Zoals vorig jaar besteden we bij Tubelight opnieuw aandacht aan het residentieproject BIJ/NA, een samenwerking van St Joost, Van Gogh AiR en het Stedelijk Museum Breda, gepresenteerd in de Stadsgalerij Breda. Zes kunstenaars, drie recent afgestudeerden en drie kunstenaars die al wat langer in het vak zitten, presenteren de resultaten van hun residenties. Deze kunstenaars zijn Heba Bardan, Charly van der Eerden, Sam de Lange, Jitske Perdijk, Niek Opstals en Miekie Capello.

De ingang bevond zich aan de achterkant van het gebouw, niet aan de zijde van de Oude Vest, een schone straat met bezette bankjes en tulpenbedden. Om het hoekje van de Stadsgalerij loop je direct langs bouwhekken, een onverharde zandweg op waar een paar auto’s geparkeerd staan op peukengrind. Nog een hoekje om en de ingang komt in zicht, even smoezelig als de zijkant van het gebouw. Een van de kunstenaars was buiten zijn werk aan het opstellen. Achter hem hing een strokengordijn dat ouder leek dan hijzelf.
Toch bleek dit omlopen een enorme toevoeging aan de tentoonstelling. De smoezeligheid van buiten leek door het tochtgordijn naar binnen te zijn gelekt en zich daar stevig te hebben genesteld. De ruimte voelt intens geleefd aan: een collage van ongelijk gesneden houten platen, die waarschijnlijk op verschillende momenten aan muren en vloer zijn bevestigd om lekken te dichten en gaten te bedekken.
De kunstwerken vormen de laatste laag van die collage. Ze lijken elk moment uit elkaar te kunnen vallen. Ze bestaan uit klei, pvc, baksteen, hout, metaal, plastic en andere kunststoffen, elektriciteitskabels, zeil en gips. Materialen die je ook in en rondom puincontainers bij sloop aantreft. En hier begint het spel: het zijn juist deze materialen, die snel het stempel ‘zwerfafval’ krijgen en eindeloos blijven bestaan totdat iemand besluit ze op te ruimen, die hier tot leven komen.
Het materiaal sluit naadloos aan bij de thematiek. Het dier staat centraal, of beter: het dierlijke. In de manier waarop dieren zich tussen de benen van mensen manoeuvreren zonder vertrapt te worden, en nesten bouwen van bijvoorbeeld ijzerdraad.
Het is de vindingrijkheid van het dier die de vindingrijkheid van de kunstenaars accentueert. Zo lijkt de tentoonstelling een overleving van een onsuccesvolle strooptocht geweest te zijn: je kijkt naar wandwerken van restanten, een dierlijke sculptuur van installatiebuizen en decoratieve dingetjes van afvaltierelantijntjes. Soms zijn er ook werken te zien die puur uit natuurlijke materialen bestaan, maar op zo’n wijze gepresenteerd dat de interventie zowel menselijk als dierlijk van aard kan zijn.
Tegelijkertijd was er in het Stedelijk Museum Breda een solotentoonstelling van Anna Lange, waarin zij het alom vernietigende karakter van de mens benadrukt door het gebruik van aangereden wild in haar installaties. Het contrast met BIJ/NA is treffend, want het toont dat het niet aanpassen aan de wereld van de industriële mens, alleen maar kan leiden tot uitroeiing.

