Oerol 2026: Kunstroute of wetenschapscommunicatie-kruistocht?

Al tien edities lang ga ik naar Oerol. Vanaf kinds af aan fiets ik heel het festivaleiland Terschelling over om de beeldende kunst in het landschap te zien staan. Zo hebben veel werken indruk op me gemaakt toen ik jong was, zoals Luke Jerram’s Museum of the Moon in de kerk van Midsland of Pi(n)k a place van Studio Ventura in het bos bij het duinmeertje van Hee. Vorig jaar nog maakte vergaan, de wandel- en rouwervaring van Elmo Vermijs, enorme indruk op mij. Vandaar dat ik er weer ben, en dit keer met pen en papier achterop mijn huurfiets. Nu ik dit jaar voor het eerst een hele week op Oerol verbleef, bood dit de uitgelezen kans om zowel de kunstroute als de expositie in de Tonnenloods te recenseren. Bij elkaar is dit een onderneming die meerdere dagen zou duren. Tevens is dit het eerste jaar waar op de online kaart de route is uitgetekend. Zo blijkt de meest optimale fietsroute 35,8 kilometer met 11 haltes voor de kunst. De recensie neemt dezelfde volgorde aan als mijn route over het eiland, verspreid over drie dagen. Belangrijk om te vermelden is het overkoepelende thema van de beeldende kunstroute. Namelijk de AMOC (Atlantic Meridional Overturning Circulation), een stroming over de hele wereld door alle wateren die een cruciale rol speelt in de werking van het klimaat. Kunstenaars werden uitgenodigd om zich te laten inspireren door deze golfstroom. Oerol zelf houdt het bij een summiere uitleg van hoogstens één alinea, voor een genuanceerdere uitleg verwijs ik je door naar deze video:


https://www.youtube.com/watch?v=dqLM65HfVEw

Spoiler: Enige kennis van het natuurfenomeen maakt geen enkel kunstwerk duidelijker noch daadwerkelijk interessant.

1 Marine Migrant – Marjolijn Boterenbrood

De eerste halte op de route aan de wadkant van het eiland, is de installatie Marine Migrants. Marjolijn Boterenbrood focust hier op het verborgen leven van kokerwormen, mossels, en zeepokken. Zeedieren die voor hun reizen geen kennis nodig hebben of beperkingen ervaren van visums en grenzen. We waren helaas te vroeg en een deel van de installatie bleek zich nog onder water te bevinden. “Dat hadden we op de website kunnen lezen” zei de vrijwilliger op de dijk.

Bij laagwater zijn drie bakken te vinden met de afdrukken van de eerdergenoemde dieren die blijven liggen bij de eb. Als enige vertaling buiten het water zijn er ansichtkaarten met de foto’s van de samples uit het water. Deze laten de bovenkant van installatie onder het wateroppervlak zien. Verder is er op de dijk nog een collectie aan fysieke afdrukken uit eerdere tests die hangen in de wind. Beide manifestaties zijn interessant, maar zonder enige verduidelijking blijft alleen de esthetische waarde hangen.


Het werk komt meer tot z’n recht in de online video’s waar we Boterenbrood aan het werk zien: daar blijkt dit werk eerder een fysieke vertaling van haar proces en liefde voor de dieren waar wij maar een negatief van zien. De videos hadden we op dat moment op de website kunnen zien. Helaas deelt het publiek deze admiratie niet en bleek deze halte een vruchtbare voedingsbodem voor 50-plussers met meerdere opmerkingen over wel menselijke-migranten.

2 De Streken – Marc van Vliet

Voor de lezers die De Streken niet kennen, het is de Lourdesgrot van Oerol. Een waar bedevaartsoord voor zowel de nieuwe bezoeker als de veteraan. Ondanks dat je het al kent, blijf je toch terugkeren. De Streken is een houten bouwwerk in de Waddenzee. Het bouwwerk beweegt mee met de getijden en vertaalt zo eb en vloed. Over de jaren heen zien je ook hoe de materialen verkleuren, beschadigen, en verweren door de Waddenzee.

Alleen al het ietwat dunne houten looppad ernaartoe is een beleving op zichzelf. Nauwlettend om elkaar heen manoeuvreren om niet in de Waddenzee te vallen, of wachten totdat de kust vrij is om in één keer door te kunnen lopen. Hoewel het een van de beeldmerken is geworden van Oerol, doen foto’s het werk geen recht aan en moet de ruimtelijke ervaring zelf worden beleefd.

3 Raaklijn – SoAP, Rain Wu en Rita Hoofwijk

Voor het derde jaar op rij onderzoekt Oerol met Rita Hoofwijk de onzichtbare lijn tussen festival en Terschellingse natuur. Waar het in 2024 nog een audio-installatie verspreid over het eiland betrof, en in 2025 twee dansers die als een stepperoller over het eiland dansten, was het dit jaar nog wat wollig. Bij deze iteratie van Raaklijn dit jaar presenteert Rain Wu een architectonische reflectie naderhand haar onderzoek over het eiland. In een loods ligt een set aan experimenten van schapenwol in combinatie met aantekeningen eromheen gekrijt. De ruimte voelt leeg en onderbenut door het tweedimensionale karakter van het werk. De notities voelen als onderdeel van een procespresentatie of zelfs een tekening in een grot. Zo krijgt het werk een onleesbare oermens esthetiek, waarvan ik mij de hele tijd af vraag ‘wat maakt het nou architectuur’?


Er gebeurt visueel te weinig, en in inhoud en concept blijft het nogal oppervlakkig over wat nou die ‘raaklijn’ zou kunnen zijn. Extra informatie via een A4’tje naast het oorspronkelijke bordje maakt het ook niet concreter. Het werk voelt ongearticuleerd voor wat het had kunnen zijn. De indruk die het werk heeft achtergelaten is even vergankelijk als de materialen waarmee wordt gewerkt. Zonde, want het soortgelijke werk van Rain Wu zoals The Sea Rises and Totally Still zou uitermate geschikt zijn voor de context van Oerol en de waddenzee.

4 Turbine Songs – Dennis van Tilburg

Op het strand van Oosterend, nog verder dan strandtent Heartbreak Hotel, bevindt zich Turbine Songs: een installatie zoals het op Oerol bedoeld is. Een collectie van zelfgemaakte kleine windturbines die samen stroom leveren aan de speakers aan hun voeten. Je neemt plaats in het zand terwijl je wordt meegevoerd door een soundscape met natuurgeluiden. Eerlijk toegegeven, toen ik aan kwam lopen had ik niet eens door dat de vogelgeluiden niet echt waren.

Het muzikale windpark biedt een immersieve zintuigelijke ervaring waar je meteen verdwaald in raakt. Daarbij is de enscenering in het landschap passend, alsof we naar een windmolenpark in de verte kijken. Ook de vormgeving van de molens zelf, op houten palen en met zichtbare kabels, brengt een eigen look met zich mee. Deze installatie is natuurlijk niet op te schalen naar de werkelijkheid, maar ondanks dat biedt het een interessant perspectief op daadwerkelijke windmolens, omgeving, en machines waar mensen daadwerkelijk geluidsoverlast van ervaren.

5 Moon Gazer – Thijs Ebbe Fokkens

Rond het midden van de route, kon je via een zijpad en een weg door het bos uitkomen bij Moon Gazer van Thitjs Ebbe Fokkens. Een herontdekking van de maan, alsmede door een blik op de achterkant ervan. Via een houten stellage kijk je de oude watertoren in. Eerst moet deze beklommen worden, waarna je met één oog de houten telescoop in kan kijken. Het vergt wat oefening en focus maar daarna verschijnt daar toch ineens de achterkant van de maan.

Zelf vond ik de houten stellage naar boven, en het herinterpreteren van de oude watertoren het interessants. Hoe een interventie als deze zich naadloos aanmeet tot het bakstenenbouwwerk is bewonderingswaardig. De buitenaardse blik die van ons werd verwacht kostte ietwat veel inlevingsvermogen voor maar één afbeelding door een lens. Al met al een prima installatie die zich weet te verbinden aan oude bouwwerken in de openlucht in plaats van louter ‘natuur’.

6 MOC – Suzette Bousema

Halverwege de route, midden in het bos staat een glazen sculptuur. Als één van de duidelijkste koppelingen aan het thema (AMOC), brengt Suzette Bousema haar interpretatie van een stilgevallen golfstroom. De glazen golfstroom staat symbool voor de stilte. Hoe visualiseer je immers golfstromen die je niet ziet? Met materiaal waar we elke dag doorheen kijken. De glazen buizen hangen stil en sereen in de lucht op een metalen stellage. Per toeval lijkt het werk gerepliceerd door de houten stokjes met touwtjes in het gebied, die kwetsbare natuur zouden moeten beschermen.

