Food for Thought – Venetië Biennale

Installatiefoto Yuko Mori, credits: Roísín Douglas

tekst oorspronkelijk gepubliceerd op: 24 april 2024

Onze redactie belandt opvallend vaak rond dezelfde tafel: na lange dagen schuiven we aan voor een gezamenlijk diner, waar de gesprekken zich ontvouwen als gangen. We blikken terug op onze dag, bespreken recente tentoonstellingen die we zagen en kijken vooruit naar komende themanummers. Vraag je ons wat belangrijker is, kunst of eten, dan blijft het antwoord ergens prettig in het midden hangen. Voor het nieuwe nummer Food for Thought, ontstaan tijdens een geïmproviseerde potluck-maaltijd, duiken onze redacteuren met gezonde trek in het snijvlak van kunst en voedsel. Redacteur Roísín Douglas reisde daarvoor af naar Venetië voor de Biënnale, op zoek naar (on)smakelijke kruispunten tussen beide werelden in de nationale paviljoens bij de Giardini. 

Yuko Mori – Compose (Paviljoen: Japan)  

Een paraplu hangt ondersteboven, plastic flessen zweven aan visdraad en water sijpelt ritmisch door transparante slangen. Verwijzend naar de lekkages in het ondergrondse netwerk van Tokio staan alomtegenwoordige, alledaagse en afgedankte materialen centraal in het paviljoen. Op verschillende bureaus en kastjes met een historisch karakter ligt fruit uitgestald. Tijdens de duur van de biënnale ontbindt het fruit langzaam, terwijl de vrijkomende energie wordt vertaald naar brandend licht, drone-geluiden – en geur op de lange termijn. Dit wordt gefaciliteerd door elektroden in het fruit te plaatsen. De wisselende toestand van het fruit beïnvloedt constant de toonhoogte van het drone-geluid en de lichtintensiteit. Op subtiele wijze nodigt het werk bezoekers uit hun gedachten te richten op de cycli van het leven. Die staat van ontbinding laat zich ook lezen als metafoor voor andere aspecten van onze tijd: de klimaatcrisis, hongersnood en misschien zelfs de fragiliteit van een internationaal kunstenfestival als dit. Deze installatie is daarmee niet in marmer gebeiteld, maar blijft gedurende de tentoonstelling voortdurend in beweging. 

Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise en Renzo Martens – (Paviljoen: Nederland) 

 “Questions of care, repair, healing and restitution become unavoidable, as no white cube can claim to be decolonised as long as the plantations are not” – Ced’art Tamasala (CATPC) 

De geur van cacao nestelt zich in je neus zodra je het Nederlandse paviljoen betreedt. De ruimte is gevuld met sculpturen van klei, palmolie en cacao: dezelfde grondstoffen die op grootschalige plantages worden verbouwd. Het project is tot stand gekomen in samenwerking met Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC) en kunstenaar Renzo Martens. Sinds 2014 koopt CATPC, door het maken en verkopen van kunstwerken in het buitenland, stap voor stap hun voorouderlijke gronden terug. Deze worden vervolgens omgevormd tot biodiverse landschappen. Tegelijkertijd stelt het collectief dat kunstinstellingen zich bewust moeten worden van het feit dat hun gebouwen en programma’s vaak gefinancierd zijn door dezelfde bedrijven die ooit plantagearbeid uitbuitten. In 2017 opende CATPC, samen met Martens, de White Cube in Lusanga: een kunstcentrum dat zich precies bevindt op de plek waar de middelen zijn gegenereerd die wereldwijd white cubes hebben gefinancierd. Voor CATPC staat deze White Cube symbool voor musea overal ter wereld. In het paviljoen wordt dat kader kritisch bevraagd: de video-installaties bevinden zich bewust buiten de begrenzing van de witte muren, terwijl een gelige substantie het ogenschijnlijk maagdelijk witte oppervlak aantast. In één van de video’s zie je hoe CATPC leeft en werkt in de post-plantagecontext; een andere toont het Kwily Pende-beeld van Balot, dat tijdelijk in bruikleen is van het Virginia Museum of Fine Arts in Richmond en wordt gepresenteerd in de White Cube in Lusanga. Met hun werk herwint CATPC land om biodiversiteit te herstellen, de bodem te regenereren en duurzame bestaansmiddelen voor de gemeenschap te creëren.

Ka’a Pûera – (Paviljoen: Hãhãwpuá)

In het Hãhãwpuá-paviljoen, de Braziliaanse inzending, wordt werk samengebracht van de Tupinambá-gemeenschap en kunstenaars afkomstig uit kustgemeenschappen. Bij binnenkomst sta je oog in oog met een composthoop. Daaruit ontspruiten zaden die zich als roodachtige wortels een weg naar buiten banen. De hoop bestaat uit afgedankte groenten, zoals zoete aardappelen, en benadrukt via deze zaden een terugkeer naar de oorsprong. Door de ruimte hangen visnetten, samengehouden door geweven structuren. Het begrip ka’a puera, of capoeira, verwijst naar stukken land die na de oogst braak liggen en bedekt raken met lage vegetatie. Bijzonder is dat zowel het curatoriale team als de kunstenaars zelf deel uitmaken van deze gemeenschappen en deze ervaringen belichamen: zij behoren tot de eersten die in hun eigen voorouderlijk gebied tot ‘vreemden’ zijn gemaakt.Vanuit dit perspectief wordt een ander beeld geschetst van het uitgestrekte gebied dat Hãhãwpuá wordt genoemd, waar honderden mensen uit inheemse gemeenschappen leven.

Over de Venetië Biënnale

De zestigste editie van La Biennale di Venezia draagt de titel Stranieri Ovunque – Foreigners Everywhere. De titel is ontleend aan een reeks werken die sinds 2004 wordt ontwikkeld door het collectief Claire Fontaine, opgericht in Parijs en gevestigd in Palermo. In deze reeks werken verschijnen neoninstallaties in uiteenlopende kleuren, waarin de woorden “Foreigners Everywhere” telkens in een andere taal oplichten. De tentoonstelling is gecureerd door Adriano Pedrosa, artistiek directeur van Museu de Arte de São Paulo (Brazilië). Als leidend principe heeft hij de voorkeur gegeven aan kunstenaars die nog nooit aan de Biënnale hebben deelgenomen, hoewel een aantal van hen wel te zien is geweest in een nationaal paviljoen of internationaal geprezen is en tot de canon van de kunstgeschiedenis toebehoort. De tentoonstelling is te zien van 20 april t/m 24 november 2024. Voor meer informatie, zie: https://www.labiennale.org/en/art/2024/60-esposizione

Roísín Douglas