Topkunst op fietsafstand

—Katinka Duffhuis
Kevin Bray, IMPOSSIBLE EXHIBITION #3, 2017 © Kevin Bray

Het Amsterdam Art Weekend, dit jaar alweer met haar zesde editie, belooft weer groots te worden. Van 23 tot en met 26 november kent de hoofdstad een bomvol programma van meer dan honderd tentoonstellingen, performances, lezingen en openingen op ruim vijftig locaties. Een dag voor de start van het evenement sprak Katinka Duffhuis met Adriana Gonzalez Hulshof, directeur van Amsterdam Art.

Katinka Duffhuis: Wat vind je het belangrijkste doel van AAW?

Adriana Gonzalez Hulshof: Het nationaal en internationaal onder de aandacht brengen van het hedendaagse kunstaanbod in Amsterdam zie ik als hoofddoel. We willen Amsterdam presenteren als de culturele, creatieve stad die zij is. Het idee is om mensen in beweging te brengen, om te laten zien wat voor geweldige culturele infrastructuur we hier hebben. Amsterdam heeft een rijk aanbod met onder meer de Rijksakademie van beeldende kunsten en de verschillende galeries die jong talent een podium bieden voordat zij naar alle grote internationale tentoonstellingen gaan. Daarnaast kent de stad natuurlijk een groot museaal aanbod. Dit zijn bovendien allemaal instellingen die internationaal goed meedoen in de kunstwereld, en het mooie is: alles is op fietsafstand. Dat maakt Amsterdam uniek.

Er doen dit jaar meer instellingen mee dan ooit, en er lijkt meer aandacht voor verdieping en discussie binnen het programma. Waardoor verschilt dit AAW nog meer van vorige edities?

De aandacht voor discussie en het verdiepende programma zijn in elke editie aanwezig geweest. Dit jaar is het wel extra zichtbaar voor publiek, doordat dit element tot nog toe vooral in het professionals programma verwerkt was. Bij het opstellen van het programma selecteren we enerzijds uit het aanbod van de instellingen, anderzijds initiëren we zelf programma’s. Bij het maken van die selectie zijn er dit jaar veel debatten naar voren gekomen, zoals het symposium Humans of the Institution en The Black Archives. Bovendien hebben we dit jaar de samenwerking met de Duitse Kunstvereine opgezet voor een uitwisseling van kennis en ons netwerk.

Wat zou je een beginnende kunstverzamelaar die het Art Weekend bezoekt willen aanraden?

Het AAW is bij uitstek de plek om je te oriënteren op alles wat er is. Er zijn veel galeries die deelnemen en die werken allemaal met verschillende kunstenaars dus ik zou vooral willen zeggen: kijk en vergelijk. Neem daar ook echt de tijd voor tijdens dit weekend. Als je daar tools voor wil, hebben we op onze website thematische routes beschikbaar gesteld: als je in eerste instantie meer geïnteresseerd bent in schilderkunst, fotografie of tekeningen hebben we daar aparte routes voor. Maar daarnaast: sta vooral open voor nieuwe dingen. Je zal verrast staan door hoe je een heel andere weg in kan slaan en je je smaak kan ontwikkelen. We hebben op zaterdag een Amsterdam Art Afternoon, waarin jonge tentoonstellingsmakers vertellen over hun visie op kunst. Daarna kunnen de bezoekers in groepjes met die tentoonstellingsmakers een galerietour doen gebaseerd op de keuzes van die professionals. Het is interessant om kunst door hun ogen te zien. Dit kan je ook een geheel nieuwe kunstervaring brengen.

Het AAW vindt plaats in hetzelfde weekend als de PAN, wat onderscheidt jullie van beurzen zoals deze of biënnales?

