Seance in De Appel

—Pia Louwerens
Willem de Ridder © De Appel, Amsterdam & de kunstenaar(s)/the artist(s)

Alles wat je moet doen is een cassette in jouw cassetterecorder schuiven. Je schakelt de cassetterecorder aan en je luistert naar deze stem. Deze stem geeft je instructies over waar je heen moet gaan, welke kant op, welke tram, trein, bus, boot, richting, kleur, sfeer, hoogte, diepte, zachtheid, hardheid, samen, jij en ik, kunnen wij op reis gaan door dit land dat hier om dit gebouw heen gelegen is. – Willem de Ridder in de introductie van The Walk (1981/2018)

Toen Amsterdam eind jaren zestig het centrum van de culturele wereld was, bevond Willem de Ridder zich in het middelpunt. De Fluxus kunstenaar en meesterverteller was betrokken bij de oprichting van Paradiso, de Melkweg, Hitweek, Fantasio en het ‘eerste Europese sekstijdschrift’ Suck. In 1981 presenteerde kunstcentrum De Appel zijn Radio Art Resonantie (RAR) kunstwerk The Walk. Bij The Walk werd het publiek van De Appel uitgenodigd om met een walkman twee dagen en nachten op pad te gaan. In de walkman zat een bandje met de stem van De Ridder die, al dan niet onder begeleiding van futuristische synthesizermuziek, de participant het land door gidste.

Op 18 augustus 2018 werd The Walk bij De Appel opnieuw opgevoerd in het kader van expositie 2 Unlimited, een tentoonstelling over hedendaagse kunst in Amsterdam. Het evenement, Footnote #5, werd gehost door kunstradio Ja Ja Ja Nee Nee Nee. In de aula van De Appel kreeg een tafel de rol van radiostudio toegewezen, omringd door stoelen voor het publiek. Ondertussen was de re-enactment van The Walk al aan de gang. De ‘wandelaars’ werden vanuit de Appel gebeld om live verslag te doen van hun ervaringen op hun door De Ridder geleide reis door Nederland. Radiomaker Femke Dekker van Ja Ja Ja Nee Nee Nee en kunstenaar Zazie Stevens wisselden deze fragmenten af met gesprekken met kunstenaars en ontwerpers die verbonden waren met het thema ‘Amsterdam’ en de kunstwereld aldaar.

De gentrificatie en het massatoerisme in Amsterdam hingen als een schaduw boven het gesprek met kunstenaarsinitiatief The Ballroom uit Bijlmermeer en kunstenaars Niels Albers & Malissa Canez Sabus. Waar De Ridder in de jaren zestig regelmatig een nieuwe vrijplaats oprichtte in het centrum van Amsterdam, is de situatie nu anders: veel kunstenaars en kunstruimtes verliezen door stijgende huurprijzen als gevolg van gentrificatie hun plek in de stad, om vervolgens zelf in een buitenwijk weer een instrument van het volgende gentrificatieproject te worden. De sprekers benoemden de noodgedwongen mobiliteit en tijdelijkheid van hun initiatieven echter ook als mogelijkheden in plaats van condities. De Appel maakt deze situatie meteen zichtbaar, aangezien het sinds 2017 in Lelylaan is gehuisvest en op de website spreekt over een “nomadisch bestaan”. Een relevante locatie om dit onderwerp aan te snijden, maar ondanks dat het onderwerp werd aangeraakt bleef de discussie op de oppervlakte.

De keuze voor The Walk als onderdeel van 2 Unlimited is niet voor de hand liggend aangezien het werk niet specifiek aan Amsterdam gebonden was. De nadruk van het werk lag, in lijn met de rest van de praktijk van de Ridder, bij de directe relatie tussen het kunstwerk en het publiek. Het verband tussen de voetnoot en de hoofdtentoonstelling werd niet gelegd in de uitzending, en blijft giswerk. Dat is zonde, want het naast elkaar plaatsen van ‘Amsterdam’ en The Walk roept wel degelijk interessante vragen op, juist op het gebied van publiek. Is The Walk als een intieme luisterervaring bijvoorbeeld een werk in de publieke ruimte? Ik vermoed dat een luisteraar van The Walk juist even buiten de publieke ruimte geplaatst wordt, er als een toeschouwer of acteur ‘boven zweeft’. Gentrificatie heeft veel te maken met marketing en zichtbaarheid, is de radio een medium dat zich hierbuiten kan plaatsen? Het kunstwerk als zwevende, virtuele aanwezigheid zou mogelijk een strategie kunnen zijn om te ontsnappen uit de vicieuze cirkel van locatie, zichtbaarheid en gentrificatie.

