Relikwieën uit dictatoriale tijden

—Lotte Batelaan
Maker onbekend, titel onbekend (WENENDE VROUWEN BIJ MONUMENT VOOR GEVALLEN SOLDATEN, KIEV), 1976 Collectie Totalitarian Art Gallery

De Totalitarian Art Gallery in Amsterdam heeft de laatste tijd vaak het nieuws gehaald. In 2014 bijvoorbeeld, toen oprichter en voorzitter van Federatief Joods Nederland, Herman Loonstein, de galerie-eigenaar aanklaagde wegens het op voorraad hebben en verkopen van Hitlers boek Mein Kampf. De rechtbank in Amsterdam beriep zich op de vrijheid van meningsuiting en sprak hem vrij, ook wegens de vrije beschikbaarheid van het boek op internet. Het openbaar ministerie ging vervolgens in hoger beroep, deze uitspraak laat nog op zich wachten.

In 2015 ontstond er opnieuw ophef om de verkoop van Mein Kampf vanuit de galerie, ditmaal om een zeldzame uitgave met persoonlijke boodschap van Adolf Hitler die mogelijk vervalst is. De galerie staat met deze perikelen in de spotlights, maar zelden of nooit belandde de galerie op de kunstpagina’s van de kranten. Ik vroeg mij af of dit terecht was en besloot de galerie voor totalitaire kunst te bezoeken.

Eigenaar Michiel van Eyck runt zijn galerie al zo’n negen jaar, voorheen op de Singel maar sinds kort bij Antiekcentrum Amsterdam op de Lijnbaansgracht. Van Eyck maakt zich graag sterk als soldaat van het vrije woord en werd in 2014 door de JOVD, de jongerenafdeling van de VVD, op het schild gehesen als ‘liberaal van het jaar’. De verzameling van deze verdediger van de vrijheid van meningsuiting heeft een lange geschiedenis. In de jaren 90 begon hij met het verzamelen van Russische propagandaschilderijen tijdens zijn reis door Oost-Europa. De krachtige schilderijen spraken hem aan, juist omdat ze een rol hadden gespeeld binnen een totalitair systeem. Via een opgebouwd netwerk blijft hij zijn verzameling uitbreiden. Bovendien is hij zich ook gaan richten op objecten en gebruiksvoorwerpen uit andere tijden en streken. Zijn collectie Totalitarian memorabilia, propaganda art and historical objects is in zijn webshop opgedeeld in: Sovjet-Unie, andere communistische landen, Duitsland 1933-1945, twintigste eeuw, vóór 1900, en rariteiten. Inderdaad een pluriforme, excentrieke en explosieve verzameling.

Op zijn website distantieert Van Eyck zich duidelijk van de ideologie van deze dictaturen en stelt dat het hem om de historische waarde gaat. Volgens hem komen er dan ook geen neonazi’s over de vloer, maar mensen met een buitengewone historische interesse. Het is ongetwijfeld de sterke verbintenis tussen geschiedenis, ideologie en esthetiek bij deze totalitaire kunst die zijn interesse wekt. Hij heeft een duidelijke liefde voor de artistieke waarde van de propagandaschilderijen uit de Sovjet-Unie, waarvan hij me een paar mooie voorbeelden laat zien. Zoals bekend groeide de propagandakunst uit de Sovjettijd uit tot een inspiratiebron voor modernisten van over de hele wereld. Onlangs was dit nog onderwerp van de tentoonstelling Rood! – Heilstaatvisioenen uit de Sovjet-Unie 1930-1941, in Museum de Fundatie in Zwolle.

Een museale interesse naar de Sovjetkunst is algemeen geaccepteerd, en ook hedendaagse kunstenaars als Yael Bartana, Artur Zmijewski, Jonas Staal en Wilhelm Sasnal gebruiken in hun werk propaganda(beeldtaal). Arische memorabilia te koop aanbieden is daarentegen een grote stap verder. Dat heeft er ten eerste mee te maken dat we in Nederland het stalinisme gemakkelijker als geschiedenis en folklore kunnen zien, en het nazisme niet. Maar ook het idee dat de objecten en schilderijen uit deze galerie hun plek zullen krijgen in privéhuizen roept een ongemakkelijk gevoel op. Er is een groot verschil tussen het tentoonstellen en contextualiseren van propagandakunst in musea en kunstinstellingen, en het in gebruik nemen voor privédoeleinden. Dit blijft, ook voor mij, een ongemakkelijk gegeven.

Door de manier van tentoonstellen is het moeilijk de historische waarde van de objecten te herkennen. Alles staat opgesteld in volgepakte vitrinekasten, de producten van de verschillende totalitaire regimes dwars door elkaar heen. Het is dus lastig onderscheid maken tussen de parafernalia die me het meest doen denken aan opa’s rommelzolder of een rariteitenkabinet. Op het eerste gezicht zijn het allemaal typische antieke spulletjes: penningen en medailles, heel veel beeldjes, affiches, gasmakers, kandelaars, koekblikken, een wassen portret van Churchill (achthonderd euro) en een bosscène met vadertje Lenin en kinderen. Ook zijn er rariteiten te zien die helemaal niets met deze dictaturen te maken hebben, zoals een schedel, medisch model of opgezet dier. Omdat alles is geëgaliseerd vind ik het moeilijk om mijn oordeel erover te vellen. De kunsthistoricus in mij verlangt naar duiding en onderscheid, maar kan tegelijkertijd deze eigenwijze verzameling als unicum wel waarderen.