Ondanks dat het glazen kunstwerk indrukwekkend is, neemt het in deze omgeving weinig ruimte in. Het werk zou beter tot z’n recht komen in een art-science expositie. Eén waar de schaal van de bomen niet het werk overschaduwen, en waar een monochrome achtergrond juist de details het werk in accentueren. Tijdens mij bezoek was er een vlieg in de installatie gevlogen, die zich ternauwernood door de hele installatie moest manoeuvreren. Een tekenend schouwspel.

7 The Wanderers – Valerie van Leersum

Terug op het strand, daar kom ik een soortgelijke luisterervaring tegen zoals Turbine Songs. The Wanderers van Valerie van Leersum is een kleurrijke illustratie in de duinen, een caranaleske vertolking van algen die zich ongezien door de wind laten meevoeren. Met een bijbehorende soundscape en objecten/sculpturen die je zelf mag bewegen creëert van Leersum een serene doch speelse omgeving.

Met The Wanderers vertolkt ze op gevoelige wijze een ecologisch fenomeen, als een choreografie van overgave. Het zelf bijsturen van de sculpturen, of de poging tot, onderstreept dit gevoel; ze laten zich namelijk niet vangen door iets anders dan de wind. Daarbij wil je door de soundscape zelf ook gaan liggen. Of dat door het fietsen komt of de charme van de installatie zullen we nooit weten.

8 Ecoshroom – S.O.I.L. – Ivan Henriques

Terug het bos in, daar staat een kubus op z’n kant. Ecoshroom – S.O.I.L. van Ivan Henriques onderzoekt door middel van deze installatie of mens, techniek en natuur samen kunnen leven. In de kubus komen uiteenlopende elementen samen: een algoritme, mos, planten, stalen frame, en verschillende vormen van sensoren en actuatoren. Al met al een recept om de installatie interactief te laten zijn. Deze installatie zou ook ‘interactief’ moeten zijn, aldus de omschrijving. Daar blijkt echter geen sprake van: interactie is immers een wisselwerking tussen mens en machine/kunst/object Is passief door een koptelefoon luisteren en ergens bij staan interactie?

Wel doet de kubus sporadisch wat de versafdeling van de Albert Heijn al een paar jaar doet, nevel sprayen over de natuurlijke elementen. Ik kan niet anders dan vaststellen dat ook het algoritme in de kubus niet verschilt van een kas in het Westland. Ik stond erbij en ik keek ernaar: net als met dergelijke ecologische vraagstukken en inzichten over natuurrampen.

9 Dienst Analoge Communicatie – Maaike Ebbinge / Eilandkinderen

Een jaarlijks terugkerend Oerol programmaonderdeel is Eilandkinderen, waarbij een kunstenaar wordt gekoppeld aan de kinderen van Terschelling. Dienst Analoge Communicatie van Maaike Ebbinge is een van de leukste en wonderlijkste edities van dit programma. Het begint al met een geel postkantoortje aan de rand van het bos, aan de buitenkant behangen met zelfgemaakte ansichtkaarten van de Eilandkinderen.

Bij aankomst word je verwelkomd door de postchef (Maaike Ebbinge zelf in kostuum) die je instrueert hoe je een kaartje moet versturen. Deze kaart leeft alleen tijdens Oerol en kan alleen daar worden verzonden en opgehaald. Ik ben nog nooit zo blij geweest met een product gemaakt door kinderhandjes; jammer genoeg mocht je er maar één per dag versturen naar iemand op het eiland. Het concept is niet alleen leuk en doeltreffend in zijn missie – de magie van post herontdekken -, maar ook in gedetailleerde uitwerking. Van de zelfontworpen postzegels tot de stempel, de kaartenrek en de brievenbus. Een kunstzinnig ontworpen festivalervaring, waarover ik naar huis zou schrijven.

10 My Little Tragedy – Nullshima Studio

De laatste stop op de kunstroute is de winnaar van de Symbio kunstprijs: een prijs voor kunst met impact en zeggingskracht in de transitie naar een duurzame wereld.

