Depression, samengesteld door Lisette Smits en Dan Kidner, is onderdeel van een reeks exposities in Marres over de twintigste eeuw en het idee van avant-garde. De titel zinspeelt op de duistere kant van vooruitgang, individualisme en kapitalistische expansie. Met name dat laatste wordt onderzocht in deze tentoonstelling, bijvoorbeeld door verwijzingen naar de transformatie van burger naar consument en naar de relatie tussen kunst en kapitalisme. Depression wil tegenwicht bieden aan ‘de positivistische uitstraling van veel recente groepstentoonstellingen en biënnales, waarin gepoogd wordt om het kritisch potentieel van kunst te herstellen na een overhaaste consensus over het falen van het modernisme’. Ook de line-up is veelbelovend: Alighiero e Boetti, Nairy Baghramian, Gillian Carnegie, Stephan Dillemuth, Chris Evans, Claire Fontaine, Melanie Gilligan, Karl Holmqvist, Anja Kirschner en David Panos, Lee Lozano, Alan Michael, Melvin Moti, Seth Price, Jim Shaw, Barbara Visser, Joanne Tatham en Tom O’Sullivan.

DE AVANT-GARDE: DEPRESSION
19 september t/m 29 november 2009

Marres
Capucijnenstraat 98, Maastricht

Een goede hoer huilt niet

Raymond Frenken
Aryan Kaganof, NICOLA'S FIRST ORGASM, 2003

Bestemmingsplan, bouwbesluit, vervoersstromen, afvalbeheersing. De fundamenten van Nederland zijn opgetrokken uit dit technologisch-bureaucratische jargon. Dezelfde drang tot standaardisering en regulering die Deltawerken, snelwegtracés en bedrijventerreinen voortbracht, leidde in de jaren negentig ook tot tippelzones en afwerkplekken aan de randen van de grote steden. In De zone, een korte film van Ben van Lieshout (1951) zie je hoe dit typisch Nederlandse verschijnsel is vormgegeven door middel van gegalvaniseerde tussenschotten, wegmarkeringen en vuilwaterputten. Met vlakke stem voorgedragen citaten van straatprostituees, afkomstig uit interviews in verschillende kranten en tijdschriften, dienen als voice-over bij de strak gekadreerde beelden.

De zone is een van de vijf films die deel uitmaken van het online programma van FilmbankTV. Iedere maand wordt een nieuw programma samengesteld van korte films die deel uitmaken van de collectie van De Filmbank, een stichting die zich inzet voor de experimentele film. Zo’n programma duurt ongeveer een uur en is twee maanden online beschikbaar. Bij elk filmpje wordt een korte toelichting, biografie en filmografie van de maker gegeven.

De zone is het beste filmpje uit het maandprogramma van november. Dat is meteen de voornaamste kritiek op dit initiatief: de kwaliteit van de geselecteerde filmpjes is zeer wisselend. Bij de programmering heeft men zich kennelijk meer laten leiden door een thema – in dit geval wat omfloerst omschreven als een blik op ‘de wereld vanuit vrouwelijk perspectief’ – dan door kwaliteit.

Dat laat zich illustreren aan de hand van de andere vier filmpjes. In Het brandende bruidje van Eveline Ketterings (1965) zien we een wachtlokaal in een Aziatische havenstad. Een vrouw in afzakkende witte bruidsjurk en met een lampenkap op haar hoofd stuitert manisch door de ruimte heen en weer. Deze meisjesvrouw is niet bij zinnen, zoveel is duidelijk. Ze lijkt de illustratie van een negentiende-eeuwse hysterica, gevangen in het korset van haar maagdelijke bruidsjurk, wanhopig op zoek naar aandacht van echte mannelijke mannen. De havenarbeiders die in een achterkamer mahjong of domino zitten te spelen, trekken zich er overigens niks van aan.

Sub Sectio van Wim Jongedijk (1965) is een al even mal filmpje, waarin een kafkaësk plot wordt vormgegeven als een kruising tussen Buster Keaton-achtige slapstick en Duits expressionistische griezelfilm. Een man en vrouw belanden in een soort spookhuis, waar de vrouw door een sardonische arts wordt onderworpen aan een keizersnede, waarbij zij poppenhuismeubeltjes baart. De vrouw is hier gereduceerd tot object, overgeleverd aan de grillen van een man die haar misbruikt als broedmachine voor een huisje-boompje-beestje-fantasie. Het is niet eng, het is niet grappig, het is niet aangrijpend en zelfs als pastiche is het niet geslaagd.

