The Rise: De psychologie van het lege gebouw

—Nathalie Zonnenberg
Nina Fischer / Maroan El Sani, The Rise, 2007

Stel je een leeg kantoorgebouw voor. Niet zo'n hopeloos stuk beton bestaande uit prefab materialen, dat is afgekeurd in het kader van de Arbowetgeving die bepaald dat het werken er ongezond of zelfs gevaarlijk is. Nee, een gloednieuwe, high designed kantoortoren op een economische toplocatie ergens in een Europese hoofdstad. Om precies te zijn: het onlangs opgeleverde Viñoly-gebouw aan de Amsterdamse Zuidas – vernoemd naar de Amerikaanse architect Rafael Viñoly – dat opvalt door een buitenlangslopend trappenhuis in de vorm van een bliksemschicht. Nog voordat het wordt opgeleverd, heb je de mogelijkheid om het imposante bouwwerk van binnen te ervaren, ongehinderd door de activiteit van het dagelijkse kantoorleven van continu rinkelende telefoons, ratelende kopieermachines en kakelend kantoorpersoneel. Stel je de eindeloze, nog oningevulde ruimte voor: die ervaring moet overweldigend zijn. Voor de Duitse Nina Fischer en Maroan el Sani, die vijf maanden in het residentieprogramma van SMBA op de Zuidas verbleven, was ze aanleiding om er een film van te maken, getiteld The Rise.

De film wordt in high definition op groot formaat in de achterzaal van SMBA getoond. We zien een man in een eindeloze tocht over de trappen van het gebouw gaan. Hij ziet er verontrust, verward uit en klimt schijnbaar doelloos hoger en hoger de torenflat in. Er klinkt dreigende muziek. Het wordt langzaamaan donker, weer licht en daartussenin heeft hij een korte nachtrust ergens op een plat stuk dak. Hij is alleen met zijn gedachten, maar een voice-over die de kijker daarvan op de hoogte brengt, ontbreekt. Op een gegeven moment wordt hij geconfronteerd met zijn dubbelganger. Hij ziet hem voor het raam staan in een tegenoverliggende kantoorflat, uiteindelijk wordt hij op één van de trappen door hem omver gelopen. Verder gebeurt er weinig tot niets. De film draait in een loop en begint opnieuw. De kracht van de film zit hem vooral in de psychologische ruimte, die wordt gecreëerd door een strakke regie en cameravoering en de perfect daarop afgestemde muziek. Het geheel doet zich voor als een beklemmende droom waaraan niet meer te ontkomen valt. Daarbij fungeert het gebouw- zoals ook in de klassieke droomduiding – als uitvergroting van de geestelijke toestand waarin de protagonist zich bevindt.

Die psychologische werking van architectuur wordt door Fischer/El Sani in meerdere van hun werken ingezet. De kunstenaars zijn duidelijk gefascineerd door leegstaande gebouwen die zijn ontdaan van hun betekenis en onderzoeken de wijze waarop die een rol spelen in het collectieve bewustzijn van de omwonenden. Een omvangrijk project in dit verband is de serie werken die ze tussen 2001 en 2004 maakten rondom het Palast der Republik in Berlijn. Het voormalige Oost-Duitse parlementsgebouw en volkspaleis stond na de val van de muur lange tijd leeg en werd de speelbal van diepliggende sociale problematiek, voortkomend uit de Duitse eenwording. Het gebouw werd door veel bewoners van de hoofdstad gezien als symbool van een verscheurd Duitsland, dat maar beter kon verdwijnen. Door anderen, veelal nieuwe bewoners, werd juist gepleit voor hergebruik van het gebouw, dat zo'n typerend beeld geeft aan de stad. Fischer/El Sani legde de vinger op deze discussie door in te gaan op het veranderde imago van het gebouw binnen zijn nieuwe politieke en sociale context. Zij maakten daarbij gebruik van de publieke opinie en herinnering, waarin het tot de verbeelding sprekende futuristische interieur (dat volledig werd gestript als gevolg van asbestgevaar) een belangrijke rol speelde.

Het Viñoly-gebouw heeft, doordat het nog maar net gebouwd is, natuurlijk niet de historische en politieke lading van een gebouw als het Palast der Republik. Maar toch wordt er door Fischer/El Sani – zij het op subtiele wijze – ingegaan op de betekenis of symboolwaarde die het gebouw vertegenwoordigd. Jeroen Boomgaard, als lector Kunst en Openbare Ruimte betrokken bij de kunstenaarsresidenties op de Zuidas, suggereert in zijn tekst in de SMBA-nieuwsbrief dat de psychologische dreiging in de film refereert aan een universele angst. Namelijk om op te gaan in een wereldomvattend web van geldstromen waarin geen hoogte of dieptepunten meer zijn (zoals ook geschetst door anti-globalisten). Door de globalisering wordt alles steeds meer gelijkgeschakeld en wordt de noodzaak om uitzonderlijk of specifiek te zijn steeds groter. De ambitieuze kantoortorens aan de Zuidas, ontworpen door architecten van wereldfaam, zouden aan deze noodzaak gehoor moeten geven, maar in hoeverre verschillen ze van bouwprojecten die op andere plekken (denk opnieuw aan Berlijn en de herinrichting van de Potsdamer Platz) met even beroemde architecten tot stand komen? In hun hang naar onderscheid en kwaliteitsuitstraling doen wereldsteden in feite niets anders dan het afficheren van hun economisch potentieel in de vorm van architectuur. En dat gebeurt al eeuwenlang zo.

THE RISE, Nina Fischer / Maroan El Sani, t/m 13 mei 2007

Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam