Sara Kolster

—Irma Driessen, Arjen Born

Sara Kolster ontwerpt en initieert multimedia- en webprojecten. Met een groep underground kunstenaars gebruikte ze postduiven als alternatief communicatiesysteem (Pigeon Project / Something to Hide, in 2008) en ze startte de online database SoundTransit, die nog wekelijks door mensen over de hele wereld wordt gebruikt om alledaagse geluiden te bewaren en af te spelen. Ook was ze als projectleider nauw betrokken bij T_Visionarium in de Zuiderkerk in Amsterdam, zie elders in deze Tubelight. 

Zelf noemt Kolster zich onderzoeker. In 2009 studeerde ze af aan het Sandberg Instituut met ’t Beloofde Land, een webdocumentaire waarbij de beschouwer min of meer zelf de feiten samenvoegt tot een verhaal. Voor ’t Beloofde Land onderzocht Kolster samen met een journalist en een fotograaf de huidige betekenis van vakantieparken. Die blijken al lang niet meer alleen te dienen voor vrije tijd en ontspanning. Integendeel, veel vakantiehuisjes worden inmiddels permanent bewoond door mensen van allerlei komaf: Poolse arbeiders, Afrikaanse atleten, Iraanse asielzoekers, Russische studenten en Hollandse gepensioneerden. De vakantieparken blijken gewilde toevluchtsoorden voor mensen met de meest uiteenlopende problemen: gescheiden vaders, alleenstaande moeders, alcohol-, gok- en drugsverslaafden. Hun alledaagse bestaan vormt een schril contrast met het oorspronkelijke ideaal waarmee vakantieparken ooit zijn bedacht: het bieden van een korte, welverdiende vakantie voor de vermoeide, verzuilde, Hollandse werknemer.

Hoe kwam je op het idee voor ’t Beloofde Land?
‘In het tijdschrift Mister Motley stond een interview met de Belgische kunstenaar Michel François die sprak over leisure and survival. Die tegenstelling liet me niet los. Vervolgens las ik in de Volkskrant over Afrikaanse marathonlopers die op een camping in de Veluwe zaten. Dat zette me aan het denken: een camping is helemaal niet ingericht op semipermanente bewoning, op Kenianen in een stacaravan. Net zomin als een vakantiepark is ingericht op de behoeften van een gescheiden vader, die na de scheiding nergens heen kan en dan maar in zo’n park gaat wonen – zo iemand was ik tegen het lijf gelopen. Blijkbaar hebben vakantieparken andere functies gekregen. Dat fascineerde me. Al snel bleek de situatie veel complexer dan ik dacht. Het ene vakantiepark is het andere niet, al hebben ze allemaal een bepaalde banaliteit: aquarel aan de muur, IKEA-meubilair, subtropisch zwembad, speeltoestellen. Ik wilde die vakantieparken graag verder onderzoeken.’

Hoe ging je te werk?
‘Ik startte mijn onderzoek met het verzamelen van krantenartikelen, publicaties, foto’s en statements in zo’n Leitz-multomap. Daarna heb ik een aantal gesprekken gevoerd met onderzoeker Mieke Dings, die al sinds 2005 de ontwikkeling van het vakantiepark in Nederland verkent tegen de achtergrond van een groeiende vrijetijdsindustrie. Vanuit die gesprekken ben ik parken gaan selecteren. Met journalist Eefje Blankevoort heb ik enkele bezocht, er videoportretten gemaakt en verhalen verzameld. Suzanne Valkenburg heeft gefotografeerd. In eerste instantie wilde ik dat zelf doen, maar met een statief en filmcamera op je schouder door die parken sjouwen, bij huisjes aankloppen, interviewen en dan ook nog een fotocamera om je nek om de boel te fotograferen, bleek teveel van het goede. Het was praktischer en spannender dat Suzanne dat zou doen. Achteraf ben ik erg blij met haar foto’s. Suzanne is in staat om een mens te fotograferen. Vanuit een portret te werken.’

Zie je jezelf als kunstenaar?
‘Ik zie mezelf als onderzoeker, als archeoloog. De locatie, de plek, is mijn uitgangspunt. Ik ga naar de plek en verzamel feiten. Aantal huisjes, vierkante meters, jaartallen, plattegronden, type architectuur. Zo ontdekte ik bijvoorbeeld dat Gerrit Rietveld een zomerhuisje ontworpen heeft. Bovenop de kale feiten die ik aantref laat ik mensen hun verhaal vertellen. Maar ik maak geen portretten van mensen, ik laat me niet meeslepen door die verhalen. De portretten zijn een middel om het verhaal van de plek te vertellen. De historie van de plek is belangrijk. Die schemert altijd door.’