Waar Sub sectio nog ternauwernood overeind blijft door enigszins consistent acteerwerk, een plot en de opbouw van een spanningsboog, ontbreekt dit alles volledig in Blind date van de Armeense Nora Martirosyan (1973). Acht vrouwen zitten bijeen in een statige ruimte. Ze wachten, maar waarop? Al snel raken twee vrouwen verzeild in een twistgesprek en karikaturale stoeipartij. Dat is de aanzet voor een opeenvolging van scènes zonder enige samenhang: een psychedelische trip, een bevalling, een rouwbijeenkomst rond een opgebaarde, oudere man. Het lijkt een niet-geslaagde trailer van een familie-epos, die je niet benieuwd maakt naar de échte film.

Van heel andere orde is Nicola’s first orgasm, hierin brengt regisseur Aryan Kaganof (Ian Kerkhof, 1964) in beeld wat de titel belooft. Kort verkent de camera het naakte bovenlichaam van een jonge vrouw, om zich daarna te richten op haar gezicht. Het is gefilmd in sterk tegenlicht waardoor alle sensatie van het vleselijke (de tastbaarheid van de huid, de welvingen van het lichaam) verdwijnt. In plaats daarvan lijkt het lichaam zélf een onstoffelijke bron van licht. Het is niet helemaal duidelijk hoe, maar de vrouw bereikt langzaam maar zeker haar hoogtepunt. En daar verwordt de aanvankelijke vervreemding alsnog tot kitsch. Geloken ogen worden in slow motion dichtgeslagen, langzaam ontvouwt zich een brede glimlach over haar gezicht, dit alles begeleid door aanzwellende pianoklanken. Heel Viva-verantwoord. Toch is deze registratie pornografisch te noemen. Niet vanwege de seksuele handeling: die blijft immers buiten beeld. Het zit ‘m in de manier van filmen. Als kijker lig je bovenop de vrouw, die je voor en na afloop van haar orgasme met een onverschillige, bijna katatonische blik aanstaart.

In zekere zin is dit tekenend voor alle vijf de films. Ze tonen niet de wereld vanuit vrouwelijk perspectief, het zijn vertekende verbeeldingen van de vrouw vanuit een mannelijk perspectief. Zelfs bij De zone van Ben van Lieshout is gefilmd doorheen de voorruit van een auto, die de afwerkplek oprijdt.

De zone is de enige film die verrast, bevreemdt, schokt, aan het denken zet. Dat alles op verschillende niveaus: zuiver formeel én wat inhoud betreft. Bovendien blijven bij Van Lieshout de vrouwen het meest in hun waarde, ondanks het mensonterende werk dat de prostituees verrichten. Zij worden niet eenduidig als hysterica, gemankeerde broedmachine of seksueel object benaderd. Laat staan als slachtoffer. Er wordt hen namelijk een stem gegund. Van Lieshout laat de vrouwen in hun eigen woorden verhalen over hoe ze langzaam maar zeker afgestompt raken door hun werk en drugsverslaving: ‘Een goede hoer huilt niet’.

Deze vakmatige aanpak en gelaagdheid – die een teken zijn van professionaliteit als (film)kunstenaar – ontbreken in de andere filmpjes. En dat is jammer, want experiment en professionaliteit sluiten elkaar natuurlijk niet uit. Door bij presentatie juist scherp te selecteren op kwaliteit, wordt vermeden dat het publiek ‘experiment’ verwart met ‘welwillend amateurisme’. Want dat is de doodsteek voor de experimentele film.

FilmbankTV
Maandprogramma november
te zien: november/december 2009
www.filmbanktv.nl

Eveline Ketterings, HET BRANDENDE BRUIDJE, 1965
Nora Martirosyan, BLIND DATE, 1973

Het broeit in Den Haag. De kunstenaarsinitiatieven lijken als paddenstoelen uit de grond te schieten. Nadat slechts zes maanden geleden Walden Affairs zijn deuren opende op de Zuidwal, kan men vanaf september op de Lange Beestenmarkt terecht bij kunstenaarsinitiatief JCA DE KOK. Het initiatief, dat gestart is door een viertal afgestudeerden van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, wil werk tonen van kunstenaars met een maatschappelijke oriëntatie. De overzichtstentoonstelling van Rien Monshouwer (1947) is opgebouwd als een wandeling en staat geheel in het teken van de stad.

