Van oude technologie en nieuwe gebouwen

—Annet Dekker
DEAD DROPS (2010)

Met zijn kunst creëert Aram Bartholl interacties tussen publieke en private, online en offline werelden. Hij is geïnteresseerd in de manier waarop het fysieke leven het digitale leven beïnvloedt en vice versa. Dit leidt soms tot komische situaties waarbij mensen achtervolgd worden door tekstballonnen met uitspraken van chatrooms of de naam van hun avatar, maar ook serieuze projecten zoals de China Channel Firefox add-on: ‘experience the censored Chinese Internet at home’. 

Ik sprak Aram Bartholl toen hij in Amsterdam was voor een presentatie op het uitverkochte FITC Amsterdam. Het event met de slogan ‘Design.Technology.Cool Shit.’ maakte me nieuwsgierig naar wat Aram voor ons in petto heeft. Ik kende Aram met name van zijn performances op mediakunst festivals en workshops. Dit lijkt echter iets heel anders. 

AD: Je lijkt je in allerlei verschillende gebieden te begeven, toch vertoont je werk een grote mate aan consistentie. Hoe kies jij je platforms? 

AB: Het is een mix. Net zoals ik graag grenzen overschrijd in mijn werk, wissel ik ook graag verschillende soorten platforms af. Van het presenteren op meer technische, webgerelateerde conferenties tot design conferenties, als het exposeren in kunstgaleries en musea of mediakunstfestivals. Niet dat ik van het één naar het andere ga, het gebeurt eerder tegelijkertijd. 

AD: Dat is een interessante benadering, hoe past deze zienswijze in je werkproces? Laten we het werk Highscreen als voorbeeld nemen. Waarschijnlijk hebben maar weinig mensen dit gezien omdat het een eenmalige performance was, uitgevoerd in opdracht van ARTE Creative, een online initiatief dat ongeveer een jaar geleden is opgericht. 

AB: Ja, het is inderdaad een goed voorbeeld dat het midden houdt tussen straatkunst, mediakunst en moderne kunst. Toen ze mij indertijd benaderden, organiseerde ik tentoonstellingen in internetcafés: SPEED SHOW. Ik wilde met deze ‘internetplek voor één avond’ een internetgalerie te maken. Met Highscreen wilde ik dit idee verder uitwerken en het letterlijk naar de straat brengen. Zo kwam ik op het idee om netkunst op CRT-monitoren te laten zien die op straat zijn achtergelaten. 

Ik wilde de veroudering van technologie ter discussie stellen, het fenomeen dat een beeldscherm of computer die erg duur en gloednieuw is maar vijf jaar meegaat, waarna het op straat wordt gedumpt omdat het onbruikbaar is geworden. Ik vind dat fenomeen van ‘speed waste’ erg interessant. Digitale technologie is een wegwerp artikel omdat de ontwikkeling zo snel gaat. Zo ben ik ook op de titel gekomen. Een van de schermen was van het merk Highscreen en zo werd de titel een eerbetoon aan dit apparaat. Ik heb een aantal schermen bijeen gezocht en laat daarop een netkunstwerk zien, daarna pak ik mijn spullen en verlaat het scherm. Dat moment betekent het absolute het einde van dat apparaat. 

AD: Je geeft ze een laatste eerbetoon! 

AB: Het is een performance en in dit geval was het ook de documentatie van de voorstelling die belangrijk werd. 

AD: Waarom vind je de documentatie zo belangrijk?

AB: Ik vind het documenteren belangrijk omdat het aantoont dat iets is gebeurd. Veel mensen kennen bijvoorbeeld de video Shoot (1971) van Chris Burden die zich door zijn assistent in zijn arm laat schieten, maar waarschijnlijk hebben maar heel weinig mensen de werkelijke performance met eigen ogen gezien. Dit geldt natuurlijk voor veel performance art in de jaren ’70; het blijft bestaan door de documentatie ervan. Ik heb voor Highscreen een speciale video gemaakt, hoewel ik het nu misschien anders aan zou pakken. Ik wilde heel graag een authentieke video maken, waarin het niet gaat om de beeldkwaliteit en de kwaliteit van de vormgeving maar om de situatie zelf, om wat er op dat moment gebeurt. 

AD: Vind je het te gelikt, ligt er teveel nadruk op de video als documentatie?

AB: Het zit tussen een authentieke documentatie van een voorstelling en een geregisseerde video in. Ik heb geen echte duidelijke keuze gemaakt. Wanneer je bijvoorbeeld te vaak wisselt van camerahoek kan het snel ‘over-geregisseerd’ worden. Als ik een voorstelling geef op een festival, is het ook leuk dat er soms mensen zijn die een beetje staan te kijken en het dan vastleggen met hun telefoon. De video van Higscreen is ook een beetje vreemd, omdat we eerst de monitoren op straat zien, naast vieze muren of straatvuil. Samen met de kabels die je ziet, wordt je geconfronteerd met technologie in de stedelijke ruimte. Maar het dan opnieuw vertonen als een video is ook vrij absurd, alsof je netkunst op straat brengt en dan weer terug naar video.

AD: Binnen jouw performance Highscreen laat je netkunstwerken van vier andere kunstenaars op de computerschermen zien. Waarom heb je gekozen voor deze specifieke werken?