Wat ons onderscheidt is onder meer dat al onze locaties verspreid zijn over de hele stad. Het gaat over het aanbod van Amsterdam, daarbij werken we samen met zowel commerciële galeries, als met non-profit partijen. Een ander verschil is dat je tijdens AAW naar gecureerde tentoonstellingen kijkt. Bij een stand in een beurs zal een galerie misschien twee of meerdere kunstenaars uitlichten, maar dat zijn vaak fragmenten van het oeuvre van een kunstenaar, terwijl bij een tentoonstelling wordt gekeken naar hoe die werken zich tot elkaar verhouden, daar zit meer een verhalend concept achter. Dat biedt een heel andere manier van kijken. Bovendien zijn de kunstenaars tijdens AAW zelf ook aanwezig. Bij de studio’s, in De Ateliers, bij de Rijksakademie, maar ook in de project spaces; die kunstenaars kan je volop ontmoeten.

Wat zijn je inspiratiebronnen voor de organisatie van het weekend? Met welke evenementen uit het buitenland zou je je willen meten?

Toen we begonnen met het AAW was het Gallery Weekend in Berlijn een grote inspiratiebron. Wat me inspireerde was dat van overal ter wereld mensen op de galeries afkomen om te kijken wat daar gebeurt. Dat wilden wij voor Amsterdam ook, maar we wilden het breder trekken dan enkel de galeries: het gaat over de hele stad. En daarvoor dient de Havana Biënnale als interessant voorbeeld, tijdens dit evenement ademt de hele stad kunst. Ze hebben daar heel weinig middelen, maar iedereen doet mee, iedereen participeert, dat is fantastisch om te zien. Daarnaast hebben we natuurlijk naar voorbeelden zoals Art Basel of de TEFAF gekeken, hierheen komen van heinde en verre verzamelaars, kunstprofessionals, curatoren en museumdirecteuren: de top van de top. Deze willen wij nog meer naar Amsterdam trekken. AAW is hierin wel echt een evenement op zichzelf. In vergelijking met andere art weekends internationaal denk ik dat wij het meest verscheiden aanbod van deelnemers presenteren, profit, non-profit in allerlei vormen en op topniveau. Het is een grote samenwerking tussen alle partijen waarbij we het karakter van het individu bewaken en tegelijkertijd zorgen dat het een sterk, inspirerend totaalaanbod is. Iedereen pakt uit.

Er is de laatste jaren veel kritiek op de positie van kleinere instellingen en beginnende kunstenaars in Amsterdam, hoe kijk je hier zelf tegenaan en hoe kan het AAW hier een rol in spelen?

Ik denk dat die kleinere instellingen nodig zijn om een brug te slaan tussen de beroepspraktijk van beginnende kunstenaars en tentoonstellingen in grote musea. Die kleine instellingen bieden ruimte voor experiment en de mogelijkheid voor het ontwikkelen van een oeuvre. Dat is hard nodig. Ik ben heel blij dat we deze plekken in Amsterdam hebben en ik zou vooral stimuleren dat dit soort plekken er nog meer komen. Tijdens AAW opent ISO (www.isoamsterdam.com), dat is een nieuwe plek waar er kunstenaarsateliers zijn, er is een tentoonstellingsruimte, maar er zijn ook een paar residencies, daar komen kunstenaars van overal ter wereld om te verblijven. Ze richten zich niet alleen op hedendaagse beeldende kunst maar ze betrekken daar bijvoorbeeld ook design bij. Verschillende takken van de kunst worden er verweven en dat maakt het interessant. Zo zijn er nog meer kleinere instellingen die deelnemen aan het AAW en die wij graag een podium geven.

Dit is de laatste editie waarbij je als directeur van Amsterdam Art, waar kijk je met de meeste trots op terug? Wat zou je de Amsterdamse kunstwereld willen meegeven bij je vertrek?