VAN STRATEN EN HUIZEN
Rien Monshouwer
13 november t/m 13 december 2009

Kunstenaarsinitiatief JCA DE KOK
Lange Beestenmarkt 99, Den Haag

Moritz Ebinger, MAQUETTE RADIO ROOD, 2009 (foto: Kees Spruijt)

Vanuit het entreegebied van Museum Boijmans Van Beuningen zendt de van oorsprong Zwitserse kunstenaar Moritz Ebinger (1961) deze winter live radio uit. De studio creëerde hij zelf, inclusief de microfoons, tafels, stoelen, pennen en platenspelers. Als presentator nodigt hij in zijn radioruimte o.a. kunstenaars, politici en museummedewerkers uit om te spreken over de kleur rood. Die gesprekken zijn elke zondag vanaf 14.00 uur live te volgen, in het museum of via Radio Rood op 107.5 FM. Volgens Ebinger kunnen er meer diepgaande gesprekken gevoerd worden door concentratie op een bepaalde kleur.

RADIO ROOD
Moritz Ebinger
19 december 2009 t/m 7 februari 2010

Museum Boijmans Van Beuningen
Museumpark 18-20, Rotterdam

Het broeit in Den Haag. De kunstenaarsinitiatieven lijken als paddenstoelen uit de grond te schieten. Nadat slechts zes maanden geleden Walden Affairs zijn deuren opende op de Zuidwal, kan men vanaf september op de Lange Beestenmarkt terecht bij kunstenaarsinitiatief JCA DE KOK. Het initiatief, dat gestart is door een viertal afgestudeerden van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, wil werk tonen van kunstenaars met een maatschappelijke oriëntatie. De overzichtstentoonstelling van Rien Monshouwer (1947) is opgebouwd als een wandeling en staat geheel in het teken van de stad.

VAN STRATEN EN HUIZEN
Rien Monshouwer
13 november t/m 13 december 2009

Kunstenaarsinitiatief JCA DE KOK
Lange Beestenmarkt 99, Den Haag

Maix Mayer, HAUS_TW 01, 2007, courtesy Galerie EIGEN + ART Leipzig/Berlin

Een jaar of vier geleden bezocht ik het voormalige hoofdkantoor van het Oost-Duitse Ministerie voor Staatsveiligheid (‘Stasi’) aan de Normannenstrasse in Berlijn. Minder populair onder toeristen dan de Stasi-gevangenis en, zo leek het toen althans, nog onaangeroerd door gediplomeerde museologen en conservatoren. De opstelling van de collectie was dan ook erg aandoenlijk, met grote kamerplanten om de wat lege kamers op te leuken en een collage-achtige presentatie van documentatiemateriaal, die sinds de opening van het gebouw voor bezoek in 1990 niet veel veranderd kon zijn. Eén van de hoogtepunten qua ostalgie was het museumcafé, waar je tegen een zacht prijsje thee met een plakje cake kon krijgen, gezeten in typische oostblok-zithoekjes. Hoewel ik me dus enerzijds verkneukelde aan het seventies meubilair, vertelde het gebouw natuurlijk vooral een beklemmend verhaal, van een maatschappij waarin naar schatting één op de vijftig burgers met de Stasi samenwerkte en de kleinste misstap al tot arrestatie kon leiden.

De huidige tentoonstelling in Gemak toont met het werk van Dora García (1965) en Maix Mayer (1960) de beide kanten van het leven vóór de Wende, nu twintig jaar geleden. Mayer vraagt met zijn foto’s, film en installatie aandacht voor de modernistische, utopische architectuur uit de DDR. Een reeks foto’s als Hanoi toont voorbeelden ervan in hun huidige verschijning, sommige netjes onderhouden, maar de meeste bedroevend verwaarloosd. Aan één van zulke bouwsels gaf Mayer driedimensionaal vorm in de installatie modell70 (Kugelhaus). Het tuinhuisje Kugelhaus Universal dat hierin centraal staat werd ontwikkeld door het bedrijf VEB Spezialchemie; vanwege het tekort aan consumentengoederen verplichtte de DDR-regering bedrijven dergelijke producten te ontwikkelen. Het bedrijf bedacht een futuristisch tuinhuisje, dat Mayer met deze installatie aan de vergetelheid heeft ontrukt.