AB: Het is een mix van klassieke werken, zoals JODI’s 404-page een verwijzing naar het einde is: ‘page not found’.  Ik wilde dit laten zien omdat veel mensen deze eerste netkunstwerken niet kennen. Het is niet heel nauwkeurig samengesteld; veel is door toeval ontstaan. Cory Arcangel’s Mario Clouds bijvoorbeeld, dat niet eens echt netkunst is, paste er goed tussen omdat er sneeuw lag op een van de schermen die ik vond. En dat sprak mij aan, het paste. 

AD: Voor mij is het vermaak met een vleugje ironie, veel van je andere werken hebben ook die donkere humor in zich. 

AB: Dit doe ik niet bewust, maar het hoort bij mijn werk, dat klopt. Maar grappig proberen te zijn in de ‘reguliere’ kunstwereld wordt vaak niet echt gewaardeerd of serieus genomen. Maar op het internet, waar ik me als kunstenaar heb ontwikkeld, werk je voor een specifiek publiek. Omdat je je tot het internetpubliek richt werkt dat op een andere manier, met zeker meer humor. Het speelt ook met het begrip populaire cultuur; je richt je tot dat grootschalige publiek en probeert ze een beetje te provoceren. Ik laat de ironische kant van veel dingen zien, wat naar mijn idee meer effect heeft dan een serieuze of ernstige invalshoek. Niettemin kent Highscreen, net als mijn andere werk, naast de leuke kant altijd meerdere lagen, meer serieuze thema’s waar over gediscussieerd kan worden, zoals veroudering van technologie. En dat maakt het meer dan alleen maar grappig.

AD: Bij één van je laatste tentoonstellingen was ik verbaasd over de hoeveelheid videodocumentatie naast bijna al je verschillende werken. Wat wil je zeggen met deze documentatievideo’s? Op een bepaalde manier zijn ze anders dan Highscreen, dat eerder een weergave van een performance is, terwijl deze video’s neigen naar eigengemaakte instructie video’s waarvan je er duizenden op internet kunt vinden. 

AB: Ik heb een groeiende reeks doe-het-zelf video’s. De meeste duren één tot twee minuten. Ik gebruik dit formaat graag omdat het gericht is op video’s met verschillende doeleinden, zoals het tonen van klassieke technieken tot hacking praktijken, of het fungeert als puur entertainment. Voor mij zijn deze video’s een manier om iets te leren en verschillende technologieën te onderzoeken. En het is interessant om te zien dat het een ontwikkeling op zich is en invloed heeft op hoe de dingen normaal gesproken gaan. 

AD: Hoe bedoel je dat?

AB: Kijk bijvoorbeeld naar de veranderingen binnen de muziek- en filmindustrie; daar drijft het businessmodel ze tot wanhoop, omdat het niet langer werkt. Bijvoorbeeld, vroeger gaf ik jou een glas, en dan heb jij het en ik niet meer. Maar tegenwoordig kan ik jou een bestand toesturen en dan hebben we het allebei. We zitten in een postindustrieel tijdperk van ‘home fabrication’ en dat is mijn werkveld.

AD: Het delen van informatie en het maken van video´s en opzetten van platforms doet me ook denken aan je vroegere werk Dead Drops, die overal ter wereld in de muren van musea en galeries verschijnen. 

AB: Dat was letterlijk bedoeld als platform, een manier om data uit te wisselen. Maar het werd heel anders ontvangen. Toen ik bijvoorbeeld naar het MoMA in New York ging, wilde ik de Dead Drops buiten in de muur van het MoMa plaatsen, maar dit was natuurlijk niet mogelijk. Ik mocht zelfs geen foyers of andere openbare ruimten gebruiken. In eerste instantie stelden ze voor om de Dead Drops in een frame te plaatsen, uiteindelijk kwamen ze in de muur van de tentoonstelling terecht. 

AD: Een frame?

AB: Ja, een frame, zodat de flash drives zijn ingelijst achter glas. Uiteraard heb ik geprobeerd uit te leggen dat er een andere bedoeling achter zat. Maar ik denk dat het meestal een automatische reactie is van dit soort instituten; ze hebben in de gaten dat er iets interessants aan de hand is, maar ze proberen ook vast te houden aan hun eigen format. 

AD: Terwijl jij het tegenovergestelde probeert te doen, in zowel je projecten waar je de virtuele wereld integreert met de echte wereld, als in de presentatie van je werk, maak je met je volgende werk een overstap naar weer een ander veld?

AB: Eigenlijk wel ja, ik heb een opdracht voor Rhizome waar ik nog steeds mee bezig ben. Het is een model voor een computer game plattegrond uit Counter Strike. Het idee is om het na te bouwen als een echt gebouw. Het zou in Irak moeten komen te staan, of in een ander land dat niet echt voor de hand ligt om te bezoeken. Ik moet nog uitzoeken hoe ik het beste de financiering rond kan krijgen. Misschien is crowd sourcing een idee. 

Vertaald uit het Engels door Mart Dekkers.

STRP, MU en Baltan Laboratories organiseren van 6 tot 8 juni een masterclass met Aram Bartholl en David Darts: The Future of Offline Filesharing. Meer informatie en reserveren via www.baltanlaboratories.org en www.mu.nl.

HIGHSCREEN (2011)
SPEEDSHOW (2010)