De ordeningsprincipes van Saskia Noor van Imhoff

—Noor Mertens
Saskia Noor van Imhoff, UNTITLED (2011), Jeanine Hofland Contemporary Art, Foto: Gert Jan de Rooij

De eerste keer dat ik werk van Saskia Noor van Imhoff (1982) zag, was bij Jeanine Hofland Contemporary Art te Amsterdam. In de galerieruimte had Van Imhoff met ongelijksoortige objecten en verschillende media een complexe installatie gebouwd. Een trechtervormige sculptuur bood zicht op filmbeelden gemaakt in het depot van het Stedelijk Museum Amsterdam. In het persbericht werd gesuggereerd dat het Van Imhoff niet te doen is om de uiteindelijke vorm van een werk, maar om het ordeningsproces dat eraan ten grondslag ligt. Als kunstenaar richt ze zich op classificatiesystemen, op de wijze waarop interpretaties en betekenisgeving tot stand komen. Daarbij opereert ze als een soort archivaris; ze ordent zonder daaruit conclusies te trekken.

Dit ordenings- en archiveringsproces kwam bij Jeanine Hofland het meest direct naar voren in de eerder genoemde filmbeelden. Hierop was haar afstudeerwerkwerk van de Gerrit Rietveld Academie te zien, die ze tijdelijk opsloeg in het depot van het Stedelijk Museum. De onderdelen werden voor deze gelegenheid volgens de archiveringsprincipes van het Stedelijk geordend. In de tentoonstelling waren de filmbeelden gecombineerd met de fysieke installatie die Van Imhoff in de ruimte had gemaakt. Twee- en driedimensionale beelden liepen zodoende door elkaar heen.

Afgelopen zomer nam ze in haar installatie voor Intentional Stance, de eindpresentatie van De , de kunstcollectie van dit instituut als onderzoeks- en tentoonstellingssubject. Momenteel is haar werk te zien in de groepstentoonstelling The Research and Destroy Department of Black Mountain College in W139.

Noor: Hoe kwam het werk bij Jeanine Hofland tot stand en wat hield de samenwerking met het Stedelijk Museum in?

Saskia: De installatie is ontstaan toen ik mijn eindexamenwerk, dat in 2008 werd aangekocht door de Verbeke Foundation, drie jaar later de-installeerde. Deze de-installatie wekte mijn interesse in het conserveren van objecten. Ik heb vervolgens gekeken naar verschillende methodes die in musea worden toegepast op het gebied van conservering. Bij het Stedelijk bleken ze te archiveren op basis van grootte en materiaal. Het interesseerde mij dat bij dit ordenings- en conserveringsproces de hele artistieke context vervalt. Het depot van het museum, de plek waar dit proces plaatsvindt, wilde ik met mijn project weer in een artistieke context plaatsen. Ik heb het museum benaderd met de vraag of ik mijn werk van de Verbeke Foundation tijdelijk bij hen kon onderbrengen om het te ordenen aan de hand van hun systeem. De onderdelen waaruit mijn installatie bestond kwamen uiteindelijk te liggen naast het werk van een kunstenaar, dat inhoudelijk niets met het mijne te maken had, maar wel dezelfde grootte en materiaalkeuze kende. Wanneer je het hebt over de verschillende manieren waarop je een werk kan lezen, dan was dit archiveringsproces de meest feitelijke manier om het te interpreteren.

N: Kon je nog sturen in dit ordeningsproces?

S: Ik heb er voor gekozen het systeem te volgen van Het Stedelijk Museum. Dit systeem schreef helemaal voor hoe het werk gearchiveerd diende te worden. Dit was zeer bepalend voor het filmscript. De film zelf is een onderdeel geworden van de hele installatie bij Jeanine Hofland. In de opstelling zie je een trechter waarbij ik speel met de maatvoering. Je krijgt de film vanuit verschillende kijkposities gepresenteerd.

N: Binnen je werk pas je documentatie- en duplicatiemethodes toe. Waarom?

S: Elk onderdeel van mijn eindexamenwerk heb ik in de aanloop naar de tentoonstelling bij Jeanine Hofland inderdaad fotografisch vastgelegd of gefotokopieerd. Daarmee heb ik het werk zelf vermenigvuldigd, maar dan in een andere vorm, in een ander medium, waarmee ik mij afvraag wat de definitie van het origineel is. Die foto’s zijn zowel onderdeel geworden van de installatie als van de publicatie die hierover gemaakt is. Dit boek heeft in de tentoonstelling op zijn beurt weer een functie als fysieke drager van de installatie zelf. Met dit fotograferen bevraag ik mijn werk zonder iets te concluderen. Ik ben archeoloog van mijn eigen werk.