Interessant, want origineler, wordt het werk van Mayer vooral wanneer hij de architectuur uit deze specifieke plaats en periode koppelt aan die van een heel andere plek op aarde. In Taiwan fotografeerde hij de overblijfselen van een vakantiepark dat gebouwd werd in de jaren tachtig: idyllisch aan zee gelegen ronde, gestapelde huisjes. Nu staan de huisjes er bij als een spookdorp, omdat er steeds een ongeluk gebeurde wanneer iemand een huisje betrok.

Bij het zien van de foto’s rijzen meteen vragen: was er in Azië dan een soortgelijke space age-achtige bouwperiode? Was dat dan ook om dezelfde redenen? Hoe zou men er daar nu dan over denken? Zijn ze daar eigenlijk net zo postmodern als wij? (En zou er trouwens niet een stichting moeten komen om die waanzinnige vakantiehuisjes op te knappen?)

De culminatie van dit alles is Habitat, een hypnotiserende film waarin een personage woonomgevingen in zowel Duitsland als Azië bezoekt. Door dit alles op een intuïtieve manier aan elkaar te koppelen wekt Mayer meer universele ideeën op over hoe ideologie onze omgeving vormgeeft, of deze nou communistisch, kapitalistisch of nog weer anders is. En over hoe deze vormgeving, ondanks verschillende achterliggende bedoelingen, soms opvallend sterk op elkaar lijkt.

Tegenover deze duidelijk idealistische erfenis van de DDR staat het wellicht eveneens ooit goed bedoelde, maar toch vooral beangstigende verleden waar Dora García zich mee bezig heeft gehouden. In 2005 en 2006 kreeg zij toestemming om het beeldarchief van de Stasi te bestuderen. Ze maakte werk met keuzes uit dat materiaal; ze groepeerde foto’s van punkers, nudisten, ‘jonge mensen’ – mensen vooral die onschuldig plezier lijken te maken, maar kennelijk allemaal ergens van verdacht werden.

Met name de stukken film die García heeft gekozen, brengen de spionagepraktijk tot leven. Door de bewegende camera word je je bewust van degene die filmt, degene die vastlegt wie er op zondag naar de kerk gaat, degene die ’s nachts in de bosjes verscholen ligt om twee mannen te filmen die iets in een berm verstoppen. Het fragment dat nu de titel Couple draagt, maakt dat je zelfs als een informant gaat denken: ‘Wat staat dat stel daar eigenlijk vreemd. Ja, dat ziet er toch wel verdacht uit. Want waar hebben ze zo’n serieus gesprek over op straat? Waarom kijkt hij steeds achterom? En wat doet hij vervolgens achter die vrachtwagen, terwijl zij, afwachtend, wat door het bos begint te struinen?’

Evenals Mayer doet García daarnaast gelukkig ook meer dan documenteren en wijzen op interessante stukken – het is natuurlijk wat makkelijk scoren met dit op zichzelf al boeiende en beladen materiaal. Door het gevonden materiaal op een verhalende manier te presenteren, neigt het naar fictie en krijgt het een meer algemene, minder anekdotische waarde. De film Rooms, Conversations is zelfs geheel fictief, zij het wel deels gebaseerd op boeken over informanten zoals Ich, van Wolfgang Hilbig. Het gesprek dat een Stasi-medewerker en een spionne in de film voeren, brengt het leven van de informant nog dichterbij: ‘Ik leef niet, ik interpreteer. […] Zelfs als u me iemand hartstochtelijk ziet kussen, kus ik niet, maar zoek ik de reden van die kus. Ik zoek wat erachter zit, welke boodschap ermee overgebracht wordt.’