Voel je verwantschap met het werk van Gert Jan Kocken die rampplekken fotografeert, plekken waar je de spanning voelt van wat daar ooit gebeurd is? Waar geschiedenis doorsijpelt?
‘Armando’s schuldig landschap? Nee, totaal niet. Ik ben uitermate jaloers op de helderheid van Kockens werk, maar het is mij te conceptueel, teveel een idee – het vastleggen van de locatie is voor mij niet genoeg. Persoonlijk voel ik meer verwantschap met Tacita Dean, Joachim Koester (Morning of the Magicians and other works bijvoorbeeld) en Matthew Buckingham. Ik moet zwoegen voor mijn werk. Ik weet van tevoren niet wat ik aantref, welke vorm het aanneemt en hoe diep ik moet graven. Ik gebruik foto’s, video’s, tekst, links en animatie om allerlei lagen van een plek zichtbaar te maken. De resultaten van mijn onderzoek presenteer ik nu in de vorm van een webdocumentaire, maar dat kan de volgende keer iets anders zijn: een boek, een tentoonstelling of een film. Misschien doe ik binnenkort wel een ontdekking die al mijn onderzoek ineens transformeert tot voorwerk. Wie weet. Maar het kan ook zijn dat ‘t Beloofde Land blijft zoals het nu is, namelijk modulair, non-lineair: een website waarbij een toeschouwer door elementen klikt en zijn eigen verhaal monteert. Ik hoop in ieder geval dat de toeschouwer zijn eigen conclusies trekt. Zo eenvoudig is dat trouwens niet. Een plek, een situatie, is altijd meerduidig. In een vliegtuig zit de vakantievierende toerist naast de uitgezette vreemdeling die gedeporteerd wordt naar zijn land van herkomst. Meerdere ficties en realiteiten bestaan naast elkaar. Ik wil aan die veelheid rechtdoen.’

’t Beloofde Land toont vakantieparken in verval. Afgebladderde zwembaden, scheefgezakte caravans, mensen die nergens heen kunnen, zwijgend voor hun stacaravan staan en hun onmacht illustreren, terwijl een voice-over (hun stem) hun verhaal vertelt. Is ’t Beloofde Land stiekem toch een aanklacht?
‘Wat jij ziet als een park in verval is ook een thuis. Een plek om te wonen. Een vrijstaat waar mensen samenleven. Maar soms was het Kafka en Jiskefet tegelijk. Ik heb aan tafel gezeten met bedrijven, stichtingen en stuurgroepen die bezig zijn met zaken als ‘experimentele volkshuisvesting’ en ‘flexibele woonvoorraad’ – eufemistische benamingen voor projecten waarbij bijvoorbeeld zeecontainers ergens neergezet worden om asocialen een tijdelijke plek te geven. Links zegt dat deze bedrijven mensen wegstoppen in mensonterende omstandigheden. Rechts zegt dat ze asocialen belonen en pamperen. Je doet het nooit goed.’

Terwijl een parkbewoner zijn verhaal vertelt, snijd jij er beelden doorheen van vrolijke, zomerse, halfontblote toeristen die met een handdoekje over de schouder nonchalant door beeld lopen. Of je toont een batterij knalgele leaseauto’s met Polen erin, die in een drukke avondspits een voor een door de slagboom het vakantiepark opdraaien, over veel te smalle weggetjes, terwijl de pensionado zo naar zijn rust verlangt. Net als je je identificeert met de bejaarde rustzoeker, laat je de Pool iets vertellen waardoor het perspectief kantelt.
‘Ik houd van het wrangbanale, van de plastic bordjes en de plastic linten die bezoekers naar binnen moeten leiden in bijvoorbeeld het Anne Frank Huis. Inmiddels hebben bordjes, linten en beveiligers in vrijwel alle monumenten de rol van het monument – de geschiedenis – van de plek overgenomen. Het is één groot theater. Of die foto laatst in de krant van verkiezingen ergens – ik geloof in Roemenië – waar je de rug van een beveiliger ziet die genietend van een afhaalmaaltijd van de Burger King naar een soap kijkt met daarachter een rij van mensen die hun stem uit mogen brengen. Ik weet nog niet hoe, maar daarin zou ik me graag willen verdiepen. Welk perspectief wil je als kijker volgen? Ik vind het spannend als je voortdurend moet kalibreren met wie je nu eigenlijk meeleeft.’

‘t Beloofde Land is een samenwerking tussen Eefje Blankevoort, Suzanne Valkenburg en Sara Kolster. Het project is te zien op www.beloofdeland.org en in het zomerhuisje van Gerrit Rietveld in het Openluchtmuseum in Arnhem.

Voor meer informatie over het werk van Sara Kolster, zie: www.sarako.net