Toen en nu: Iris Kensmil bouwt voort op het verhaal van Hermina en Otto Huiswoud

—Veerle Driessen
Overzicht tentoonstelling Zwart en Revolutionair: Het verhaal van Hermina en Otto Huiswoud, 2017, The Black Archives

Vandaag opent The Black Archives zijn eerste tentoonstelling getiteld Zwart en Revolutionair: Het verhaal van Hermina & Otto Huiswoud. Otto en Hermina, twee zwarte revolutionairen, reisden vanaf de jaren ’20 de wereld rond om te strijden tegen kolonialisme, racisme en economische ongelijkheid.

The Black Archives werd in 2016 geopend door New Urban Collective. In het pand van Vereniging Ons Suriname beheren zij sindsdien boekencollecties, archieven en artefacten uit het nalatenschap van zwarte schrijvers en wetenschappers. Ook organiseren zij evenementen om kennis uit te wisselen over culturele diversiteit. Veerle Driessen ging in gesprek met Jessica de Abreu en Mitchell Esajas van New Urban Collective, en met kunstenaar Iris Kensmil wiens werk deel uitmaakt van de tentoonstelling.

Waarom programmeert The Black Archives, als archief, een tentoonstelling?

Mitchell Esajas: Het idee is ontstaan omdat we al jarenlang bezig zijn om de kennis uit het archief over te brengen door middel van debatten, lezingen, workshops en activisme. Daarmee bereik je een specifiek publiek. We denken dat we met kunst een breder publiek kunnen bereiken. Deze expositie creëert ruimte voor interpretaties van kunstenaars, artiesten en tentoonstellingsmakers rondom de kennis en geschiedenis die wij hebben.

Hoe kwamen jullie bij het werk van Iris Kensmil?

Jessica de Abreu: In het Van Abbemuseum, waar Iris Mitchell en mij had uitgenodigd om te spreken voor Becoming More (een tiendaags publieksprogramma met lezingen, performances, discussies en kunst), hebben we het veel gehad over het verhaal van voornamelijk Hermina Huiswoud. Sindsdien zijn we samen gaan werken.

Het verhaal van Hermina Huiswoud was je bekend Iris?
Iris Kensmil: Nee. Jessica vertelde over Hermina en daar werd ik meteen door getriggerd. Ik dacht: ‘waarom ken ik dat eigenlijk niet?’ Ondanks dat het een belangrijke figuur is in de Nederlandse geschiedenis is ze voor mij onbekend. Ik vond het heftig om me dat te realiseren.

Je gebruikt in veel van je werk archiefmateriaal. Wat betekenen The Black Archives voor jou?

IK: Ik heb een eigen archief en met The Black Archives voelt het alsof zij verder gaan met wat ik in het klein ben begonnen. Dat is echt fantastisch. Met Otto Huiswoud kwam dat heel mooi uit. Hij heeft een reis gemaakt van Suriname naar New York en daar is hij terechtgekomen in de pre-Harlem Renaissance, waar helden als W.E.B. Dubois en Marcus Garvey een rol in hebben gespeeld, helden die ik eerder in mijn werk heb gebruikt. Een archief als The Black Archives is op het gebied van onderzoek naar antiracisme en dekolonisatie onmisbaar en daardoor echt een verrijking voor Nederland, vooral voor de jongere generatie.

Waarom de jongere generatie?

IK: Omdat veel jongeren te weinig weten over deze geschiedenis, en over meer geschiedenissen die verborgen zijn en wellicht nog boven water moeten komen.

Weten jongeren dan minder dan de oudere generatie?

JdA: Ik vind het belangrijk om te weten dat de realiteit die wij (als zwarte jongeren) meemaken niet iets nieuws is. Het heeft altijd bestaan, net als het verzet ertegen. Nederland lijkt een liberale, tolerante wereld, maar ik kwam erachter dat het helemaal niet zo is. Al heel lang niet. Kennis hierover is belangrijk voor je eigen identiteit, hoe je in het leven staat, waar je naar toe wilt gaan. The Black Archives is voor mij een manier om ermee om te gaan. Er is genoeg literatuur over kolonialisme en het slavernijverleden om deze geschiedenis te ontdekken. Eén van die verhalen is dat van Otto Huiswoud. Zijn verhaal gaat over het verzet en de situatie in Nederland die je doet twijfelen over je eigen realiteit. Verhalen van eerdere generaties vertellen dat je niet hoeft te twijfelen aan je eigen realiteit en dat racisme echt bestaat.

De antropologe Gloria Wekker zegt dat we in een tweede antiracistische golf zitten, voelen jullie dit ook zo?

JdA: Interessant dat je dit noemt. In veel recente academische literatuur wordt de anti-Zwarte Piet beweging uit 2011 gezien als de tweede antiracistische golf (na de eerste in de jaren 80). Door The Black Archives beseffen we dat er een langere traditie is van antiracistische golven, beginnend in de tijd van Otto Huiswoud. Dat betekent dat we wellicht meerdere verhalen kunnen tegenkomen over verzet.

ME: Met de expositie proberen we zichtbaar te maken dat de periode van de Huiswouds ook een antiracistische golf is geweest. Die periode is zo onzichtbaar geworden dat zelfs mensen als Gloria Wekker pas over een tweede golf spreken.

Iris, wat voor werk heb je gemaakt voor de tentoonstelling?

IK: Voor het werk dat ik nu hier toon heb ik me geconcentreerd op het nu, op Nederland, op de mensen om mij heen. Ik voelde dat ik dit moest doen. Ik voelde dat ik deze mensen (die actie voeren tegen racisme) op dit moment moest verbeelden.

Wil je dat je werk behalve observeert ook activeert?

IK: Ik hoop het wel. Zelf ben ik geen activist maar ik vind het wel belangrijk dat het mee zou kunnen bewegen, als het ware. Ik ben van mening dat kunst ook verandering kan veroorzaken.

JdA: In de (officiële) tweede antiracistische golf werd racisme in Nederland aangekaart door Zwarte Piet Is Racisme, dat als kunstproject een belangrijke rol speelde in het ontstaan van deze golf. Kunst is cruciaal voor sociale verandering.