FEIT IS EIGENLIJK FICTIE

—Wytske Visser
Tirzo Martha, THE SUCCESSFOOL ANTILLEAN, 2007

Het Wilhelmus klinkt zachtjes uit een enorme installatie van tapijten, kartonnen dozen, plastic stoelen, fauteuils, veel schoenen, flessen wijn, gedekte tafels en een tv. Op vier tapijten heeft Tirzo Martha (Willemstad, Curaçao, 1965) deze enorme verzameling van beelden en referenties aan verschillende werelden gebouwd. Het Nederlandse volkslied kan worden meegezongen als karaoke in de installatie The Successfool Antillean (2007).

De installatie is een van de werken in de tentoonstelling Dealing with reality. Curator Mirjam Westen heeft naast Martha gekozen voor Melissa Gordon (Boston, 1981), Germaine Kruip (Castricum, 1970), Mathilde ter Heijne (Straatsburg, 1969) en Hans Op de Beeck (Turnhout, 1969) om verschillende houdingen tegenover de werkelijkheid en realisme te laten zien. Deze kunstenaars "ondervragen de beeldvorming in onze samenleving", vindt Westen. Zij koppelt daar een aantal extra noties aan, zoals de vermenging van feit en fictie in de hedendaagse kunst en nieuwe media en dat realisme niet enkel een weergave is van de werkelijkheid, maar veeleer een interpretatie.

De vijf kunstenaars werken met verschillende media en interpreteren het onderwerp op diverse manieren. Naast de schilderijen van Gordon staat een diaprojector met werk van Kruip. Martha en Op de Beeck hebben allebei een grote installatie gemaakt en Ter Heijne stelt videowerken en installaties tentoon. Dat roept de vraag op of de presentatie misschien te divers is of te veel gezichtspunten wil laten zien.

De enige videowerken in de tentoonstelling zijn van Ter Heijne. Net als Martha maakt zij gebruik van bestaande beelden en conventies en werpt die omver. Ze gebruikt daarbij nadrukkelijk fictieve beelden. In de video en installatie No depression in heaven (2006) zien we twee vrouwen, een arme dame en een rijke vrouw, in hun beide ‘leefomgevingen’. Ze achtervolgen elkaar en bedreigen elkaar met een pistool. Deze video is geïnspireerd op de Hollywood ‘vrouwenfilms’ uit de jaren dertig, waarin twee, bijvoorbeeld qua uiterlijk, tegengestelde vrouwen met elkaar werden geconfronteerd. Uit die confrontatie moest voor de toeschouwsters een les volgen over hoe zij zich dienden te gedragen in de moderne, snel veranderende maatschappij. Identificatie, zoals in de jaren dertig, is niet meer mogelijk bij de installatie van Ter Heijne. Het decor van de film en twee wassen beelden van de hoofdrolspeelsters zijn onderdeel van het werk. Om de hoofdpersonages zo naast je te zien staan en zitten, heeft een vervreemdend effect. Het versterkt het fictieve karakter.

Naast het fictief getinte werk van Ter Heijne is het veeleer realistische werk Images Archive van Germaine Kruip te zien. Kruip maakte een installatie met twee diaprojectoren waarin ze beelden uit boeken, kranten en tijdschriften heeft verzameld. De beelden worden naast elkaar geprojecteerd en verwijzen naar elkaar. Ze hebben soms eenzelfde thematiek of eenzelfde compositie. Het is verbazend en verontrustend om te zien hoe deze beelden, die soms uit totaal andere situaties voortkomen, door de gelijkenissen in beeldtaal ook andere eigenschappen van elkaar overnemen.

Ook Gordon maakt gebruikt van bestaande beelden maar zij benadert ze op een heel andere manier dan Kruip. Haar schilderijen met een losse toets, worden vaak gekarakteriseerd als storyboards. Ze zien eruit als een bruine houten wand waarop plaatjes of foto’s zijn geplakt. Die komen uit kranten, films en tijdschriften, waarbij veel aandacht is voor beeldvorming over vrouwen en in het bijzonder over het feminisme in de jaren zeventig. Zoals in de installatie Notes from the first year (2006). Op twee planken heeft Gordon verschillende ‘documenten’ geplaatst. Op de bovenste plank staan op stukken hout nageschilderde covers van boeken over feminisme en gender. Op de plank eronder liggen de eerste pagina’s van artikelen uit feministische tijdschriften. Zo gepresenteerd is het net een vitrine in een archief, waar de documenten gekoesterd worden. Niet alleen om wat ze zeggen maar vooral om wat ze zijn of om de betekenis die ze ooit hadden.

De werken in de tentoonstelling hebben duidelijk onderlinge overeenkomsten. Toch bieden ze ook ruimte voor interessante tegenstellingen of verschillende interpretaties. Er is één werk dat buiten de tentoonstelling valt: Table [I] (2006) van Hans Op de Beeck. Deze installatie verdient wellicht zijn plek als een confronterende ‘hyperwerkelijkheid’ maar dat doet niet voldoende recht aan de gelaagdheid van het werk. De installatie gaat in al zijn sublieme betekenisvolheid geen interessante dialoog of confrontatie aan met de andere werken. Naast het werk van Ter Heijne wordt het zelfs bijna een decorstuk uit een film. Ondanks de diverse en interessante weergaves van beeldvorming die Dealing with reality laat zien, raakt de tentoonstelling door dit werk toch versnippert.

DEALING WITH REALITY
t/m 17 februari 2008

Museum voor Moderne Kunst Arnhem
Utrechtseweg 87, Arnhem
www.mmkarnhem.nl

Mathilde ter Heijne, still uit NO DEPRESSION IN HEAVEN, 2006
Melissa Gordon, THE SATISFACTION OF KNOWING, 2007