Het spioneren lijkt het dagelijks leven een nieuwe ontologie te geven. De dingen zijn niet meer enkel wat ze zijn. Elke handeling, elk woord krijgt een mogelijke extra betekenis. García wijst erop dat die dubbele bodem gevolgen had voor het hele land: ‘Op alle andere plaatsen waar mensen vragen hoe laat het is, vragen ze dat omdat ze dat willen weten. Hier is dat ook zo. Maar ze willen daarnaast nog bewijzen dat ze op een bepaald tijdstip ergens waren. De mensen werken voortdurend aan hun alibi. Niks is normaal. Wat normaal lijkt, irrelevant of banaal, zit in werkelijkheid vol boodschappen die enkel een geoefend oog kan herkennen.’

DDR: OSTALGIE & PARANOIA
Dora García en Maix Mayer
17 oktober t/m 3 januari 2010

Gemak
Paviljoensgracht 20, Den Haag

Dora Garcìa, COUPLE, 2006

Denkwerk of handwerk, concept of materie? In de groepstentoonstelling Against Pragmatics staat de al dan niet vermeende tegenstelling tussen kunst als kennis en kunst als ambacht centraal. Een groot aantal kunstenaars uit verschillende disciplines zoomt in op de relatie tussen hoofd- en handarbeid. Deze jubileumtentoonstelling markeert het vijftienjarig bestaan van DeFKa, het Departement voor Filosofie en Kunst in Assen. De instelling wil niet terugblikken, maar juist vooruitzien. Daartoe zijn kunstenaars geselecteerd waarvan verwacht wordt dat ze in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan het programma van DeFKa, waarin de grenzen van kunst, filosofie en wetenschap worden opgezocht.

AGAINST PRAGMATICS
Bouke Groen, Folkert Joore, Erica van Loon, Remco Torenbosch, Margriet van Weenen e.a.
15 november t/m 12 december 2009

DeFKa
Venestraat 88, Assen

In oktober heeft Maartje Korstanje (1982) een maand gewoond en gewerkt op het nieuw aangelegde IK Eiland, rond de watertoren van kunstenaar Jan van Munster in het dorp Oost-Souburg bij Vlissingen. De beelden van de jonge kunstenaar, die in 2007 de Prix de Rome-basisprijs won, refereren aan mythische wezens, archeologische opgravingen, jachttrofeeën en planten. Bij aanvang van haar werkperiode had Korstanje geen duidelijk beeld van wat ze zou gaan maken; haar werkwijze is intuïtief. Tijdens het maakproces neemt ze graag de ruimte om haar sculpturen zowel letterlijk als inhoudelijk te doen groeien. De vrucht van Oost-Souborg wordt er nu tentoongesteld.

MAARTJE KORSTANJE
1 november t/m 20 december 2009

IK Eiland
Vlissingsestraat 239-a, Oost-Souburg (Vlissingen)

Monica Blok en Hadas Itzkovitch, A SOOTHING SONG, 2009

Bij de verhuizing naar een ander land raak je onvermijdelijk het directe contact met je eigen land kwijt. Voor het onderhouden van deze verbintenis ben je voortaan aangewezen op de verhalen van vrienden en familie, je herinneringen en sporadische bezoekjes. Als je een kind krijgt, wordt de breuk nogmaals onderstreept. Een baby geboren in het nieuwe land zal opgroeien met de taal en de gebruiken van dit land. Wat zal het kind nog weten van de geboortegrond van zijn of haar ouders?

Deze vraag komt in je op bij het bekijken en beluisteren van de installatie A Soothing Song van Monica Blok (1954) en Hadas Itzkovitch (1977). In de tentoonstellingsruimte van Imagine IC in de Bijlmer in Amsterdam hebben zij twaalf videoschermen in een cirkel opgesteld. Hierop zijn evenzoveel vrouwen te zien, die allemaal hun land hebben verlaten en in Nederland zijn bevallen van een baby. Waar de moeders precies vandaan komen en of ze vanwege oorlog, werk of liefde in Nederland zijn gaan wonen, is niet vermeld. De video’s worden gelijktijdig afgespeeld en hebben dezelfde lengte. Ook hebben ze dezelfde verhaalstructuur: een vrouw met haar baby op de arm beweegt door een Oudhollands interieur. Via koptelefoons is een door haar ingezongen wiegelied uit haar moederland te horen.

