Het fort als denktank voor design

—Rogier Brom

Vlak buiten Leerdam ligt Asperen. Vlak buiten Asperen ligt een een fort. Dit fort, onderdeel van de Nieuwe Hollandse waterlinie, opent sinds eind jaren tachtig vier maanden in het jaar zijn deuren om zichzelf en de kunst die er op dat moment gehuisvest is te laten zien. Waar vorig jaar Ben van Berkel en Caroline Bos in het fort hun tentoonstelling Retreat toonden, stelde designplatform Tuttobene dit jaar de eerste editie samen van een nieuwe designbiënnale in het fort, getiteld DNKTNK, ofwel denktank. Het werk wordt gepresenteerd als ‘design van de toekomst’. Toch lijkt het alsof de ontwerpers zelf juist heel terughoudend zijn over de manifestatie van hun ontwerp in de toekomst.

Tuttobene wil met DNKTNK vooral het ontwerpproces uit de doeken doen dat aan de hedendaagse ontwerppraktijk ten grondslag ligt, want juist in dat proces ligt het engagement van de ontwerper verborgen. Van elke designer zijn meerdere zalen met werk ingericht. Hierin krijg je verschillende stadia van een proces te zien of verschillende voorbeelden van een concept. Aangevuld met de projectie van een gesprek tussen David Heldt (Tuttobene) en de betreffende ontwerper, geven deze presentaties een vrij compleet beeld van wat de designer met zijn of haar werk wil bereiken.

Drie duistere fortkamers tonen de bezoeker het conceptuele werk van Joana Meroz en Stefaan Vervoort. De mensgrote, minimalististische L-vormige sculpturen van Robert Morris’ Untitled (L-beams) uit 1965 benaderden ze als drie variaties van een stoel. Hun enige ingreep is elke L-vorm van een kussentje voorzien. Eigenlijk kan iedereen een designstoel maken. Althans, dat is de conclusie die hier voor de hand ligt. Meroz en Vervoort verkennen met hun werk echter de consumptiemaatschappij en de rol van vormgeving daarin. In de derde zaal tonen de ontwerpers hun werk verpakt in dozen en in serie opgesteld op een stel pallets. De muren zijn dan wel niet blauw en geel geschilderd, het uiterlijk van de etiketten verwijst onmiskenbaar naar de Zweedse meubelgigant. De toon is gezet: de vraag is hoe ontwerpers om moeten gaan met massaproductie en duurzaamheid. Het meest duurzame ontwerp, zo benadrukken de ontwerpers in het bijbehorende interview, is waarschijnlijk helemaal geen ontwerp.

Hedendaagse designers reageren volgens de tentoonstellingsmakers op de economische en ecologische zorgen van dit moment met een vormtaal die context zichtbaar maakt. Dit is ook terug te zien in de tentoonstelling. De bijbehorende context wordt duidelijk in persoonlijke verhalen bij gebruiksvoorwerpen die vervolgens worden omgevormd tot antropomorfe objecten (Nikola Nikolov). Of wanneer de vormtaal van oude culturele gewoontes wordt gecombineerd met een nieuwe situatie van bijvoorbeeld immigranten (Lotte van Laatum).

De ontwerper kan de consument deelgenoot maken van het productieproces. Via korte wegen tussen herkomst van de materialen en het product en korte wegen tussen product en gebruiker. Het zijn populaire tactieken om de consument bewust te maken van wat een product nu eigenlijk is, behalve een mooi of handig object. De relatie van de gebruiker met de herkomst van een product is ook de leidraad in het werk van Christien Meindertsma (1980). Hoewel er aardig wat schapen rondlopen in Nederland wordt de voor de Nederlandse productie gebruikte wol veelal geïmporteerd. Meindertsma ging dichterbij op zoek naar wol. De meeste schapen in ons land worden voor het vlees gehouden. Het scheren van hun vlezige schapenlijfjes kost meer dan dat de wol opbrengt. Dit stimuleerde Meindertsma om eens uit te zoeken hoeveel handige producten een Nederlands schaap nu eigenlijk op zou kunnen leveren. Uit schapenpoep kan bijvoorbeeld papier gemaakt worden. Maar hoeveel vierkante meter weiland moet een schaap eigenlijk leegeten om genoeg mest te produceren voor een A4-tje? ‘Ik denk dat mensen steeds meer oprecht geïnteresseerd raken in waar dingen vandaar komen, maar het is moeilijk om er iets mee te doen, als consument.’ Bij Meindertsma is de herkomst bepalend geworden voor het ontwerp.

Voor de tentoonstelling DNKTNK als geheel in Fort Asperen is herkomst ook bepalend geworden. Hoewel het een uitstekend streven is om niet alleen het eindproduct van de ontwerper maar ook de weg daar naartoe te tonen, zijn ontwerpwerkwijzen lastig over te brengen. De beweegredenen van elke designer worden prachtig geïllustreerd door de veelal sterk opgestelde objecten, maar de verschillende strategieën van de ontwerpers lopen te ver uiteen om te spreken van een nieuwe werkwijze in het algemeen. En een beeld van het ontwerp van de toekomst krijgt de bezoeker na een bezoek aan DNKTNK al helemaal niet. Maar dat klopt wel, want een terughoudend, blanco toekomstbeeld is wellicht juist heel hedendaags.

DNKTNK
Ontwerpers van vandaag, design van de toekomst
Anke Bernotat, Lotte van Laatum, Christien Meindertsma, Joana Meroz, Nikola Nikolov, Damian O’Sullivan, Bo Reudler, Celia Sluijter, Stefaan Vervoort, Arnout Visser

t/m 30 september
KunstFort Asperen
Langedijk 60, Acquoy
www.kunstfortasperen.nl