Waar ik het meest trots op ben is dat we al die mensen de afgelopen jaren in beweging hebben gebracht voor de kunst, zowel kunstprofessionals als kunstliefhebbers. Bovendien hebben we het cement gecreëerd tussen al die partijen. Er is nu een geraamte voor het AAW dat we samen kunnen inzetten om de beste tentoonstellingen te laten zien en ieder jaar echt uit te pakken. Doordat iedereen daar zijn best voor doet heeft het ook resultaat. Als je kijkt naar toen we begonnen, en dat vergelijkt met nu dan zie je dat het aantal kunstenaars dat we een podium hebben kunnen bieden is verdubbeld. Dat is natuurlijk heel belangrijk. Daarnaast is het aantal deelnemers verdubbeld, het aantal activiteiten is vervijfvoudigd. De Amsterdamse kunstscène is levendig en er gebeurt van alles. Het aantal bezoekers is verdrievoudigd, en dat groeit nog steeds. Hiermee zie je dat mensen echt geënthousiasmeerd raken door het Amsterdamse culturele aanbod. Dat heeft niet alleen een effect op het moment tijdens het AAW maar dat heeft natuurlijk ook een weerslag door het jaar heen.

Tot slot: wat zijn de highlights van dit jaar die je mensen absoluut zou willen aanraden?

We hebben meer dan 150 evenementen, dus kijk vooral op onze website en stem het af op je eigen voorkeur! Voor Tubelight heb ik per dag twee hoogtepunten geselecteerd:

Woensdag beginnen we met het voorprogramma van het AAW, daarin opent de nieuwe projectruimte ISO (Isolatorweg 17) met de openingstentoonstelling ISOLA 3000. Bovendien opent een deel van de triptiektentoonstelling van het Prins Claus Fonds bij Eenwerk (Koninginneweg 176), ook een fantastische nieuwe kunstplek, daar is het werk This Way Brouwn van Stanley Brouwn te zien.

Donderdag opent bij de Prins Claus Fonds Gallery het tweede deel van die triptiektentoonstellingen, met het werk van Ibrahim El-Salahi. Ook opent de tentoonstelling van Christian Boltanski in de Oude Kerk.

Vrijdag hebben we de Gallery Night, tijdens deze avond tonen de galeries een heel bijzonder aanbod van kunstenaars, zowel nationaal als internationaal, je kunt die avond ook echt op ontdekkingstocht. Wanneer dit rond 21.00 uur is afgelopen, zou ik aanraden om richting Noord te gaan, daar opent Framer Framed de groepstentoonstelling ‘House of Wisdom’. Bij Eye toont de internetkunstenaar Rafaël Rozendaal een gigantisch werk op LED-schermen van vier meter hoog en zes meter breed, dat wordt heel spectaculair. Tegelijkertijd zijn er allerlei performances te zien, is de tentoonstelling Locus gratis te bezoeken, kan je een VR-kunstwerk zien van Gina Kim, dus in Noord gebeurt een hele boel die avond.

Zaterdag zou ik aanraden om naar de Rijksakademie Open en De Ateliers te gaan. Eens per jaar opent de Rijksakademie haar deuren en het is heel bijzonder om een kijkje te nemen in de kunstenaarsstudio’s waar je normaliter geen toegang tot hebt. De Ateliers pakken ook helemaal uit met performances, talks, en filmscreenings. Dit wordt gepresenteerd als een totaalinstallatie rondom een bar.

Op zondag zou ik de eerste dag van de tentoonstelling Jump into the Future van het Stedelijk Museum bezoeken. Ook zou ik de Manifesta (Herengracht 474) willen aanraden: die locatie in het monumentale grachtenpand is heel bijzonder. Zij nodigen elk jaar een galerie uit om een tentoonstelling te maken en dat pakt altijd erg goed uit. Het oude statige grachtenpand in combinatie met hedendaagse kunst geeft een heel bijzonder effect.

Overweldigd door dit enorme aanbod? Geen zorgen, de organisatie biedt voldoende mogelijkheden om zo veel mogelijk van het programma mee te krijgen. Zo zijn er thematische routes, ontworpen door professionals uit de kunstwereld, toegespitst op je voorkeuren. Ook zijn er gratis rondleidingen door de stad die worden verzorgd door studenten, waar je met je fiets bij kunt aansluiten vanaf het vertrekpunt bij de AAW Hub bij het Stedelijk Museum.

 

Ibrahim El-Salahi, BY HIS WILL, WE TEACH BIRDS HOW TO FLY NO. 4, 1969, pen, inkt en was op papier, 38 x 56 cm (V02571)