Wandel en verlustig u

—Angelique Spaninks

Druk is het doorgaans toch wel in De Oude Warande, het statige park achter de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg, waar het goed joggen en fietsen, kuieren en picknicken is. Deze maanden is het echter extra druk. Naast flierefluiters en hondenuitlaters hebben namelijk ook kunstminnaars de charme van het oude plezierbos ontdekt. Dit alles dankzij de Bredase Stichting Fundament.

Dat ze bij Fundament een scherpe neus hebben voor interessante locaties bewezen ze al eerder. Vorig jaar was het de vuilstort bij Bavel waar onder anderen Job Koelewijn en de Zwitsers Biefer & Zgraggen eenvoudig maar doeltreffend op ingrepen. En in 1997 waren het de oude verlaten gebouwen van de voormalige Bredase Chassé Kazerne waarin jonge Chinese concept- en installatiekunstenaars hun gang konden gaan. Dit jaar echter zijn de Fundament activiteiten uitgeweken naar Tilburg. Dat heeft aan de ene kant natuurlijk alles te maken met politiek en geld.

Breda bood initiatiefnemers Chris Driessen en Marianne Brouwer niet langer genoeg steun om kwalitatief op dezelfde of zelfs betere voet door te kunnen gaan. Tilburg bleek dat perspectief wel te bieden, of daar tenminste over te willen praten. Bovendien had het een bijzondere locatie binnen haar grenzen: een van de gaafst bewaarde barokke sterrenbossen van Nederland, De Oude Warande.

Kijkend naar de plattegrond van dat als park aangelegde bos is meteen duidelijk waar de benaming sterrenbos op slaat. Zorgvuldig opgebouwd uit vier kwadranten met daarin een cirkel, vierkant, ruit en achthoek en doorsneden door enkele lange diagonale paden openbaart zich een soort stervorm. Een zeker eind zeventiende en begin achttiende eeuw zeer geliefd model in de landschapsarchitectuur. Als groot voorbeeld geldt Versailles, maar zoals blijkt had ook de Duitse prins Wilhelm Von Hessen-Kassel (Wilhelm VIII), destijds heer van de Heerlijkheid Tilburg en Goirle en militair gouverneur van Breda er wel kijk op. In zijn opdracht werd het voor de konijnenjacht en de lust bestemde bos tussen 1712 en 1715 aangelegd, geheel volgens de strenge, geometrische regels die toen golden.

Helemaal af is het echter nooit gekomen – follies als fonteinen en sculpturen, grotten en vijvers waaraan de wandelaar zich kon verlustigen hebben er waarschijnlijk nooit gestaan. In een poging op eigentijdse wijze alsnog iets van die levendige aankleding te verwezenlijken nodigde Fundament negentien internationale kunstenaars uit op een bepaalde plek in het sterrenbos een werk te installeren. Onder hen klinkende namen als Louise Bourgeois (VS), Jan Fabre (B), Franz West (Oostenrijk) en Michelangelo Pistoletto (Italië) maar ook wat minder bekende als Maria Theresa Alves (Brazilië, maar tegenwoordig wonend en werkend in Berlijn), Ben Cain (Engeland), Luan Nel (Zuid- Afrika), Lee Bul (Korea) en Ojars Petersons (Letland). Daarnaast zijn er enige Nederlandse bijdragen van Tom Claassen en Fortuyn/O'Brien, Guido Geelen en West 8.

Helaas heeft niet iedereen raad geweten met het imponerende en ordentelijke groen. Zo slaat de blauwe metalen doos van West 8 volkomen dood, en is ook Alves' roze dooraderde marmeren tafeltje met waterbassin voor vermoeide voeten eronder geen beeld wat je langer dan een paar tellen bijblijft. Andere werken zoals de alvast op de reconstructie van het park vooruitlopende ingrepen van West 8 of de in twee grote cirkels geplaatste houten bankjes van Cain zijn in één blik niet te overzien waardoor ze zelfs aan de aandacht van de meest toegewijde kijker ontglippen. Het merendeel van de werken is echter imponerend dan wel subtiel, loodzwaar dan wel vederlicht, maar bovenal een lust voor oog en oor. Neem bijvoorbeeld de door Winter en Hörbelt geïnstalleerde lampion van rood opgloeiende achterlichten in een pikdonker dennenbosje. Of neem het door Bertrand Lavier (Fr) langs enkele paden geïnstalleerde koor van krekels. Betoverend is hun getsjirp, maar hoe natuurlijk het ook lijkt, krekels horen niet in een Nederlands bos. Mensen trekken zich daar weinig van aan, zij horen alleen de esthetische kant van het gezang. Maar het zou mij niets verbazen wanneer trekvogels op weg naar het warme zuiden door dit kunstwerk volkomen in de war raken. Ook de door Fortuyn/O'Brien in het hoge gras gevleide grote boudoirkussens met barokke motieven in de vorm van jonge plantjes spreken tot de verbeelding. Ze hebben iets zachts en natuurlijks, maar zijn tegelijk ook zuiver kunstmatig en uiterst gevoelig voor grijpgrage handen- een contrast dat helemaal bij het evenzo artificieel natuurlijke park past. Hetzelfde geldt voor de bijdrage van Honoré d'0. ‘Omgeving' heet het frisse jonge boompje dat hij plantte. Het lijkt dan ook bijna volkomen in het omringende groen op te gaan. Alleen voor wie goed kijkt heeft de kunstenaar nog een kleine surprise in petto.

Het boompje is namelijk niet zomaar een boompje, maar een draaiboompje. Letterlijk, en daarmee zet het zijn hele stilstaande omgeving te kijk. Het meest spraakmakende onderdeel van Lustwarande is echter het door Berlinde de Bruyckere hoog in een boom getakelde paard. De kunstenares goot het beest uit polyester, met een echt dood paard als mal. Eerst stroopte ze de vacht van het beest om die later aaneengenaaid weer over de mal te trekken waardoor de vorm als het ware weer tot leven lijkt te komen, niet als dier maar als symbool van ontzielde kracht en onmacht. Niets doder dan een dood paard, heeft Doeschka Meysing ooit eens geschreven. De Bruyckere's beeld is er de onontkoombare visuele vertaling van.

LUSTWARANDE/PLEASURE GARDEN, een project van de Stichting Fundament, t/m 15 okt

De Oude Warande aan de Warandelaan achter de KUB in Tilburg, open dagelijks 11.00-17.30

www.fundamentfoundation