Componist Milan Gataric maakte een ‘universeel wiegelied’ waar je naar kan luisteren als je de installatie als geheel bekijkt. Helaas is het geluid zo zacht dat je je in moet spannen om het te horen. Wel mooi is dat het gefluister van de afzonderlijke liedjes uit de koptelefoons opstijgt en zich vermengt met de compositie van Gataric. Maar het universeel wiegelied gaat verloren zodra je je afwendt om een individueel beeldverhaal te bekijken en te beluisteren. Omdat de video’s allemaal op hetzelfde moment eindigen en weer beginnen, functioneert de installatie vooral als een decor waarin je je van scherm naar scherm begeeft.

Aan het begin van iedere registratie is de naam van moeder en kind te lezen. Deze persoonlijke aanduiding wordt teniet gedaan door de setting, kleding en cameravoering die in elke video bijna identiek zijn. Gezamenlijk vormen de opnames een krachtige compositie van corresponderende beelden. De tegenhanger van deze collectieve beeldtaal is de geluidsband. De slaapliedjes uit de verschillende landen zijn prachtig ingezongen door de moeders. In zang en melodie onderscheiden zij zich van elkaar, met hun moedertaal als verwijzing naar hun afkomst.

Elk liedje wordt kort onderbroken door een monoloog waarin de moeder vertelt hoe zij zich het leven van haar kind over twintig jaar voorstelt. Blok en Itzkovitch schreven deze teksten op basis van gesprekken die zij met de vrouwen voerden. Het zijn wensen en dromen voor de kinderen, vaak abstract maar soms ook heel concreet (‘Je zit op een campus van een universiteit in het buitenland…’). Uit deze visies spreekt het geloof in de ontwikkeling van de kinderen. Af en toe neigen de poëtische teksten naar sentimentaliteit, maar altijd overheerst de oprechtheid van de liefde van de moeder voor haar kind.

Dit warme gevoel voert de boventoon in A Soothing Song. Hiermee vindt het werk een geschikt onderkomen bij Imagine IC, waar de programmering van tentoonstellingen doorgaans een positieve blik op de vermenging van culturen uitdraagt. De traditionele slaapliedjes leggen echter meer bloot. Het zijn herinneringen uit lang vervlogen tijden. In de donkere kamer met zware gordijnen en stillevens aan de muur wekken ze een gevoel van melancholie op. Het blijft de vraag of het kind de muziek later nog zal kennen. Misschien zijn de liedjes ook niet bedoeld voor de kinderen, maar voor de zingende moeders. Als een troostend lied voor henzelf.

Vergeleken met de vele andere kunstenaars die zich bezig houden met de gevolgen van menselijke migratie pakken Blok en Itzkovitch het veel subtieler aan. In hun werk geen verbeelding van verscheurde gezinnen, illegale onderkomens of integratieproblemen. Hier zie je enkel de moeder en haar tevreden baby, tezamen in een Hollandse kamer. De slaapliedjes uit het verleden en de bespiegelingen op de toekomst accentueren de kwetsbaarheid van dit moment. A Soothing Song is bijzonder omdat het werk de nauwe verbondenheid tussen moeder en kind laat zien en tegelijkertijd onthult dat er ook een afstand tussen hen bestaat. Een geografische afstand, die niet fysiek, maar wel reëel is.

A SOOTHING SONG
Monica Blok en Hadas Itzkovitch
10 september t/m 12 december 2009

Imagine IC
Bijlmerplein 1006 – 1008, Amsterdam

Monica Blok en Hadas Itzkovitch, A SOOTHING SONG, 2009
Wouter de Baat, CARUSO

Een harde kern van fietsende kunstenaars verzamelde vorige maand bij Cyclic ‘a bicycle art media happening’ in Amsterdam en vierde daar ‘cycling culture’. Toevallig komt deze maand in Tilburg een groep kunstenaars samen om een veel ambivalentere liefdesverhouding te vieren: die van mens en auto. De Tilburg Cowboys AutoSalon is een cultureel festival van drie dagen. Vanuit een parkeergarage wordt er de haat liefde verhouding tussen mens en auto belicht. Tientallen kunstenaars en beschouwers nemen deel, waaronder Hans Aarsman, Wouter Klein Velderman en – de schaarse vrouwen – Elle Bandita en Danitsja van Dijk.

