Tuimeling

Leonor Faber-Jonker
Performance van Red Dwarf op de opening van 'Adventures Under Ground', 2021. Foto Bertus Gerssen

‘Kakafonie’, is het eerste woord dat ik opschrijf in mijn notitieboekje. Ik ben in een industrieel gebouwtje met witgeverfde muren. Stemmen kaatsen van de muren en gesprekken vermengen zich, terwijl dj Fester la Hagua een klassieke musicalhit draait: Chim chiminey, chim chiminey, chim chim cher-oo

Ik week me los van alle-mensen-die-ik-al-zo-lang-niet-heb-gezien en maak een rondgang langs de collages, tekeningen, schilderijen, etsen, installaties en sculpturen waarmee de ruimte gevuld is.

Vanavond is Quartair een konijnenhol. 

‘Een Haags Wonderland’, zegt curator Lula Valletta, ‘waar geen regels zijn’.

Er zijn 156 jaar verstreken sinds Alice een wit konijn met een zakhorloge zag, er prompt achteraanrende, en voor ze het wist in een hol tuimelde, viel en bleef vallen, een andere wereld in, vol weerbarstige wezens, tranenpoelen en gelabelde versnaperingen. Nu hebben twaalf Haagse kunstenaars haar verhaal opnieuw van beeld voorzien, in een gerisodrukt boekwerk en – slechts drie dagen lang – in een tentoonstelling. Met de klok mee lees je het verhaal in beelden, maar tegen de klok in kan ook, wordt me op het hart gedrukt. Of meanderend. Het maakt niet uit. 

Ik krijg een puzzelstuk in mijn hand gedrukt en koop er een biertje mee. Dat kan vanavond. Het is alsof Valletta een bezwering heeft uitgeroepen waardoor alles deel wordt van het verhaal. De trilspin (pholcus phalangioides) die geduldig in haar web wacht boven een klein keramieken werk van Jordan Herregraven. De verzameling felgekleurde haarspelden die zich hebben genesteld in iemands haar. Het bibberende hondje in een woud van mensenbenen. 

Even kijk ik door de ogen van Alice.

Kijk, daar stappen twee figuren de inmiddels met rook gevulde ruimte binnen, van top tot teen bedekt. Zouden het imkers zijn? Blijkbaar kunnen ze elkaar niet zien want ze communiceren met handgongs. Dong, zegt de een. Dongggg, zegt de ander. Langzaam lopen ze in een cirkel door de ruimte, voor ze zich neerzetten bij twee grotere gongs. Na een tijdje dromerige klanken voortgebracht te hebben (met wie communiceren ze nu?), verdwijnen ze even geruisloos als ze kwamen. De rookmachine neemt hun ritme over: Psssjjt, pssjt pssjt. Psssjjt. 

Ik werp een schuine blik op mijn medebezoekers in dat onbestemde moment voorafgaand aan een applaus. Dat korte aarzelen – klappen? Is het voorbij? – verbreekt de betovering. 

In Wonderland is geen ruimte voor aarzeling, voor overwegingen als: kan dit wel? Hoort dit wel? 

Alice twijfelt niet voor ze zich in het konijnenhol laat vallen. Haar val is een langgerekt moment van onzekerheid, waarbij ze zich alleen maar kan verwonderen. Hoe ver zal ik vallen? Onderweg heeft ze alle tijd om een potje sinaasappelmarmelade op te pakken, open te draaien en – leeg! – weer terug te zetten op een lager gelegen plank.  

Misschien is zo’n onbekommerde vrije val wel de heilige graal voor kunstenaars. Het moment in het maakproces waarop aarzelen niet eens meer in je opkomt en je alleen vol verwondering kan proberen. 

Als collagist moet ik De Aarzeling soms wel ferm de deur wijzen om daartoe te komen. Zij heeft de gewoonte haar gezicht te laten zien op het moment dat ik mijn schaar tegen het papier zet. Tenminste, als het een oud stuk papier betreft, een boek, folder of tijdschrift dat misschien nog van historische waarde zou kunnen zijn. Ooit. Voor iemand. Als ik mijn hand dichtknijp en een eerste knip heb gemaakt is die aarzeling verdwenen. Off with his head! Een kleine transgressie die de vrije val in gang zet. 

Ik vraag me af of Melle de Boer ook zo’n moment doormaakte, vlak voor hij zijn houtskoolstift op de titelpagina van THE [onleesbaar] FATHER zette, zijn illustratie bij het voorlaatste hoofdstuk van Alice’s Adventures in Wonderland. Of Lula Valletta, toen zij een bondagetijdschrift verknipte voor haar herinterpretatie van Alice die, gigantisch groot, uittorent boven de onwaarschijnlijke wezens die haar terecht willen stellen.

Ik vind nog een puzzelstuk, de avond is nog niet voorbij.

Na de gongperformance van Red Dwarf heeft een groepje bezoekers zich vergaard rond een vuurkorf, onder het bladerdak van een onwerkelijk grote vijgenboom. Een mompelende man gooit wat onvast een stuk hout in het vuur. En kijk, daar is nog iemand-die-ik-al-heel-lang-niet-heb-gezien. Ben ik nog in het konijnenhol? Of lig ik alweer veilig op de oever in het gras? Vanavond blijf ik tuimelen. 

Lewis Carroll’s Alice’s Adventures in Wonderland met illustraties van Annemarie Slobbe, Marjolijn van der Meij, Cedric ter Bals, Bernice Nauta, Malou Cohen, Jordan Herregraven, Angelika Hasse, Paul de Jong, Leonie Schneider, Niels Janssen, Melle de Boer en Lula Valletta verscheen in een gerisodrukte oplage van 150 bij Stencilwerck Editions. 

www.adventuresunderground.nl

Leonor Faber-Jonker (1987) is schrijver en kunstenaar. Ze schrijft onder meer over tegencultuur, koloniale geschiedenis en betekenisgeving van objecten.

De nieuwe uitgave van Alice’s Adventures in Wonderland, met illustratie van Melle de Boer, Quartair, Den Haag, 2021.
Collages van Lula Valletta