Ode aan papier

—Marjolein Geraedts
Ode

Linda Beumer laat zich niet beperken tot één praktijk of discipline. Al tijdens haar opleiding grafisch ontwerp aan de Gerrit Rietveld Academie groeit haar interesse in het maken van vrij werk, waarin grafische vormgeving, fotografie en collage samenkomen. Tijdens haar studie aan het Sandberg Instituut gaat ze ook ruimtelijk werk maken, zoals een collage-achtige installatie voor Aldo van Eycks Burgerweeshuis. Als zelfstandig ontwerper werkt Linda onder andere voor TAAK, het tijdschrift Current Obsession en ontwerpt zij kunstenaarspublicaties. Sinds 2013 was Linda als grafisch ontwerper verbonden aan Tubelight. Ze gaf niet alleen vorm aan het blad, ook heeft ze het online platform voorzien van een nieuwe identiteit. De Vrijplaats vormt de afsluiting van deze periode.

Marjolein Geraedts: Naast je praktijk als grafisch vormgever maak je ook regelmatig vrij werk. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Linda Beumer: Die twee werelden vervlechten zich vaak in mijn dagelijkse praktijk, vooral het vertrekpunt van het proces. Zowel een grafisch project als een vrij werk begint vrijwel altijd vanuit het ‘papier’ en is daarin erg aanwezig. Ook bij grafisch ontwerp heb ik de voorkeur voor een tactiele manier van werken. Bij zelf geïnitieerde projecten kom ik steeds vaker los van het platte vlak en wordt het werk ruimtelijker en gelaagder. Ik vind het interessant als verschillende processen en materialen naast elkaar kunnen ontstaan en bewegen, waaruit dan een soort wervelwind aan mogelijkheden tevoorschijn komt.

Je vrije werk heeft een sterke binding met zijn omgeving. Je installaties activeerden Aldo van Eycks Burgerweeshuis en de tuin rondom Kunsthal Aarhus transformeerde je tot ‘Frank Stella’-atletiekbaan.

Mijn vrije werk zie ik vaak niet als geheel vrij. De ruimte, het object of het onderwerp is als een soort opdrachtgever waar ik me toe wil verhouden. Ik vind het belangrijk dat een werk een relatie aangaat met de ruimte of met de geschiedenis of toekomst van de plek. De atletiekbaan Shaped Canvas Track die ik samen met kunstenaar Jeroen Bouweriks heb gemaakt, gaat letterlijk over het verbinden van verschillende werelden, toegankelijk en ontoegankelijk, maar ook over de publieke en private ruimte van het museum. Het werk zou niet dezelfde inhoud hebben als het niet specifiek voor die locatie zou zijn gemaakt, en komt tot leven als reactie op de omgeving en het museumgebouw.

Je maakt ook fotocollages waarin een grote rol is weggelegd voor stenen. Ben je veel bezig met het verzamelen en archiveren van beelden of objecten? Fotografie is immers ook een vorm van documentatie.

Zeker, dat is eigenlijk altijd de basis van mijn collages. Alles ontstaat vanuit een collectie, bijvoorbeeld van afbeeldingen of van objecten zoals stenen en boeken. Die collectie archiveer of bewerk ik, waarna weer een nieuwe collectie of een herdefiniëring van de bestaande collectie ontstaat. Ook vind ik de collagetechniek een mooie methode om de ideologie van een collectie te verwerpen, door letterlijk te snijden, scheuren, vergroten en projecteren.

De Vrijplaats is een carte blanche. Hoe ga je daar nu als kunstenaar mee om, gezien je jarenlang verantwoordelijk was voor de vormgeving van Tubelight?

Het is uniek in deze tijd dat Tubelight zonder subsidie en gratis verkrijgbaar nog steeds een onafhankelijk tijdschrift is. Het is een springplank voor auteurs, maar ook voor de vormgevers die het blad hebben ontworpen. Bijzonder om daar de afgelopen jaren deel van uitgemaakt te hebben. Ik heb Tubelight zo ontworpen dat de kunstenaars (in het kleurenkatern), projectruimtes, maar vooral ook de auteurs op de eerste plaats kwamen. Door met de Vrijplaats nu zelf deel uit te kunnen maken van het kleurenkatern is een mooie afsluiting, maar ook een begin voor een nieuw werk: als ode aan Tubelight en gebaseerd op de vormentaal die in de loop der jaren in het blad is ontstaan.

Kun je iets vertellen over dit nieuwe werk?

Ode is een serie van zestien collages gebaseerd op alle covers die ik heb ontworpen voor Tubelight. De vormen op de cover heb ik altijd bedoeld als een verwijzing naar een bepaald onderwerp in het blad. Al die vormen bij elkaar zijn een citaat van Tubelight door de jaren heen en de onderwerpen die de revue hebben gepasseerd. Voor de Vrijplaats heb ik fragmenten van die verwijzingen weer samengebracht in een collage.

Hoe zie jij de toekomst van tijdschriften in het post-digitale tijdperk?

Ik geloof erg in het belang van print als een fysiek object, en dat er behoefte blijft aan die tactiliteit. Een tijdschrift neemt ruimte in en reist, het gaat door verschillende handen, misschien verkleurt het papier, krijgt het ezelsoren – allemaal tekens van leven. Ook zie ik het belang van hybrid publishing, en hoe online en offline van elkaar kunnen profiteren. Printed Web en e-flux zijn interessante voorbeelden van hybrid publishing. Printed Web bewijst het belang van print in die overvloed aan digitale content, terwijl e-flux een goed voorbeeld is van de juiste balans in on- en offline publiceren. Die online flexibiliteit en snelheid heeft veel voordelen, zeker voor een kunstkritiekplatform als Tubelight.

Marjolein Geraedts is kunsthistoricus en redacteur.