TILBURG COWBOYS AUTOSALON
Hans Aarsman, Rob van Acker, Wouter de Baat, Paul Bogaers, Niek Castricum, Danitsja van Dijk, Drive Like Maria, Thijs Eerens, Elle Bandita, Eerste Tilburgse Auto Garage, Rob van Gestel, Maarten Hutten & Ralf Westerhof, Bart Jansen, Laurens Kolks, Bart van de Lisdonk, Jimmy the Lounge & Hendrik-Jan Lovink, Frans van der Meer & Hans d’Olivat, Jan Hein van Melis, Ronella Moser, Federico d’ Orazio, Jaap Robben, Feddo van Riel, Michael Schaap, Paul Schilperoord, Helmut Smits, Trumpstein & De Leijer inc, Wouter Klein Velderman, Paul Veroude, Vloeistof, Snode Vormgevers, Dj Rob V.
20, 21 en 22 november 2009

Op verschillende locaties in Tilburg met als hoofdlocatie de parkeergarage van het Pieter Vreedeplein.

Piero Golia, UNTITLED (RUG) (2003-2007)

Een Italiaanse invasie in Amsterdam. Anders is de groepstentoonstelling bij Annet Gelink Gallery niet te interpreteren. Tien jonge Italiaanse kunstenaars werden geselecteerd door een zeskoppig Italiaans curatorencollectief. Dat stelde bovendien een doorlopende vertoning samen van het videowerk van nog eens zestien Italianen. Een mooie update in de jongste generatie kunstenaars uit Italië dus, die bovendien gepresenteerd wordt als een toernooi, als een open wedstrijd. Een winnaar levert Italian Open echter niet op; het spelelement zit hem juist in de artistieke confrontatie tussen de deelnemers in hun uitwedstrijd.

ITALIAN OPEN
Micol Assaël, Elisabetta Benassi, Lara Favaretto, Giuseppe Gabellone, Diego Perrone, Arcangelo Sassolino e.a.
31 oktober t/m 19 december 2009

Annet Gelink Gallery
Laurierstraat 187-189, Amsterdam

Kunst laten ontstaan

Rianne Groen
Jochem van der Spek, TEKENMACHINES, 2009

Na het indrukken van de rode knop zet een mechanisme zich in werking. Vloeibare bijenwas wordt in koud water gegoten en stolt daar in een verrassende vorm. Vervolgens begint een lopende band te draaien: het object van gestolde was wordt langs een ventilatieruimte en een documentatieruimte gevoerd, om uiteindelijk weer terecht te komen in een smeltkroes. Het proces begint even later weer van voren af aan, maar de vorm die het materiaal aanneemt is steeds uniek.

Het werk The factory uit 1995 (herzien in 2007) van het kunstenaarsduo Driessens & Verstappen is één van de bijzondere werken die te zien zijn in de tentoonstelling Het Proces in kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae in Amsterdam. De tentoonstelling gaat over zogeheten ‘generatieve kunst’ en toont werk van kunstenaars die zich bezig houden met processen die via wetenschappelijke experimenten of computers ontstaan. In veel gevallen krijgt dat proces ook de hoofdrol in het getoonde resultaat, het uiteindelijke kunstwerk. Toeval en mechanisch verkregen uniciteit blijken bovendien belangrijke factoren in de getoonde werken.

Kunstenaarsduo Driessens & Verstappen tilt zijn technische werk met gemak naar een artistiek hoog niveau. Naast The factory is ook het prachtige E-volved cultures te zien, een digitale beeldgeneratie van virtuele organismen. De software die voor het werk werd ontwikkeld bootst een evolutieproces na, waardoor de organismen zich ontwikkelen via een ‘natuurlijk’ proces van variatie en selectie. Het ecosysteem dat de virtuele organismen vormen is te volgen via een kleurrijke weergave op het beeldscherm. Zo is het bijvoorbeeld zichtbaar als een zich ontwikkelende cultuur wordt aangevallen door een nieuw soort organisme: dit doet de visuele weergave op het beeld drastisch veranderen. E-volved cultures wordt hiermee een weergave van artificieel leven – een fascinerend gegeven. Het virtuele petrischaaltje van Driessens & Verstappen is niet alleen conceptueel sterk, maar is visueel ook erg aantrekkelijk. De veranderende culturen die zich in allerlei kleurcombinaties uiten, kunnen je lange tijd geboeid houden.

