Geen enkele regio heeft de Duitse industrialisatie zo sterk bepaald als het Ruhrgebied. De ontdekking van steenkool veranderde een verzameling dorpen in een van Europa’s belangrijkste industriële regio’s. Na de Tweede Wereldoorlog werd de vraag naar kolen, en daarmee arbeiders, steeds groter. In iets meer dan een eeuw groeide de bevolking van 300.000 inwoners in 1820 naar 5,7 miljoen in 1961.
Velen kwamen uit Polen, later uit Italië, Turkije en Joegoslavië. Ze verrichtten zwaar en gevaarlijk werk, onder erbarmelijke omstandigheden. Tot ver in de twintigste eeuw werd steenkool grotendeels met spierkracht gewonnen en verplaatst. Ondergronds lagen explosies, instortingen en vallend gesteente voortdurend op de loer. Het is een geschiedenis die zich nog altijd laat aflezen in de steden van het Ruhrgebied, zo is te zien aan de wapperende Turkse vlaggen, de vele shisha lounges, kapperszaken en bakkerijen. De mijnen zijn inmiddels gesloten, de laatste sloot in 2018, maar de wijken en gemeenschappen die door deze migratiestromen ontstonden, bepalen nog altijd het gezicht van de regio.
Tegen deze achtergrond vindt de zestiende editie van Manifesta plaats. Onder de titel This is not a church spreidt de Europese nomadische biënnale zich uit over twaalf kerken in vier Ruhrsteden (Duisburg, Essen, Gelsenkirchen en Bochum). De belangrijkste vraag die wordt opgeworpen is hoe om te gaan met al deze overbodig geworden religieuze gebouwen. Maar bovenal maakt Manifesta een geschiedenis invoelbaar die buiten Duitsland relatief onbekend is, die van de ‘gastarbeiders’ die de wederopbouw van het land mogelijk maakten. Hun verhalen, over hard werken, ontworteling, racisme, veerkracht en het opbouwen van nieuwe gemeenschappen, vormen de rode draad van deze biënnale.
Voor dit essay bezocht ik in twee dagen acht locaties in Gelsenkirchen en Bochum. Ik combineerde mijn bezoek met het Mijnbouwmuseum. Een absolute aanrader voor wie meer historische context en verdieping zoekt. De uitstekende website van Manifesta is een waardevolle gids, met praktische suggesties om het maximale uit je bezoek te halen en soepel tussen de locaties te reizen.
Dag 1 Gelsenkirchen
Ons bezoek begint bij de St. Bonifatius Kirche, die voor de gelegenheid is omgedoopt tot de theetuin van Ferdane Satır (1944-1984). Op 26 augustus 1984 werden zij, haar vier kinderen, haar schoonzoon en haar kleinzoon van 52 dagen oud, vermoord tijdens een racistische aanslag in Duisburg. De rituelen en gebruiken uit de tuin, waarmee migranten zich letterlijk ‘aarden’, dienen als uitgangspunt voor de tijdelijke herbestemming van deze kerk. In de installatie van Bureau Baubotanik (2010), kan iedere bezoeker zijn eigen melange samenstellen in de geïmproviseerde theetuin en die, voorzien van een wens of boodschap, te drogen hangen aan het plafond van de vestibule.

Tea, 2026 © Bureau Baubotanik. Foto Lisanne Bedaux (analoog)

St. Bonifatius Kirche. Foto Lisanne Bedaux (analoog)
De afzonderlijke werken in de kerk zijn op zichzelf al interessant, maar ontlenen hun grootste zeggingskracht aan de manier waarop moderator en curator Gürsoy Doğtaş ze met elkaar én met de geschiedenis van de buurt in verband brengt. Juist die samenhang maakt de presentatie zo aangrijpend. In de voormalige kerk ontvouwt zich een verhaal over arbeidsmigratie, geweld, identiteit en gemeenschapsvorming. Daarmee laat Manifesta zien waar de kracht van de biënnale schuilt: in curatie die vanzelfsprekend geworteld is in de lokale geschiedenis en de gemeenschappen die haar hebben gevormd.
Judith Hopf (1969), draagt daaraan bij met een monumentale slak, gemaakt uit baksteen en cement. De slak lijkt zich langzaam een weg te willen banen door het middenpad richting het hoofdaltaar. De open uitsparingen in de stenen en de associaties met sloomheid en slijmerigheid die het dier oproept, maken de sculptuur ondanks haar massieve materiaal broos en kwetsbaar. Nil Yalter (1938) toont een zwart-wit fotoserie waarin de seksistische namen van Turkse gerechten worden bevraagd en verbindt het alledaagse aan de positie van vrouwen binnen de migratiegeschiedenis. Op het altaar presenteert Merve Kaplan (1997) Yoldas, een installatie van verschillende interieurfragmenten en slippers. De roodbruine tegeltableaus, een vertrouwd element uit zowel de Turkse als Duitse huishoudens, roepen onmiddellijke associaties op met het huiselijke. Je ziet meteen een betegelde bruine woonkamer voor je, waar de slippers voor het binnengaan zijn uitgedaan. Geen van de werken van de 23 samengebrachte makers vertelt op zichzelf het grote verhaal, juist in de onderlinge dialoog en in relatie tot de plek ontstaat de magie.