Ik moet toegeven, bij het zien van het eerste persbericht was ik sceptisch. Hoewel het verhaal sterk was, leek het beeldmateriaal A.I. gegenereerd. My Little Tragedy van Nullshima Studio neemt de nasleep van de ramp met containerschip MSC Zoë in 2019 – waarbij er 342 containers aan consumentenproducten zonken of aanspoelden in de Waddenzee – als uitgangspunt.


Bij aankomst betreed je een feestzaal in de dorpskern. Je ziet als eerst beelden uit de Waddenzee van duikers die speelgoed opvissen. Enter stage een dramatische geanimeerde pony die ons meevoert op een monoloog, terwijl die door de lucht vliegt. Eenmaal aangespoeld spreekt deze pony ons toe, en nodigt ons uit om mee te doen. Opeens start er daarna een kleurrijke plastic-rave. In alle kleuren overlaad het beeld ons met plastic producten, om op de leus ‘five grams a week’ mee te dansen en je over te geven aan de consumptiemaatschappij.

Allereerst ben ik zeer te spreken over ecologische kunst die breekt met dezelfde natuur-mos-mycelium esthetiek. Dat Nullshima Studio dit werk in een feestcafé in de dorpskern toont in plaats van in een bos, breekt enorm met wat we verwachten van dit genre. Daarbij is de muziek, lichtontwerp, en animatie tot in de puntjes uitgevoerd aardoor we ons wanen van de ramp tot de rave. Overtuigend is het zeker, maar bovenal blijft het deuntje net zoals het plastic in ons lijf hangen.

Daarover wel nog één ding, de stelling dat wij als mensen vijf gram plastic per week consumeren is wetenschappelijk onjuist. Het initiële onderzoek over microplastics uit 2022 at stelt dat we een pinpas per week eten is incorrect https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2666911022000247). Toch heeft dit onderzoek voet tussen de deur van de zeitgeist weten te krijgen, zo ook bij Nullshima studio. De vraag is wel of het slecht is om een leugen te verspreiden die ons eventueel overtuigd minder te consumeren. Desalniettemin is dit werk een verfrissend narratief of op het gemiddelde ecologie/duurzaamheid/microplastic genre, en consumeer ik dit als zoete koek.

11 ’t Paradiis – Babette Rijkhoff & Heleen Haijtema (Tonnenloods)

Niet onderdeel van de kunstroute, wel benoemingswaardig. In de Tonnenloods was dit jaar ’t Paradiis van Babette Rijkhoff en Heleen Haijtema te vinden. Een drieschermige audiovisuele installatie die ons meeneemt door de drie dialecten op Terschelling. Terwijl we luisteren naar interviews, huisbezoeken, en gesprekken in de dialecten kijken we naar ontzettend gestileerde beelden van het eiland. Rijkhoff en Haijtema weten een balans te vinden tussen fantaseren over taal en articuleren. Een geweldig mooie samenkomst van verhaal en beeld, en de rol van dialect op een eiland als Terschelling.


35,8 kilometer verder en ik kan concluderen dat het een diverse route is met verschillende soorten en vormen aan werk. Waar The Wanderers spreekt tot de verbeelding in de duinen, en ik het spoor bijster ben bij Raaklijn, ben ik kritisch bij Ecoshroom – S.O.I.L, en lyrisch bij Dienst Analoge Communicatie. Een breed publiek aantrekken is de charme van een festival als Oerol, en dat reflecteert ook in de route. En ook in die route is het werk op elke locatie strak ge-ensceneert, en dat is niet mis voor een festival waar theater de boventoon voert.


Toch valt me op dat door het ecologische thema veel werk zich wetenschappelijk probeert te gronden. Het beoordelen ervan wordt daardoor een taak op zich. Het ecologische concept wordt een lat waaraan te meten. Hoe draagt dit dan bij? Reflecteert dit, of abstraheert het alleen? En helaas ook de vraag, kloppen deze feiten wel? De kunstroute van Oerol blijkt daardoor dit jaar eerder een kruistocht waar er meer wetenschapscommunicatie dan kunst plaatsvindt. Het is een moeilijke lijn om te bewandelen, ecologie is immers een vak apart. Ondanks mijn ietwat kritische blik, heb ik me laten meevaren over de route. Misschien niet op die ene golfstroom waarop de route was geïnspireerd, maar eerder op alle variëteit van wat er te beleven was op dit Terschellingse festival, want ook dat is Oerol.