De tentoonstelling is samengesteld door Jochem van der Spek en Remko Scha, die beiden ook eigen werk laten zien. Zo wordt er een tekenrobot (Tekenrobot # 1, 2009) van Jochem van der Spek getoond. De Tekenrobot is een grappig, houterig apparaat dat wat slordig met een blauwe Bic balpen figuren op papier tekent. Na elk rijtje figuren kijkt de robot naar het resultaat en begint vervolgens aan een nieuwe rij figuren, die ontstaat uit wat er in de vorige rij is gebeurd. Tijdens de tentoonstelling worden de wanden van de zaal gevuld met de tekeningen die de robot maakt. Van der Spek laat ook een digitale variant van zijn tekenrobot zien: een beeldgeneratie waarbij constructies druk rond bewegen in een virtuele ruimte. Een blauw balletje laat lijnen achter in de ruimte, terwijl het eraan vastzittende witte blokje andere lijnen weer uitgumt. Een eeuwig virtueel kunstproces.

Naast de tekenrobot zijn er meer computersnufjes te zien en te horen in Het Proces. Remko Scha, zowel kunstenaar als natuurkundige met een specialisatie in computerwetenschappen, laat in een stikdonkere ruimte een computerstem oneindig woorden genereren. De klassiek aandoende computerstem, in het oeuvre van Scha beter bekend als ‘Huge Harry’, praat onophoudelijk via een programma dat willekeurige keuzes maakt binnen de regels van een formele grammatica. Doordat de zinnen van de robot ontstaan binnen de wetten van de taal, lijkt het alsof Huge Harry daadwerkelijk tegen je praat. De donkere ruimte maakt dat je geen andere keuze hebt dan ernaar te luisteren.

De ruimste zaal is gereserveerd voor een groot videowerk van Peter Struycken. Het werk van Struycken, getiteld Gedicht van Vuur: Prometheus, is een visualisatie van een muziekstuk van componist Alexander Skrjabin. De componist schreef bij zijn symfonie ook een ‘kleurenpartij’ waar Struycken gebruik van maakte. Ondanks dat het intrigerend is om de kleuren en vormen te zien bewegen op de muziek van Skrjabin, is de visualisatie waar Struycken voor heeft gekozen wel wat eentonig, waardoor het werk niet erg lang boeiend blijft.

De tekenrobotten, computersimulaties en gegenereerde taal in Het Proces roepen verschillende vragen op. Kunnen computers kunst maken? Hoe uniek kan een vorm zijn die ontstaat door middel van voorgeprogrammeerde software? Kunnen willekeurig gegenereerde uitkomsten wel artistieke waarde hebben? De organisatoren zelf vinden het belangrijk dat bezoekers zich dit soort dingen afvragen, getuige het symposium dat in het kader van de tentoonstelling gehouden wordt. In dit lezingenprogramma krijgt het publiek de mogelijkheid om actief aan de slag te gaan met de conceptuele component die intrinsiek is aan generatieve kunst.

Het gebruik van generatieve processen door kunstenaars is natuurlijk niet nieuw. Wel breidt het aantal mogelijkheden zich door voortdurende ontwikkelingen op technisch gebied steeds sneller uit. In Arti et Amicitae worden die mogelijkheden een plek gegund. De tentoonstelling daagt de bezoekers bovendien uit tot reflectie op dit soort kunst, met name op de invloed ervan op ons kunstbegrip. Wie zich hier zorgen begint te maken over een in toenemende mate ontmenselijkte, gecomputeriseerde kunst, kan worden gerustgesteld. Dat gegenereerde processen wel degelijk artistieke waarde hebben, blijkt ruimschoots uit de kwaliteit van de werken in Het Proces.

HET PROCES
Peter Struycken, Driessens & Verstappen, Remko Scha en Jochem van der Spek
17 oktober t/m 15 november 2009

Arti et Amicitiae
Rokin 112, Amsterdam

Driessens & Verstappen, THE FACTORY (1995; revisie 2007), bruikleen uit de verzameling van FRAC Lorraine, Metz