Universele ontdekkingen uit Mumbai

Rianne Groen
Jitish Kallat, AUTOSAURUS TRIPOUS, 2007

Een aardewerken pot kiept voorover, lijkt zijn inhoud uit te willen storten. De pot komt weer overeind, om vervolgens weer voorover te vallen. En weer omhoog. Het kleine werk van Sudarshan Shetty bestaande uit de pot en een simpel mechaniek is een blikvanger in de hal van GEM, museum voor actuele kunst in Den Haag. Dit voorjaar presenteert het museum hedendaagse kunst uit India, die gedeeltelijk speciaal voor deze tentoonstelling is vervaardigd. Volgens Willem Baars, gastcurator van de tentoonstelling en zelfverklaard ambassadeur van de Indiase hedendaagse kunst, zou het werk van de drie deelnemende kunstenaars de stereotypen die in de westerse samenleving bestaan over de Indiase cultuur overstijgen. Baars probeert Indiase kunst al jaren aan de man te brengen. Met deze tentoonstelling, maar ook door het wegebben van de overheersende Chinese kunsthype, lijkt hij eindelijk voet aan de grond te krijgen.

In de tentoonstelling is werk te zien van Jitish Kallat (1974), Riyas Komu (1971) en Sudarshan Shetty (1961), alle drie schatplichtig aan hun woon- en werkgebied, de Indiase miljoenenstad Mumbai. Vanwege de opkomst van India als nieuwe economische grootmacht en zijn ingrijpend veranderende maatschappij werd het tijd om ook in de kunst een nieuw beeld van India te scheppen, misschien wel dat van een pas ontdekt cultureel mekka. De kunstenaars in India Contemporary komen zelf ook écht uit India, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Arabische kunstenaars die momenteel worden getoond in de Saatchi Gallery in Londen, bij de tentoonstelling Unveiled: New Art from the Middle East. De meesten van hen wonen en werken al jaren in New York of Londen, met als gevolg dat in hun werk de eigen culturele achtergrond onder de loep wordt genomen met een al sterk verwesterde blik.

Direct bij de ingang van de tentoonstelling, nog vóór Shetty’s aardewerken pot, staat de knokige bottenauto van Jitish Kallat. Uit een hele verzameling botten, ruggengraten en schedels van kunsthars heeft hij zijn prehistorisch aandoende vervoersmiddelen opgebouwd. De werken dragen humoristische namen als Autosaurus Tripous en Ignitaurus, alsof het uitgestorven diersoorten in een natuurhistorisch museum betreft. Kallat, geboren en getogen in Mumbai, speelt met het hysterische verkeer dat de veertien miljoen inwoners van India’s grootste stad veroorzaken. Al toeterend en schreeuwend staan zij dagelijks urenlang vast met hun auto’s, brommers en riksja’s. Dat verkeer komt terug in veel werk dat Kallat in de tentoonstelling laat zien. Zijn grote installatie 365 lives, die bestaat uit 365 close-up foto’s van deuken in auto’s, versterkt het beeld van een stad die nooit slaapt en nooit stilstaat.

De installaties van Sudarshan Shetty gaan verder dan de luidruchtige stad alleen. Het donkerblauwe colbert aan een hangertje dat keer op keer door een machine in melk wordt gedompeld of zijn hondenskeletten in rode plexiglas verpakkingen met een bewakingscamera in hun ribbenkast ademen een prettig mysterieuze sfeer uit. Shetty mikt met zijn werk op grote betekenissen. Hij gebruikt niet de waan van de dag als onderwerp, maar snijdt met zijn installaties dieper liggende thema’s aan. Zo confronteert de installatie met de ‘waakhonden’ ons met het verlies van privacy in een steeds transparanter wordende samenleving. De strakke, glazen kasten waarin Shetty zijn vreemde installaties vaak verpakt leiden onvermijdelijk tot de associatie met Damien Hirst. Vanwege die welhaast perfecte vormgeving is het werk van Shetty niet alleen interessant, ook zeer esthetisch.

Riyas Komu mag zijn werk in de kelder van GEM laten zien. Zijn enorme schilderijen en houtsnijwerk zijn maatschappijkritisch op een nogal doorzichtige manier. De schilderijen tonen anonieme, onderdrukte mensen die té gladjes zijn geschilderd om bij de bezoeker een gevoelige snaar te raken. Bij dit werk dient zich ook een opvallende parallel aan met de Chinese kunsthype van de afgelopen jaren. Typerend hiervoor waren werken op groot formaat en van een ambachtelijk hoog niveau, altijd met een bepaalde commerciële aantrekkelijkheid (hoewel de waarde van het werk van deze Chinese kunstenaars recentelijk behoorlijk is gedaald). De enorme schilderijen van Komu doen hier sterk aan denken: het hoeft niet heel interessant te zijn, als het maar mooi en groot is, met een prettige mix van authentieke cultuur en een politieke boodschap.

In de tentoonstellingscatalogus wordt het werk van de drie kunstenaars door vooraanstaande Indiase schrijvers en critici geanalyseerd aan de hand van westerse kunsttheorie. Aan elk botje van Jitish Kallats Autosaurus wordt wel een filosofie opgehangen. Bij het bekijken van de tentoonstelling volstaat in de meeste gevallen echter het prettige, esthetische effect dat van de werken uitgaat.

Of de belofte van Baars over het wegnemen van stereotypen wordt waargemaakt, blijft onzeker. Het overheersende gevoel blijft toch: wat doet deze kunst Indiaas aan. Het drukke verkeer, veelkleurige, grootschalige afbeeldingen en ambachtelijk houtsnijwerk refereren juist aan de Bollywood-esthetiek die je kent van India. Als toeschouwer moet je daarom op je hoede zijn voor het alsnog binnensluipen van een folkloristische blik. Zeker is wel dat deze kunstenaars bruggen proberen te slaan tussen Oost en West. Werken als die van Sudarshan Shetty overstijgen de bekende stereotypen wel degelijk. Dit werk had net zo goed in Londen of New York gemaakt kunnen worden, en bewijst daarmee zijn universele waarde. Niet omdat het westers aandoet, maar omdat het werk een mondiale kwaliteit heeft.

INDIA CONTEMPORARY
Jitish Kallat, Riyas Komu en Sudarshan Shetty
28 maart t/m 21 juni 2009

GEM, museum voor actuele kunst
Stadhouderslaan 43, Den Haag
 

Sudarshan Shetty, UNTITLED, 2008 (courtesy Galleryske, Bangalore, India)