Vies torenkamertje

—Minka Bos

De ramen van kunstinstelling Outline in Amsterdam Oost zijn dichtgespijkerd en de deur is op slot. Het gebouwtje maakt een verlaten indruk. Op deze plek heeft beeldend kunstenaar Gabriël Lester een spookhuis in de vorm van een tentoonstelling gerealiseerd. Lester nodigde meer dan 60 kunstenaars (onder wie Merijn Bolink, Folkert de Jong, Julika Rudelius, Gijs Müller en Jennifer Tee) uit om invulling te geven aan zijn hedendaagse spookslot. Het resultaat: vier kleine ruimtes vol met de meest uiteenlopende hedendaagse kunstwerken.

"Als kind maakte ik vaak spookhuizen", vertelt Gabriël Lester, "die presenteerde ik dan aan mijn ouders." Nu staat Lester in zijn laatste spookcreatie in Outline. Geluiden komen overal vandaan: een orgeltje, hoge piepen, een boor. De vele beelden zijn duizelingwekkend. Van boven komen een paar boeken aan een touwtje naar beneden gezeild (James Becket). In het nokje van de toren knippert een schel licht, geïnstalleerd door Marc Bain. Wat zou daar bovenin zijn? Een trieste prinses in een vies torenkamertje? Voordat er iets duidelijk te zien is, stopt het licht. Een mannelijke pop van Florian Goetke zit onderuit gezakt op een stoel. De man (pak met oude Adidas schoenen) staart verdwaasd voor zich uit. Het is een vermakelijk gezicht. Opeens draait de man zijn hoofd om. 'Hij beweegt! Hij beweegt!' roepen twee kindjes die de pop verwonderd bekijken.

Lester liet zich inspireren door de negentiende eeuwse Parijse salons, zo vertelt hij op de radio. In deze salons werden ook altijd veel kunstwerken getoond en in hoge dichtheid gepresenteerd. Maar verder dan deze tentoonstellingsvorm reikt de vergelijking niet. Lester heeft geen kritische tentoonstelling samengesteld met als doelstelling de nieuwste avantgarde te tonen. De samensteller toont van alles door elkaar: een bizarre combinatie van werken, geplaatst in één bepalende context. Het concept laat zich makkelijk vergelijken met een rariteitenkabinet. Typerend voor het rariteitenkabinet is dat de objecten opzettelijk uit hun context zijn gehaald om samen een nieuw verhaal te vertellen. In Lesters' kabinet wordt bijvoorbeeld een houten, kitscherige kandelaar (die regelrecht uit het slot van Dracula had kunnen komen) van Thomas Hillebrand getoond naast een esthetische foto van Julika Rudelius en een opgezette poes van Guilliaume Leblon. Lester toont van elke kunstenaar gemiddeld één werk. Nergens is een naambordje te bekennen. Het individuele kunstwerk is zo ondergeschikt geworden aan het geheel, samen vertellen de kunstwerken Lesters' verhaal. Hij is geen curator, zoals hij zelf graag benadrukt, maar tegelijkertijd neemt de kunstenaar als samensteller wel een overheersende positie in. Alle werken zijn onderdeel van Lesters' concept. Hier en daar springt er opeens een werk uit zoals de kronkelende buis van William Cobbin die twee muren met elkaar verbindt. De buis lijkt heel natuurlijk uit de solide muren van het gebouw te groeien. Een simpele ingreep in de realiteit die zeer sterk werkt in deze barokke en weelderige omgeving.

‘Haunted House…' is een vrolijke en wonderlijke tentoonstelling. De samensteller wilde een tentoonstelling maken die veel mensen zou trekken: een expositie met voor ieder wat wils. Kindertjes met ouders dwalen dan ook uren enthousiast en in verwondering door de zaaltjes. De kleine ruimtes zijn wel al snel overvol, wat het moeilijk maakt om in alle rust de ‘eigen artistieke beleving', waar Lester over spreekt, te onderzoeken. De tentoonstelling nodigt vooral uit tot een onderzoek naar het eigen kijkgedrag als er niemand anders rondloopt. Het is dan ook aan te raden om het wonderlandje op een regenachtige middag als eenzame bezoeker te betreden.

A HAUNTED HOUSE OF ART, tm 7 apr

Outline, Oetewalerstraat 73, Amsterdam, open wo tm za 13-17