slechts een handjevol, voornamelijk kleine werken gepresenteerd op een overzichtelijke manier. Deze werken zijn abstracter van aard, en de vraag rijst dan ook hoe ik deze moet duiden.

Ik begin met het lezen van een handgeschreven brief gericht aan Lester, waarin hem door een wildvreemde veel geld wordt geboden. Al lezend kom ik tot inzicht dat dit één van die vele bedrieglijke e-mails is die ik wel eens in mijn spambox tegenkom. Doordat de brief met de hand geschreven is, interpreteer ik het verhaal anders: het wordt geloofwaardiger.

Dit fenomeen refereert aan een belangrijke rode draad die door al het recente werk van Lester loopt, namelijk aan suspension of disbelief. Deze term verwijst naar de menselijke bereidheid om de werkelijkheid zoals die in een theaterstuk, brief, boek of film naar voren komt, te aanvaarden, ook al is deze fictief en vaak onlogisch. Dit verschijnsel vormt niet alleen de titel van de tentoonstelling in Museum Boijmans van Beuningen, maar lijkt ook ten grondslag te liggen aan de galerietentoonstelling en wordt daar op een conceptuele manier aan de orde gesteld.   

Een voorbeeld hiervan zijn een film en een beeldverhaal die respectievelijk middels een zichtbaar opgestelde 16mm projector en een diaprojector worden getoond. Het zijn inmiddels ouderwetse media die een illusie tonen, waarbij we ons, ondanks de ratelende aanwezigheid van de apparatuur, laten meevoeren in de magische wereld die voor onze ogen wordt geprojecteerd. Ook de verrijdbare objecten in de galerieruimte haken in op dit idee; het zijn een soort decorstukken, waaronder een kamerplant, die je in een theaterstuk als logisch onderdeel van een verhaal accepteert.

In het Boijmans staan meerdere van deze objecten in groepen opgesteld. In die theatrale, verduisterde tentoonstellingsruimte doemen ze op als zeer merkwaardige decorstukken. Met de spanning die ze oproepen creëren ze als het ware vanzelf een verhaal. In de galerie ontbreekt deze context.   

Wellicht begrijp je als toeschouwer Lesters werken beter wanneer je in staat bent om een link te leggen met het werk van Marcel Broodthaers. Ook hij gebruikte kamerplanten als decorstukken en toonde die als echte objecten naast werken in de vorm van woorden en beelden. Hiermee riep hij onder meer de vraag op: wat beschouwen we als echt en wat niet? De tentoonstelling bij Galerie Fons Welters gaat wat dat betreft op een meer abstract en conceptueel niveau om met mechanismen die in het Boijmans op een zintuiglijke manier invoelbaar worden gemaakt.  

Toch is het knap dat Lester met zo weinig visuele middelen in staat is om de toeschouwer verbanden te laten leggen en daarmee betekenissen op te roepen. Lady Luck, een glazen bol en Fog Ball (Verneblung), een schudbare sneeuwbol met mist in plaats van sneeuw rondom een miniatuurversie van het colosseum, roepen allebei connotaties met vergankelijkheid op.

Dit heeft niet alleen te maken met de associatie met de (zeep)bel, een vanitassymbool, maar ook door de weerspiegeling van de glazen bol, die verwijst naar ijdelheid en de Romeinse ruïne die herinnert aan vervlogen tijden. Tegelijkertijd refereert het aan voorspelkunsten; de bol als waarzeggersinstrument. Toekomst en verleden komen samen, besloten in het tijdelijke vacuüm van de zeepbel.   

Twee stamboomachtige grafieken op papier, waarvan de vertakkingen onduidelijke causale verbanden aangeven, lokken allerlei vragen uit. Kan alles tot erfelijkheid en genetica worden teruggebracht? Kan alles worden herleid uit de geschiedenis, is alles voorbestemd? Kunnen we de toekomst voorspellen? Of is toch het toeval de maatstaf van alle dingen?

Of ons leven door causale verbanden wordt bepaald en of wij daarmee zelf ons eigen lot kunnen voorzien en kunnen veranderen spreekt de titel, een citaat van de Griekse historicus en biograaf Plutarchus, tegen. Als we dit citaat moeten geloven, bestaan er namelijk geen garanties. Zelfs al zijn alle condities voor een gelukkig leven aanwezig, het kan heel anders lopen.

In de tentoonstelling bij Galerie Fons Welters ervaar je dit thema in Lesters werk vooral conceptueel, op een gelaagde manier en zonder spektakel. Het geheel moet dan ook niet als een totaalinstallatie worden gezien maar als een reeks van – zoals dat in het persbericht wordt omschreven – voetnoten. Voetnoten bij onbekende verhalen, die je als toeschouwer zelf invult en interpreteert en uiteindelijk ook gelooft. 

Overzicht tentoonstelling Gabriel Lester bij Museum Boijmans van Beuningen (2011) (foto: Lotte Stekelenburg)
Marcel Broodthaers, TAPIS DE SABLE (1974)
Gabriel Lester, FOG BALL (VERNEBLUNG) (2007)