LESS (starting), 2026 © Judith Hopf. Foto © Manifesta 16 Ruhr / Ivan Erofeev

La sexisme dans la cuisine turque ou la volupté culinaire d’un empire (Le PrêtreS’est Évanoui), 1978 © Nil Yalter. Foto © Manifesta 16 Ruhr / Ivan Erofeev


Boven en onder: Yoldaş, 2025 © Merve Kaplan. Foto © Manifesta 16 Ruhr / Ivan Erofeev
Een ander hoogtepunt in Gelsenkirchen is de Thomaskirche (1965). Alleen al de fantastische architectuur van deze naoorlogse modernistische kerk van de hand van Fred Janowski (1929-2019) en Albrecht Wittig (1928-1991) is een bezoek aan het Ruhrgebied waard. De architectuur past in de context van de jaren zestig, waarin veel protestantse kerken zochten naar nieuwe vormen van gemeenschap en samenkomst. De Thomaskirche was niet alleen een plek voor religieuze rituelen, maar moest ook een ontmoetingsruimte voor de groeiende wijk worden. In plaats van een klassiek schip met altaar op de centrale as ontwierpen Janowski en Wittig een compacte, sculpturale ruimte met sterke geometrische vormen. Een indrukwekkend decor voor een opstelling die volledig in het teken staat van vrouwenarbeid, textiel en immaterieel erfgoed met onder meer een draagbare minaret van PVC van Bettina Allamoda (1964), kantwerk van Fatma Ceylan (1963) en een jurk van epoxy met de titel ‘Child Bride’ van Azade Köker (1949). Weeftechnieken, kantklossen en textiel verwijzen naar generaties vrouwen wier vakmanschap economisch onmisbaar was, maar zelden dezelfde waardering kreeg als dat van mannen.

Thomaskirche Gelsenkirchen. Foto © Manifesta 16 Ruhr / Dirk Rose

Child Bride, 2021 © Azade Köker en Untitled © Fatma Ceylan. Foto Lisanne Bedaux (analoog)
We sluiten onze dag af met een bezoek aan de St. Anna (1970) en de St. Josef (1894 – 1896). Ook deze kerken hebben voor de duur van de biënnale een nieuwe bestemming gekregen. De eerste in de vorm van een muziekhal waar queer cultuur centraal staat. Interessant is de video-installatie van Cana Bilir-Meier Ein neues Wort (2025), waarin zij teruggrijpt op de schrijfwedstrijd in West-Duitsland uit 1970. Hierin werd gezocht naar een nieuw woord voor ‘gastarbeider’. Samen met een koor onderzocht Bilir-Meier de meer dan 30.000 inzendingen. Veel van de suggesties bleken ronduit racistisch en laten zien hoe diepgewortelde vooroordelen en vreemdelingenhaat verweven zijn met het publieke debat rond arbeidsmigratie.
Bij het binnenstappen van de St. Josef waan je jezelf in een psychedelische AI rendering. In het schip van de kerk is een enorm blauw zijl opgeblazen. De begeleidende tekst suggereert dat hiermee een ‘contested space’ wordt gecreëerd. De installatie van Curro Claret (1968) is absoluut indrukwekkend, maar ik mis de relatie tot de geschiedenis van de regio, die de andere samenstellingen juist zo sterk maakt. Dat geldt ook voor onze eerste stop in Bochum, de St. Ludgerus. Kunstcollectief CaboSanRoque (2012) (Laia Torrents (1976) en Roger Aixut Sampietro (1975)) heeft hier een niet-competitief basketbalveld gecreëerd, waarin plezier en geluid centraal staan. Het is zeker vermakelijk om een potje basketbal te mogen spelen in een ruimte waar ballen normaliter niet zijn toegestaan, maar het mist de diepgang van de andere locaties.

FailAgainFailBetter, 2026 © Cabosanroque Collective. Foto Lisanne Bedaux (analoog)
Dag 2 Bochum
In 1930 werd het grootste mijnbouwmuseum ter wereld geopend, het Deutsche Bergbau-Museum Bochum. Gezien de thematiek van Manifesta is een bezoek zonder twijfel de moeite waard. Ieder uur worden door oud-mijnwerkers rondleidingen gegeven in de ondergrondse mijnschacht. Het is bijna onvoorstelbaar dat de laatste mijnen hier pas in 2018 sloten en dat op veel plekken in de wereld nog altijd op grote schaal op deze traditionele manier wordt gemijnd. We vervolgen onze reis met een bezoek aan Christ-König, waar we worden verwelkomd door een driemeterhoge Sedes Sapientiae van steenkool en staal van beeldhouwer Mirosław Bałka (1958).


