War the only hygiene of the world I beg you pardon?

Cynthia Jordens
Ruchama Noorda, uit STATISCH VOORUITGANGSMONUMENT, 2008

1. Pro_progress 2. Radical reduction ‘Anything else?’ (sounds of coffee cups) 3. Total DesTrustRuction ‘Any more coffee?’ Financiële zingeving ‘Have a good weekend!’ Het zijn enkele flarden van Ruchama Noorda’s gedicht, met een ritmische typografie à la Paul van Ostaijen, die de opmaat aankondigen van haar expositie Statisch Vooruitgangsmonument. De tentoonstelling vormt het voorlopige sluitstuk van een thematische reeks solopresentaties van jonge kunstenaars, georganiseerd door Museum De Lakenhal in Scheltema. Met haar ongetitelde gedicht gunt Noorda ons een kijkje in de vergaderzaal van het centrum van de macht.

De kunstenares heeft de vrije hand gekregen om zowel als kunstenaar als curator de ruimte van de voormalige dekenfabriek om te vormen tot een totaalkunstwerk. Enige voorwaarde was dat de twintigste-eeuwse collectiestukken van De Lakenhal in de presentatie niet zouden ontbreken. Dat was voor Noorda geen probleem. Het zoekende karakter van haar werk komt niet alleen voort uit de denkbeelden van antroposoof Rudolf Steiner, ook de spirituele ideologie van De Stijl is een belangrijke inspiratiebron voor haar. Noorda’s installaties zijn doordrenkt met het avant-gardistische geloof in een alles omvattende ideologie, waar kunst en spiritualiteit samengaan met als hoogste doel een omwenteling in de maatschappij te willen veroorzaken. Niet alleen de wereld, ook de mens moest wakker worden en opstaan met een vernieuwd bewustzijn. Het messianistische geloof dat kunst de maatschappij kan veranderen is een ‘typische kunstenaarsfantasie’, zoals Bas Heijne in zijn boek De Werkelijkheid (2004) uiteenzet. Na het wegvallen van God in de negentiende eeuw kreeg de kunst de rol van verlosser toebedeeld. ‘Richard Wagner geloofde heilig dat zijn extreme harmonieën van zijn Gesamtkunstwerk de mensheid meer zouden brengen dan welke tastbare revolutie dan ook. Van Gogh en Gauguin [leken] met hun kunst allebei hetzelfde na te streven: een profane wereld vernieuwen door middel van het sacrale,’ aldus Heijne.

Ook Noorda geeft haar werk het karakter van een idealistisch en maatschappijkritisch totaalkunstwerk. Haar installaties zijn opgebouwd uit een drie-eenheid van haar meest recente foto’s, een film, keramische kunstwerken, collectiestukken van De Lakenhal en antroposofische rariteiten. Hiermee heeft ze gekozen voor een ambitieus project. Want staan we vervolgens als toeschouwers op om de maatschappij te hervormen, zoals Richard Wagner met zijn opera’s voor ogen had? Misschien een flauwe vraag, maar Noorda’s installaties brengen wel degelijk een relevante gedachte voor het voetlicht: in hoeverre is idealistische en maatschappelijk betrokken kunst werkelijk in staat de toeschouwer te bereiken?

Van de vijf door Noorda ingerichte ruimtes is in één kamer een verlaten machtscentrum gevisualiseerd. Het bureau van de afwezige wereldleider is omringd door glimmend grijze autobanden van keramiek met prominent daarop prijkende logo’s van Audi, Volkswagen en Ferrari. De banden hebben echter geen ruw rubberen oppervlak, maar zijn bedekt met laurierbladeren. De dubbele betekenis, die Noorda hiermee voor ogen heeft, ligt er nogal dik bovenop: naast een zinnebeeld van roem en overwinning, is een lauwerkrans tevens een symbool voor oorlogsslachtoffers en rouw. Met de AEX bungelend rond de 250 punten is haar statement helder en opvallend actueel: de hebzucht naar olie en winstbejag van het bedrijfsleven blijkt een mondiaal bankroet tot gevolg te hebben. Het klinkt als een schrijnende en schokkende gedachte, maar waarom laat deze installatie dan geen verpletterende indruk achter? Waarschijnlijk omdat Noorda hiermee geen vragen opwerpt of vastgeroeste ideeën aan het wankelen brengt. Haar installatie is juist een bevestiging van een denkbeeld dat we al hebben geaccepteerd.

