De Gouden Geest van Lomme

—Veerle Driessen
Tentoonstellingsoverzicht The Ghost of Weaving, 2017. Foto: Freek Lomme

Door de ruimte van Onomatopee leidt een meanderend touw je langs de werken van de groepstentoonstelling The Ghost of Weaving. Deze tentoonstelling –op de site aangekondigd als research project– is samengesteld door de oprichter en directeur Freek Lomme. Op de website staat hijzelf vermeld tussen de andere kunstenaars van het project. Behalve het touw heeft Lomme zijn gedachten over het patroon achtergelaten in de vorm van een ingesproken tekst. Terwijl je langs de werken slingert zorgt deze audiotour voor een poëtische laag, het touw verweeft het geheel tot een narratief.

Wie denkt aan patronen maakt al snel de associatie met de mozaïeken van het Alhambra. Net als veel islamitische kunstenaars kiezen de kunstenaars in The Ghost of Weaving om hun ideeën te verbeelden in abstractie, of iets dat daarbij in de buurt komt. In tegenstelling tot de figuratieve, didactische vertaling van de Bijbel in de katholieke kerk bieden de geabstraheerde beelden ruimte voor eigen interpretatie. Een patroon lijkt misschien weinig ruimte te bieden om buiten de lijntjes te kleuren maar in feite zijn er oneindige mogelijkheden binnen die gegeven structuur. Door het wiskundige karakter van patronen is de tentoonstelling op het eerste gezicht wat eentonig, maar juist de gelijkenissen –het gebruik van het raster, de lijnen, ruiten en structuren– maken onderlinge verschillen zichtbaar.

Hoewel de werken van bijvoorbeeld Sigrid Calon en Koen Taselaar meer overeenkomsten met elkaar hebben dan met de rest, wordt door de gelijkenis juist het onderlinge verschil onderstreept. De werken van beide kunstenaars hebben opvallend fellere kleuren dan andere werken in de tentoonstelling, en zijn allemaal gebaseerd op bestaande patronen. De composities zijn bij zowel Calon als Taselaar opgebouwd uit fijne structuren die door de kleurcontrasten grovere geometrische vormen krijgen. Calons werk is afkomstig uit haar boek To the extend of /, \, |, & – waarin 120 composities te zien zijn in riso-print. Alle composities zijn gebaseerd op een borduurstramien van een minimaal rooster van drie bij drie stippen dat haar in combinatie met het gebruik van acht kleuren veel verschillende mogelijkheden biedt. Door digitaal te ‘borduren’ ontstaan er grafische mogelijkheden, zoals het toevoegen van een omtreklijn of het gebruik van lagen, die de variatie in combinaties nog meer uitbreidt. De gelaagdheid die in Calons werk met de computer is gecreëerd contrasteert met Taselaars handwerk. Hij gebruikt ouderwets een sjabloon om een eigen laag over een bestaand patroon te leggen. Doordat de strakke digitale riso-prints van Calon vlak bij het werk van Taselaar zijn gehangen wordt de nonchalante stijl van Taselaar zichtbaar.

Opvallend is dat veel werken in de tentoonstelling een dergelijke tegenspeler lijken te hebben. Het touw leidt je aan het begin van het narratief langs een werk van Elisa van Joolen, zij heeft met een handdoek een zwarte afdruk op het canvas achtergelaten, de structuur hiervan gaat speels een relatie aan met het zebra-achtige breisel van Hansje van Halem en Tracy Widdess dat midden in de ruimte staat. Verderop in de tentoonstelling lijken de geruite overhemden van Maria Hedlunds fotoserie niet geheel toevallig tegenover het bijna abstracte Too Big to Fail van Timon van der Hijden te hangen, en is het was- en beddengoed van Har Sanders net zo gekreukt als de proppen van Esther Stocker.

Hoewel de werken in de tentoonstelling vaak nog verwijzen naar het ambacht neemt het machinale het tegenwoordig vaak over. De patronen van Calon zijn weliswaar gebaseerd op een klassiek borduurstramien maar de computer heeft de overhand in haar werk. Het breisel heeft Widdess, hoewel gebaseerd op het werk van Van Halem, op afstand gemaakt. Bij Van der Hijden is er nog een referentie naar textiel maar het persoonlijke wordt genegeerd. Het hemd is niet gemaakt om zich te plooien naar de lichaamsvormen van de drager. ‘… as productive mastery is channelled through ever more abstract processes, digital tools and semi-finished particles, don’t we lose touch with the fundamentals of the pattern produced?’ is de vraag die wordt gesteld in het zaaloverzicht.

Misschien is juist door deze groeiende digitale afstand de drang van Lomme ontstaan om het persoonlijke te laten doordringen in The Ghost of Weaving. Dit terwijl de werken zelf soms juist afstand nemen van het persoonlijke. De rol van Lomme is in de tentoonstelling moeilijk te negeren. In de gesproken tekst komt zijn fascinatie tot uitdrukking voor het werk van de kunstenaars die hij uit persoonlijke beweegredenen heeft samengebracht. Maar waar is de objectiviteit die je verwacht van een onderzoeksproject? De waarde van abstractie zit hem bij Islamitische motieven in de afstand die hierdoor ontstaat, en daarmee de ruimte voor eigen interpretatie,. Lomme legt daarentegen juist de nadruk op zijn persoonlijke affiniteit met het getoonde, en schept een gouden kalf om te verafgoden.

Veerle Driessen is conservator in opleiding bij het Van Abbemuseum.