Videokunst in herhaling

—Sandra Smallenburg

Het is een probleem waar iedere amateurfotograaf tijdens vakanties tegenaan loopt: hoe breng je de Trevifontein, de Eiffeltoren of de Sagrada Familia op een originele manier in beeld? Er zijn van die plekken die zo wereldberoemd zijn dat ze al miljoenen malen op film en foto vastgelegd zijn. In plaats van zelf een foto te maken voor het plakboek kun je eigenlijk net zo goed een ansichtkaart kopen. Ook kunstenaars kampen met dergelijke dilemma's. Van hen wordt verwacht dat ze de wereld met nieuwe beelden verrijken. Maar wat voeg je toe aan de ontelbare hoeveelheid schilderijen, beelden, tekeningen en foto's die de afgelopen eeuwen geproduceerd is? Als iedere uithoek van de aardbol al een keer gefilmd is, waarom zou je dan nog nieuwe beelden maken?

Dat veel kunstenaars met dit soort vragen worstelen bleek wel op het jaarlijkse Impakt Festival dat onlangs voor de dertiende keer in Utrecht plaatsvond. Opvallend veel videomakers toonden daar films die opgebouwd zijn uit found footage, oftewel gevonden materiaal. Zo maakte Caspar Stracke voor No Damage, een film over New York, uitsluitend gebruik van bestaande televisieen filmfragmenten. Als een kunstenaar die uit losse knipsels een collage samenstelt, mixte Stracke oude archiefbeelden en recente, veelal overbekende plaatjes van Manhattan tot een ritmisch geheel. De eerste minuten maakt de montage een vrij willekeurige indruk. Maar als aan het eind van de video scènes uit Hollywoods bekendste rampenfilms de overhand krijgen, neemt de spanning toe. De film, die overigens vóór 11 september gemaakt is, eindigt met beelden van een stad die in elkaar stort en vervolgens weer als een fenix uit haar as verrijst.

Filmmaker Mike Hoolboom hanteerde voor zijn vijf kwartier durende video Tom (2002) hetzelfde collageprincipe. Aan de hand van scènes uit filmklassiekers vertelt Tom het levensverhaal van de videokunstenaar Tom Chomont, een met HIV besmette en aan de ziekte van Parkinson lijdende vriend van Hoolboom. Het is een geniale vondst. Zonder de fictieve filmflarden was Tom een regelrechte tearjerker geworden, zeker omdat het Chomont zelf is die met zijn krakerige en soms hevig geëmotioneerde stem de voiceover voor zijn rekening heeft genomen. Nu worden de dramatische jeugdherinneringen verluchtigd met prachtige plaatjes uit de filmgeschiedenis. Op die manier brengt Hoolboom met zijn indringende film niet alleen een ode aan zijn vriend, maar ook aan de cinema zelf.

Gek genoeg was Tom een van de weinige films op Impakt die een afgerond verhaal vertelde. Bij veel video's, of het nu ging om de installaties op de tentoonstelling Encounters of om de op groot scherm geprojecteerde films in het Panoramaprogramma, leek het of de makers meer nagedacht hadden over de vorm dan over de inhoud. Vergelijk dat eens met de laatste Documenta, waar juist documentaire videowerken de boventoon voerden. In Kassel probeerden videomakers uit heel de wereld de bezoekers tot nadenken te stemmen met hun serieuze en soms moralistische werken, op Impakt werd het publiek in de eerste plaats vermaakt met fraaie, maar vaak ook nietszeggende beelden. Niet voor niets luidde het motto van deze editie: ‘Whatever happened to all the fun in the world?'

Vermaak was er genoeg op het Impakt Festival dit jaar. De Noord-Ierse kunstenaar Una Henry had haar videowerken opgesteld in ruimtes die door smalle gangenstelsels met elkaar verbonden waren, zodat je de route al kruipend moest afleggen. In de Darkroom van Jasper de Haan, een kamer die van boven tot onder met fosforescerende verf was ingesmeerd, kon je tegen de muren leunen en vervolgens weglopen van je eigen schaduw – een trucje dat in het pretpark Duinrell al jaren geleden een succesnummer was. En in de videolounge kon je heerlijk onderuitzakken in gerieflijke stoelen om je laten vermaken door thematisch samengestelde programma's met video's waar je over het algemeen niet al te diep over na hoefde te denken.

De elf video's in het hoofdstuk ‘Attempts to proportionism' bijvoorbeeld, zouden niet hebben misstaan als achtergrondbeelden in een discotheek. Volgens de omschrijving in de festivalkrant waren de video's op te vatten als ‘mentale positienames ten opzichte van de gecultiveerde omgeving', maar in werkelijkheid deden de video's meer denken aan het werk van een veejay die naar hartelust met de knoppen van zijn camera geëxperimenteerd had. Vooral het gebruik van out-of-focuseffecten, het versneld afspelen van beelden en het filmen vanuit een rijdende auto, trein of metro bleken populaire trucjes onder jonge videokunstenaars. Zo liet de Duitser Jörg Wolff in zijn video Exit G.P.1 Cap Bon-Tunis zijn camera zo snel langs de vangrail glijden dat alleen nog een abstract patroon van strepen en lichten te zien was. De Engelse Emily Richardson filmde voor haar video Redshift in een versneld tempo de bewegingen van de sterren, de wolken en de bootjes in een romantische baai. En in de video Slide van de Japanner Yoshinao Satoh, gemaakt met behulp van digitale frame-toframe technieken, schoten steeds dezelfde huizen langs de snelweg voorbij. Na het zien van zoveel vangrails en onscherpe, semi-poëtische beelden kon je alleen maar concluderen dat, inderdaad, alles al een keer gefilmd is.

IMPAKT FESTIVAL 2002, 29 okt tm 3 nov

Voormalige rechtbank, ‘t Hoogt en De Vloer, Utrecht