Intrigerend is daarentegen de ruimte die is ingericht als een heiligdom. Het centraal geplaatste ‘altaarstuk’ is de tekening Rouw (1921) van Hendrik Valk, één van de weinige Leidse kunstenaars die zich liet inspireren door de eenvoud en abstractie van De Stijl. De heilige plaatsing van zijn werk wordt gecombineerd met antroposofische attributen, waaronder een zogenaamde zielenkalender. De kalender bevat meditaties voor iedere week van het jaar en was een extraatje voor de soldaten die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog in de gruwel van de loopgraven bevonden. Emil Molt, eigenaar van de sigarettenfabriek Waldorf-Astoria en groot bewonderaar van Rudolf Steiner, voegde de zielenkalender bij zijn pakjes sigaretten en stuurde ladingen naar de frontlinies. Pure hypocrisie of een oprecht geveinsde poging tot zingeving? Door de kalender als voorbeeld te laten dienen van de maatschappelijke behoefte tot ‘financiële zingeving’, benadrukt Noorda dat ook in decadentie levende machthebbers zoeken naar zingeving.

Toen Noorda ongeveer vijf jaar geleden de projectruimte van Museum Het Domein in Sittard inrichtte voor de expositie The Profitable Art of Gardening, was de tuin haar metafoor voor de ideale maatschappij. Maar op het moment dat de tuinier zich tot een onaangename alleenheerser ontpopt, wordt plotseling de schaduwzijde van de Garden of Eden in vol daglicht geplaatst. Ze blijkt niet langer een onschuldig symbool voor een utopie, maar heeft een dubieuze bijsmaak gekregen, namelijk die van de macht.

Kunst toont zich misschien wel van haar meest fascinerende kant, wanneer het zich een verlossende rol toe-eigent en verantwoordt om over morele grenzen heen te stappen. Tegelijkertijd schiet het echter haar doel voorbij. Want is een Wagneriaans totaalkunstwerk werkelijk in staat tot een maatschappelijke omwenteling? In de ogen van Wagner was zijn veelbelovende opera Der Ring des Nibelungen een fiasco, omdat het bij zijn toeschouwers geen enkel revolutionair vonkje had aangewakkerd. Ook de vernieuwde wereld die de kunstenaars van De Stijl in gedachten hadden is uitgebleven, ondanks hun tot een ‘universele’ essentie teruggevoerde composities in kunst en architectuur. Een kunstenaar die daadwerkelijk sociale betrokkenheid bij zijn publiek wil oproepen, zal misschien het spirituele karakter moeten laten varen en de beschouwer op een meer confronterende, Brechtiaanse wijze moeten aanspreken. Vooralsnog lijkt de wensdroom van het Gesamtkunstwerk slechts in het hoofd van de maker te hebben bestaan.

En het lijkt misschien een klein detail en daardoor weinig revolutionair, maar met de vragen rondom een antroposofisch object brengt Noorda een gesimplificeerde gedachte aan het wankelen. In dit geval het beeld van de macht. Ook al hebben haar installaties als totaalkunstwerk geen overdonderend effect, de afzonderlijke objecten geven uiting aan subtiele, maar krachtige maatschappijkritiek. Kijkend naar een kalender uit 1912 zou je je als beschouwer wel eens kunnen realiseren dat je eigen wereldbeeld toch niet zo roestvast is. Hierdoor is Noorda in staat te laten zien dat de wereld mysterieuzer en complexer is dan we graag zouden aannemen. En dat is iets dat je vooral moet dúrven zien.

STATISCH VOORUITGANGSMONUMENT
Ruchama Noorda
t/m 4 januari 2009

De Lakenhal in Scheltema
Marktsteeg 1, Leiden