Voor The Walk anno 2018 is een selectie gemaakt van wandelaars, een gecureerd publiek dus, dat vooral bestond uit personen met een inhoudelijke connectie met het werk of de kunstenaar: de een had bijvoorbeeld met De Ridder samengewerkt, een ander ontwerpt zelf ook radiorondleidingen. Dit is een opvallende keuze als je bedenkt dat veel projecten van De Ridder – zoals Hitweek, Talkradio of Suck – juist gekenmerkt worden door de bijdragen van onbekende lezers en luisteraars, en een bijna totale afwezigheid van curatie en redactie. De betrokkenheid van de wandelaars had bovendien geen meerwaarde, omdat de korte telefoongesprekken erg oppervlakkig bleven. Zelden ontstegen ze het niveau van “Waar ben jij nu?” en “Hoe lang moet jij nog?” Dit werd vooral frustrerend voor het aanwezige publiek, dat The Walk niet letterlijk kon ervaren en het van deze overlevering moest hebben. Enige uitzondering was de bijdrage van de negenjarige Poé, een kennis van de curator, die de stem van De Ridder observeerde als ‘een stem uit het verleden die praat op een hele geheimzinnige toon.’ Een re-enactment is inderdaad een fascinerend gegeven, juist omdat het een verschuiving in de tijd is, een stem uit het verleden. In de Appel werd die verschuiving weer gladgestreken en werden vooral, verbaasd, de overeenkomsten benadrukt: ‘Het transcendeert de tijd!’ en ‘Het is nog steeds even goed!’. De tijd heeft echter niet stilgestaan: tegenwoordig zijn audiotours, meditatie-apps en navigatieapparatuur gemeengoed, wat in 1981 nog zeker niet het geval was. Misschien dat een iets minder professioneel publiek deze voor de hand liggende observaties eerder zou hebben gemaakt. Verder is ‘tijdloosheid’ geen eindoordeel maar iets wat nader bestudeerd dient te worden, omdat het iets vertelt over zowel het werk als onze tijdsgeest.

Willem de Ridder was ook zelf bij Footnote #5 aanwezig, en was nog niets van zijn charisma als verhalenverteller verloren. Het was vooral interessant om hem over het maken van radio te horen spreken, wat hij beschrijft als verdwijnen (“when you make radio you disappear into it”). Hij nam zijn eerste hoorspelavontuur op tijdens een verblijf in de Verenigde Staten, met behulp van een kaart van Nederland die hem via de post was opgestuurd. Het Nederlandse radiopubliek werd vervolgens door zijn stem in hun eigen auto het land doorgestuurd. Tussen De Ridder en de radioluisteraar vond op deze manier een vreemde verschuiving plaats in tijd en ruimte. Het is precies deze verschuiving die zo interessant is aan radiokunst. Die afstand of verschuiving tussen spreker en luisteraar was ook aanwezig in de ruimte van de Appel. Wij werden als fysiek publiek juist niet aangesproken of benoemd, het primaire publiek zat immers achter de radio (of in dit geval, computer). Dit was onprettig en waarschijnlijk onbedoeld, maar het had wel het interessante effect dat ik me steeds transparanter en fysiek afweziger begon te voelen. In dit opzicht was het evenement bij de Appel een complexe radioperformance met wel vier verschillende soorten publiek die zich allemaal op andere plekken en tijden leken te bevinden: de wandelaars als deelnemers aan The Walk, de sprekers als publiek van de wandelaars en van elkaar, het fysiek aanwezige (doch tweederangs) zittende publiek en de meest gezichtsloze eersterangs radioluisteraar (die vermoedelijk Engelstalig was) van Ja Ja Ja Nee Nee Nee.

De Britse theoreticus Mark Fisher gebruikte in 2007 het woord hauntology om te beschrijven hoe onze hedendaagse cultuur wordt achtervolgd door nostalgie voor modernistische toekomstdromen die nooit uitgekomen zijn, of door het neoliberalisme zijn geblokkeerd. In plaats van nieuwe toekomstdromen te bedenken zijn we vast komen te zitten in een cultuur die zo van nostalgie en pastiche doordrongen is dat dit niet eens meer wordt opgemerkt. Fisher was op zoek naar hauntological art, kunst die dit ‘opheffen van de toekomst’ weet te verbeelden. Als we weten naar welke dromen we terugverlangen, zo dacht hij, kunnen we deze onvervulde potenties van het verleden gebruiken om weer een toekomst voor onszelf te formuleren. Footnote #5 was bijna een voorbeeld geworden van zo’n hauntological werk, als een seance rond een tafel waarin alle onzichtbare, tijdloze, lichaamsloze of transparante aanwezigen als spoken werden opgeroepen. Het grootste spook was de kunst zelf, die zich nergens in de stad meer kan manifesteren zonder in de zelfdestructieve cyclus van gentrificatie terecht te komen. In dit verband is de radio, als stem zonder lichaam, zowel een passend medium als een interessant onderwerp. Fisher roept ons echter op om ons ‘verlangen naar een toekomst die nooit kwam’ serieus te nemen. Daar schoot dit evenement helaas in tekort. Zonder verbanden te leggen, werkelijke reflectie of kritiek bleef Footnote #5 bijna frustrerend oppervlakkig. Verschuivingen in de tijd werden gladgestreken, spoken werden opgeroepen maar er werd niet met ze gepraat. Ze zijn verveeld weer naar huis gegaan.

Pia Louwerens is schrijver en kunstenaar.

Radio 2 Unlimited met Online Radio Ja Ja Ja Nee Nee Nee © De Appel, Amsterdam
Radio 2 Unlimited met Online Radio Ja Ja Ja Nee Nee Nee © De Appel, Amsterdam
Radio 2 Unlimited met Online Radio Ja Ja Ja Nee Nee Nee © De Appel, Amsterdam