N: Voor zowel de tentoonstelling bij Jeanine Hofland als voor De Ateliers schiep je eerst de voorwaarden die je daarna volgde.

S: Ik zoek inderdaad kaders waarbinnen ik werk. Dit doe ik door specifiek te kiezen voor één onderwerp zoals bijvoorbeeld de collectie van De Ateliers of het depot van het Stedelijk Museum. Hierop pas ik vervolgens mijn spelregels toe.

N: Hoe verhoud je je tot het onderwerp dat je dan kiest?

S: Bij de installatie die ik maakte voor Intentional Stance lagen originele werken van anderen tussen delen van mijn werk. De hiërarchie tussen de verschillende kunstwerken was bijna onzichtbaar. Mijn eigen werken waren een reactie op de collectie van De Ateliers en lieten zien hoe ik deze collectie lees. Ik verdiep me daarmee in een context, in dit geval de collectie van De Ateliers, die ik vervolgens herschik. Alsof het een boek is waarvan je woorden herschikt en er nieuwe aan toevoegt. Samen vormen ze een nieuw verhaal dat altijd ‘waar’ is, maar dat door mij wordt gedestilleerd en getoond.

N: Door je te verhouden tot zo’n collectie maak je in plaats van een site-specifieke installatie, een zogenaamd contextspecifieke installatie. Bij een andere tentoonstellingsplek, zoals Jeanine Hofland, is er niet zo’n context.

S: Ik wil geen historiserend werk maken. Het was voor mij ook niet van groot belang dat het de kunstcollectie betrof van De Ateliers. Ik vond het juist goed dat dit er bijna niet meer toe deed in de uiteindelijke installatie. Een bedrijfscollectie heeft mij benaderd om iets te doen met de specifieke omgeving in hun hoofdkantoor. Ik vertaal het nu zo dat het er enkel indirect mee te maken heeft. Het werk mag niet illustratief worden. Een tentoonstellingsplek is voor mij daarentegen wel heel belangrijk. Een expositie is namelijk het moment van het ‘vastmaken’ en in context brengen van een werk.

N: In de installatie die je maakte voor De Ateliers leek de tentoonstelling zelf tevens het onderwerp. In de installatie waren niet alleen kunstwerken te zien, maar ook sokkels, een muur, enzovoorts.

S: Dat is ook zo. De werken worden opnieuw bevraagd door met de ‘regels; van het tonen te experimenteren. Hoe kijken we naar iets? Welke positie neemt het fysieke werk in binnen een ruimte? En wat is ons perspectief? Bij De Ateliers had ik onder andere een werk van Marlene Dumas op de grond gelegd. Niet iedereen zag dat het een Dumas was. Ik vind het fascinerend hoe de door mij gemaakte opstelling de betekenis van een werk kan beïnvloeden. Daarnaast heb ik de looproute van het publiek in deze installatie sterk bepaald. Door een nieuwe muur te plaatsen en de gelige vloer in een neutrale grijze kleur geverfd. Normaal doorkruis je de grote zaal in De Ateliers tegen de klok in, maar door mijn installatie liep je met de klok mee. Ik had er een trechtervorm in gebouwd: je liep eerst in deze trechter, werd geconfronteerd met een foto waarop de gehele installatie is gefotografeerd vanuit een perspectief die je als toeschouwer niet kan innemen. Vloer wordt muur en andersom. Pas bij het uitlopen van de trechter zag je de fysieke objecten.

N: Wat is het verschil tussen jouw positie en die van een curator?

S: Het grote verschil is dat ik een bepaalde context gebruik als materiaal voor mijn werk. De collectie van De Ateliers is als het ware de grondstof. Ik blijf graag zo dicht mogelijk bij mijn rol als archivaris. Ik vraag mij steeds af: “wat is context, wat is waarheid en hoe kijk je naar de wereld.” Mijn werk is altijd onderdeel van dat wat al bestaat, van de geschiedenis die aan mij vooraf gaat. De autonomie van de kunstenaar stel ik daarmee ter discussie. Ik wil geen conclusies trekken, ik wil niet het ultieme systeem uitvinden. Zodra dat gebeurt, zal ik er misschien wel mee stoppen. Dat zal mijn werk zich in zijn eigen staart bijten.

Saskia Noor van Imhoff, UNTITLED (2011), Jeanine Hofland Contemporary Art, Foto: Gert Jan de Rooij
Saskia Noor van Imhoff, INTENTIONAL STANCE (2012), De Ateliers, Foto: Gert Jan van Rooij
Saskia Noor van Imhoff, INTENTIONAL STANCE (2012), De Ateliers, Foto: Gert Jan van Rooij