Een gebed zonder eind

—Brenda Tempelaar
Fenne Westra, EEN VISSERSBOOT KOMT NOOIT LEEG TERUG VAN ZEE (2013) videostill

Bij wetenschap denk ik niet meteen aan een man die plaatjes heen en weer schuift van middeleeuwse tekens uit de dierenriem en een hedendaagse golfster. Toch is dit de manier waarop Aby Warburg (1866-1929) de Mnemosyne atlas (1924-1926) samenstelde. Op zwarte panelen speldde hij de meest uiteenlopende afbeeldingen. De atlas ging de geschiedenisboeken in als een voorbeeld voor een alternatieve productie van kennis. Kennis die niet op waarheid werd getoetst maar die associatief was. Zijn methode was echter niet bij alle academici geliefd: het was te creatief, te fysiek om historisch te zijn.

De atlas van Warburg staat met één been in de wetenschap. Met het andere bekleed hij een voorbeeldfunctie voor jonge kunstenaars, die duwen en trekken aan de dingen die we al weten. Voor de tentoonstelling in Teekengenootschap Pictura in Dordrecht werd jong talent geselecteerd dat de voorkeur geeft aan bestaande beelden. Zij leggen relaties tussen gebeurtenissen, voorwerpen en personen. De titel van hun tentoonstelling, New Order geeft dan ook precies aan wat er gebeurt.

Slechts een enkele keer gaat die nieuwe ordening gepaard met vakmanschap. Catinka Kersten (1988) laat gipsen dieren zien met een stoffen huid; vossen, een haas en een hert. De titel Looks Like I Own You Now verwijst naar de jacht en de manier waarop Kersten zich de dieren toe-eigent. Ook zij raakte geboeid door het idee van een ordening: voor Pictura koos zij het eerste, het laatste en het meest overdreven dier uit haar verzameling. Een haas staat verschrikt in de hoek gedrukt, vossen tuimelen over elkaar heen en in de hal kom ik nog een hert en een vos tegen. Kersten nam de gemiddelde maat van een Europese vos om haar beelden realiteitszin mee te geven. Zij maakte zeventien werken, met soms meerdere beeltenissen van dieren per werk. Haar werklust is een opvallend tegenwicht voor de verzamelende kunstenaars, die hier de boventoon voeren.

De grootste verzamelaar, en de meest trouwe aanhanger van de Mnemosyne atlas is Jochem van Laarhoven (1988), die maanden geleden al wist wat hij ons wilde vertellen: de geschiedenis toont zich door middel van fotografie. Hij verzamelde zwart-witportretten en -iconen die ons doen verzinken in ons collectieve geheugen. Hij maakte clusters van afbeeldingen die formeel of inhoudelijk iets van elkaar weg hebben. Van Laarhoven snuffelt aan datgene waar Warburg zo bedreven in was: het herschikken van beelden tot ze elkaar houvast bieden. Vooral het formaat en het type afbeelding doen denken aan Warburg’s atlas. Helaas wordt in de overeenkomst ook een kwaliteitsverschil zichtbaar: waar Van Laarhoven zoekt naar categorieën is de kracht van Warburg juist dat hij categorieën verwierp. Wiens werk bestaat uit het opnieuw samenstellen van bestaand beeld, houdt bij een eindexamen tijd over. Soms wordt die tijd gevuld met het ontwerpen van communicatieve displays, waar het werk zelden mee geholpen is.

Bij Pictura kregen de kunstenaars maar drie dagen om een tentoonstelling te maken. Dit korte tijdsbestek forceerde hen om praktisch te zijn: toen er moest worden nagedacht over transport, vielen de overbodige tafels en wanden als eerste af. Waar de video van Fenne Westra (1988) bij het eindexamen nog een complexe installatie was met een hoekwand, toont zij in Pictura haar video Een Vissersboot Komt Nooit Leeg Terug Van Zee als een eenvoudige projectie op een grote muur. Zo krijgt haar scherpe observatie alle ruimte: in de film is te zien hoe een blauw zeil langzaam wordt uitgerold. Met golvende bewegingen vormt zich op de rand van het lege bad een ophoping van blauwe rollen, die uiteindelijk over de rand vallen en het bad beginnen af te dekken. Verder toont Westra met weinig middelen de eigenschappen van de ruimte zelf. Zij haalde de luiken uit de vloer en dekte ze af met een simpel doek, of maakte er een klein plasje water in. Bouwmaterialen worden beeldmaterialen, en omgekeerd. Het draait hier steeds om de weerstand die voorwerpen en afbeeldingen bieden aan de kunstenaar, die hen verzoekt om onderdeel van zijn werk te worden.

Mischa Doorenweerd (1988) drijft deze weerstand op tot wringende installaties. Zijn werk doet me denken aan Sisyphus; een chronisch bedrieger. Zijn bedrog werd bestraft met het omhoog duwen van een grote kei die, eenmaal boven aan de heuvel, weer naar beneden zou rollen. Daar moest hij weer van vooraf aan beginnen. Zo is het werk van Doorenweerd een vastberaden poging om de toeschouwer de top te laten bereiken van een uitzichtloze berg. De berg en de kei zijn ook letterlijk aanwezig: hij laat een video zien van besneeuwde bergtoppen. De sneeuw wordt van de toppen geblazen door een rondcirkelende helikopter. Vlakbij de video liggen piepschuimblokken trapsgewijs op twee pokdalige keien. Op het bordes van Pictura ligt zo’n zelfde kei. De laatste ligt onder een print van twee ronde billen naast twee citroenen. Met deze manier van arrangeren zit Doorenweerd eigenlijk dichter op Warburg dan Van Laarhoven. In het werk van Doorenweerd kunnen verschillende categorieën worden gezien, maar geen enkel thema of medium biedt houvast, omdat zij telkens door een ander onderdeel worden ontkracht.

Warburg zelf werd ook wel eens vergeleken met Sisyphus, om aan te geven dat de ordening van de Mnemosyne atlas een gebed zonder eind is. Zoals Warburg’s afbeeldingen altijd opnieuw gerangschikt konden worden, zijn deze kunstenaars begonnen aan verzamelingen die voortdurend in beweging zijn. Ieder beeld dat ontdekt wordt, vereist immers iets ongelijksoortigs om er tegenover te zetten. Daardoor blijft de toeschouwer steeds nieuwsgierig naar wat de kunstenaars in de toekomst aan hun verzamelingen zullen toevoegen.

Catinka Kersten, LOOKS LIKE I OWN YOU NOW (2013)
Jochem van Laarhoven, GEEN TITEL (2013)
Mischa Doorenweerd, GEEN TITEL (2013)