Foto boven: Madonna, 2026 © Mirosław Bałka. Foto onder Lisanne Bedaux (analoog), foto rechts © Manifesta 16 Ruhr / Ivan Erofeev
Je zou bijna denken dat het niet beter kan worden, totdat je de kerk binnengaat. De ruimte is getransformeerd tot een totaalcreatie waarin het onderscheid tussen de oorspronkelijke elementen van het gebouw en de kunstwerken volledig is vervaagd. Mijn hart maakt een sprongetje. Dit is precies de reden waarom ik zo graag naar Manifesta ga: je ervaart het gevoel dat wat zich om je heen afspeelt urgent is. Dat het gaat over de wereld van vandaag, over wat er nu gebeurt, en dat je daar niet omheen kunt.
De totaalinstallatie overrompelt je, zonder dat je meteen kunt duiden waarom. De verwrongen en leeggelopen mensenhuiden in polyester van Mehtap Baydu (1972) en de reusachtige dode vogels van textiel op de grond die je mag knuffelen van Eva Koťátková (1982) roepen een gevoel op van verval en vernieling, maar ook van fundamentele vragen over de manier waarop we omgaan met mensen en dieren. Het voelt alsof we hier letterlijk én figuurlijk de kanarie in de kolenmijn aanschouwen, een beeld dat in het kader van een mijnwerkersstad niet toepasselijker had kunnen zijn. Voor mij persoonlijk vormt het altaar, met de diep ontroerende installatie waarin Malgorzata Mirga-Tas (1978) traditionele Roma-rekwisieten herinterpreteert, het absolute hoogtepunt. Hoewel het werk een geschiedenis vertelt die niet de mijne is, weet Mirga-Tas door de combinatie van materiaal en het gebruik van de ruimte een universeel gevoel van verbinding met de geschiedenis op te roepen.


Foto boven When Animals Fall From the Sky, 2026 © Eva Koťátková (and children fromBochum and Prague). Foto onder © Manifesta 16 Ruhr / Ivan Erofeev onder Lisanne Bedaux (analoog)

Ryćhino (Roma Bear), 2025 © Małgorzata Mirga-Tas. Foto Lisanne Bedaux (analoog)
Ondanks de hitte besluiten we voor onze terugreis naar Nederland ook de twee laatste kerken in Bochum te bezoeken. Allereerst de Gethsemane-Kirche, een noodkerk van vlak na de oorlog, met onder meer een springkussen in de vorm van een kerkklok met de tekst ‘we’ll never go back’ en een interactief poëziewerk van de Pools-Duitse Julia Nitschke (1988). Onze laatste stop is de St. Anna, een monumentalere kerk uit 1929. Daar sluiten we af met een 44 minuten durende film van Pınar Öğrenci (1973) bestaande uit historische foto’s, documentaire beelden en een voice-over van de kunstenaar. Samen reconstrueren ze een alternatieve geschiedenis van het naoorlogse Ruhrgebied, verteld vanuit het perspectief van de migrantenarbeiders die vaak ontbreken in de officiële geschiedschrijving.

Kein Geläut, 2026 © Marina Naprushkina. Foto Lisanne Bedaux (analoog)

The School Non-Cyclopaedia, 2026 © Julia Nitschke. Foto Lisanne Bedaux (analoog)
In tegenstelling tot vrijwel iedere grote kunstmanifestatie, kenmerkt Manifesta zich door de vanzelfsprekende verankering in de lokale geschiedenis en gemeenschap, inclusief speciaal geworven lokaal team. Waar kerken ooit de belangrijkste opdrachtgevers en tentoonstellingsplekken voor kunst waren, wordt kunst door het team van Manifesta nu ingezet om na te denken over wat er gebeurt wanneer die religieuze functie verdwijnt. This is not a church is echter veel meer dan een reflectie op de herbestemming van leegstaande kerken. Het is een ode aan de mensen die het Ruhrgebied hebben opgebouwd. Niet vaak geeft hedendaagse kunst mij het gevoel daadwerkelijk iets geleerd te hebben over een bepaald onderwerp. Dat is misschien wel de grootste verdienste van Manifesta 16: de kunst laat je niet ontsnappen aan de geschiedenis, maar brengt je er middenin.
Manifesta 16 Ruhr heeft 107 deelnemende kunstenaars, waarvan 67 nieuw werk in opdracht tonen en loopt nog tot 4 oktober 2026. Alle locaties zijn van dinsdag tot en met zondag geopend en gratis toegankelijk. Gebruik de uitstekende website van Manifesta om je bezoek te plannen en het meeste uit deze biënnale te halen.
Lisanne Louise Bedaux is kunsthistorica en senior-adviseur cultuur en erfgoed bij de Nederlandse UNESCO Commissie.