Nathan Douenburg
Het jaarlijkse gerenommeerde design evenement van Nederland vond vorige maand weer plaats in Eindhoven: De Dutch Design Week (DDW). Namens Tubelight ging ik dit jaar op pad om als zelfbenoemde ‘Junior design writer’ de werken van de Design Academy Eindhoven (DAE) te beschouwen, te belichten, of te bekritiseren.
Eerste punt van kritiek: Persaccreditatie aanvragen kon vanaf dit jaar via een website, mits je al een publicatie hebt op je naam. Dit artikel is niet alleen een recensie maar ook een investering in volgend jaar. Tweede punt van kritiek nu we het toch over het digitale-DDW-domein hebben: Mijn favoriete feature op de website is nu verplaatst naar een app. Het ‘liken’ en uitstippelen van de route kan niet meer in de browser helaas. Vandaar dat ik uit protest heb besloten om een analoge visuele samenvatting van drie dagen DDW te maken. Ofwel een collage, voor de design professionals onder ons.

Nog steeds ziet men ‘design’ vaak als mooie zout en pepervaatjes. Tegenwoordig toont de DAE graduation show een diaspora aan werk, waar design in al haar facetten ten tonele komt. In deze review neem ik je mee op dag twee, met naar mijn mening de meest intrigerende werken van deze afstudeershow.

in het donker van de Microstad parkeergarage stuit je bij binnenkomst meteen op meerdere film en video werken. Een van de meest intrigerende videowerken is Citizen Chairs of Beirut — Sequences of a Fragmented City van George Baida. De iconische Monobloc tuinstoelen staan versmolten als sculptuur voor een videoportret over Beirut. Tevens vormen de Monobloc sculpturen ook een nieuw doek waarop wordt geprojecteerd. Het film-essay onderzoekt door het in beeld brengen van stoelen op straat het dagelijks leven en de politieke situatie in Libanon. Het essay is een lust voor het oog, waar elk shot een zoektocht wordt naar een stoel. Juist het samenspel tussen sculptuur en video maakt het tot één van de meest aantrekkelijke videowerken van deze show.
Toch moet ik wel constateren dat er enige vorm van ‘filmflatie’ is dit jaar. In vergelijking met voorgaande jaren zijn veel werken louter videobeeld, en daardoor een investering om volledig te bekijken. Zelf vind ik dat een moeilijk gegeven aan gezien design altijd een focus heeft op ‘het materiële’. Vandaar mijn fascinatie met Baida’s werk. Ook kan ik een hele tentoonstelling maken van alle digitale werken met een stekker die uit stonden: Waar een persoonlijke laptop zichtbaar in de expositie stond, je tijden het spelen terechtkwam in iemands persoonlijke laptop, of de uiteindelijke interactie niet bleek te werken. Onprofessioneel op z’n minst. Het werk wordt gereduceerd tot alleen een bordje met tekst. Dat terwijl design zo goed voor zichzelf kan spreken, maar niet als het uit staat.

Een van de daadwerkelijke ‘producten’ onder de afstudeerwerken die ik wil belichten is Not For Climbing van Marie de Lavergne de Cerval. Een uitstekende combinatie van prikkelend conceptueel design en daadwerkelijk industrieel product ontwerpen. Zoals het de naam betaamt (en de tekst op een karabijn haak van de Gamma stelt), is deze klimuitrusting not for climbing. Deze conceptuele herontwerpen van de karabijnhaak laten verschillende profielen van interactie tussen mens en omgeving zien. Waarbij er ook horizontale relaties met de berg die beklommen word kunnen ontstaan: Van een danser die vrij beweegt tussen het gesteente, tot een bloemenplukker die de bergen bij zich wil houden. Het presentatiemateriaal is van dermate kwaliteit dat het zo in productie genomen kan worden, waarnaast het een concreet conceptueel voorbeeld is van het opkomende More-than-Human Design. Al met al, een werk om vanuit de bergen over naar huis te schrijven.
Het is dan misschien geen fashion week, maar interessante projecten rondom mode, kleding, en design zijn zeker te vinden. Het werk The Wardrobe is Open van Emilie Sandré is zo’n werk over kleding dat blijft hangen. Een set aan gerecycled textiel in speelse en kleurrijke vormen waar kinderen zich mee kunnen verkleden. Dit werk maakt niet alleen nieuwsgierig naar alle combinaties, maar is tot in de puntjes uitgedacht. Met een reparatie set, en verschillende vormen van ‘verbinders en riemen’, om het te hergebruiken en eigen te maken. Deze modulaire kostuums zijn meer dan alleen duurzaam en genderneutraal. Jaloersmakend dat je dit niet in je eigen jeugd had als je de kinderen met dit ontwerp in actie ziet.

Als laatste wil ik de ruimte nemen voor een van mijn favoriete regionen van design: Keramiek. Twee werken die in de tentoonstelling perfect zijn gepositioneerd zijn de werken Imperfect Ceramics van Aljosha Grégoire en World’s Best Mug van Astrid Vagner Thomsen. In deze hal staan deze twee werken lijnrecht tegenover elkaar, ook in concept.
Om te beginnen Imperfect Ceramics, een zoektocht naar efficiënte en imperfectie. Een overdadige collectie aan mokjes en kopjes. Met een zo efficiënt mogelijk systeem wordt de klei en masse gepromoveerd tot drinkbeker. Toch is het resultaat aan de buitenkant ruig en onafgewerkt. Het is een overweldigende hoeveelheid met gevulde tafels en karren. Één van de weinige exposities waar het ‘do not touch bordje bewerkt moest worden tot een ‘do touch bordje’. Dit werk is een voorbeeld van een uitvoerig en verrassend design research project, helaas wel zonder ‘goodybag vol met mokjes en kopjes’.

Daartegenover staat World’s Best Mug. Tegenover de speelse imperfectie staat een afstudeerwerk ‘onder het systeemplafond’: Een tegenpool niet alleen in thematiek maar ook esthetiek . In dit werk wordt de hedendaagse kantoorcultuur bevraagt aan de hand van de koffiemok. De koffiemok is volgens Vagner Thomsen een middel van zelfexpressie in een monotone kantoorcultuur. Deze samengesmolten mokken lijken industrieel vervaardigd, maar zijn het resultaat van uiterst gecontroleerd handwerk. Naast dat dat al een prestatie is an sich, zijn deze mokkende mokken ook sprekend onderzoek naar vormgeving, en conformeren door middel van design.

Al met al was deze Dutch Design Week één waar het analoge en materiële werk de spotlight verdient. De werken waar het meest voor zichzelf wordt gesproken zonder digitaal hulpmiddel, dat is waar de recente DAE alumni hun kracht in vormgeving laten zien. Design mag mooie zout en pepervaatjes zijn, waarnaast ook sprekende mokken, jaloersmakende verkleedkleren, conceptuele karabijnhaken, en geportretteerde plastic stoelen.
Alle foto’s zijn gemaakt door Nathan Douenburg
Nathan Douenburg is een multidisciplinair ontwerper (TU Delft Design For Interaction MSc.) en schrijft graag over de sociale/culturele/historische kant van design vanuit zijn achtergrond in design geschiedenis (VU Amsterdam Design Cultures MA.).