Een boek voor je verjaardag

—Olivia Ettema
John Gould, pagina uit THE BIRDS OF AUSTRALIA (1940-1948, Londen)

Wie wil er nog een boek voor zijn verjaardag? Waarom je huis volstouwen met papieren objecten die op den duur alleen staan te verstoffen? Want een boek weggooien, zomaar in de papierbak, stuit nog steeds veel mensen tegen de borst. Boeken hebben een ziel, staan voor vrijheid van meningsuiting en ontwikkeling en moeten met respect behandeld worden. Begin er dus beter niet aan en neem een e-reader of iPad waarop je wel 40.000 exemplaren kunt bewaren zonder materiële last.

Het boek werd al eerder bedreigd. Eerst door de opkomst van kranten, later door film en televisie. Zelfs het lezen van strips werd in de jaren vijftig door ouders met argusogen bekeken. Uit de tentoonstelling Het gedrukte boek: een visuele geschiedenis op de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat het boek zich tot nu toe steeds heeft weten te vernieuwen. De tentoonstelling, waarvoor geput is uit de ruim 4 miljoen boeken tellende collectie van de universiteit, geeft een prachtig overzicht van ruim zes eeuwen boekdrukkunst. Het oudste boek dateert uit 1471, het nieuwste uit 2010.

Een aantrekkelijke tentoonstelling maken van boeken is niet gemakkelijk. De boeken moeten in speciale vitrines liggen waarin temperatuur en luchtvochtigheid precies op het juiste niveau worden gehouden. Er even in bladeren is natuurlijk onmogelijk. Om enig overzicht en begrip voor de ontwikkelingen van het boek te bieden, ontkom je niet aan een chronologische lijn, die snel saai kan worden. Maar de tentoonstellingsmakers van ontwerpbureau Experimental Jetset hebben dit probleem opgelost door boeken per thema te rangschikken op speciale tafels naast de chronologische opstelling in vitrines. Ze maken daarbij gebruik van het systeem dat we kennen uit bibliotheken.

Zo ligt er op tafel nummer 500 (wetenschap), naast een prachtig vogelboek van John Gould uit 1848, een  vogelgids uit de jaren zeventig. De verschillen geven een goed beeld van hoe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen de vorm van het boek hebben bepaald. In de bij deze tentoonstelling verschenen publicatie Het gedrukte boek, een visuele geschiedenis is te lezen dat Gould zich gespecialiseerd heeft in het schilderen van vogels. In 1838 reisde hij naar Australië rom materiaal te verzamelen voor een standaardwerk over dit onderwerp. Terug in Londen publiceerde hij elke drie maanden in kleine oplage een aflevering van The Birds of Australia. Lezers konden zich hierop abonneren en ondanks de hoge prijs verkocht het goed.

De uitgaven waren dan ook heel begerenswaardig. De illustraties zijn prachtig gelithografeerd, een in die tijd nieuwe techniek waarmee je veel losser en schilderachtiger kon werken dan met de tot dan toe gebruikelijke ets- en graveertechnieken. Gould laat zien dat hij, behalve een geweldig ambachtsman en kunstenaar, ook een kenner was van het onderwerp: geen detail is hem ontgaan. De vogelgids die ernaast ligt is voor een miljoenenpubliek gedrukt. De vormgeving van Massimo Vignelli, een modernist in hart en nieren, is helder en overzichtelijk. Foto’s helpen bij het determineren van vogelsoorten. Het boek is hier een nuttig gebruiksvoorwerp, de vormgeving staat helemaal in dienst van de functie. Als het niet meer actueel is of de bladzijden laten los, gooi je het weg.

De laatste zes eeuwen zijn de functie, inhoud en het lezerspubliek drastisch veranderd. Maar lopend langs de vitrines van de tentoonstelling valt op dat de vorm van het boek min of meer hetzelfde is gebleven. We gebruiken nog steeds dezelfde ingrediënten als in 1471: een informatieve titelpagina en een duidelijk herkenbare tekst. Klassieke regels over bladwit, marges en interlinie die de verhouding tussen tekst en papier bepalen zijn nog steeds de basis voor elk boek, tijdschrift en krant. Letters uit de 16e en 18e eeuw als de Garamont, Baskerville en Bodoni gebruiken we nog dagelijks in programma’s als Word.

In zaal 3, waar de 20e eeuw aan bod komt, gebeurt echter iets bijzonders. Stramienen en blokken tekst verdwijnen en maken plaats voor een spel van losse grafische elementen. Letters worden gebruikt als illustratie en illustraties beperken zich niet langer tot het keurig toebedeelde blokje naast de tekst. Het zijn kunstenaars die zich nu uitdrukkelijk met boeken bemoeien en net als op andere terreinen gaan experimenteren. Voor het eerst zijn het niet meer de drukkers, de precieze, getalenteerde ambachtslieden, die bepalen hoe het boek eruit komt te zien. 

In de tentoonstelling zijn onder andere typografische experimenten van de Italiaanse futurist Cangiolli te zien. Letters en woorden in uiteenlopende groottes, gewichten die vrij zweven over de pagina. Ze vormen een grappige illustratie van een dikke vrouwenkont. Boeken en typografie zijn ineens niet meer zo serieus. Andere opvallende boeken zijn van de hand van Fernand Léger, El Lissitzky, Theo van Doesburg en Hendrik Werkman.

Later in de 20e eeuw, onder invloed van het modernisme, krijgt het boek een meer zakelijke vorm. Boeken worden nu goedkoop geproduceerd en hebben als belangrijke functie grote groepen mensen van informatie te voorzien. Daarvoor is een heldere vormgeving essentieel. Vooral deze rol van het boek wordt de laatste jaren overgenomen door internet. Het boek zal zich weer opnieuw moeten uitvinden. De boeken uit de 21e eeuw die in deze tentoonstelling te zien zijn geven daarvan alvast een voorproefje. Deze boeken zijn met zoveel liefde en aandacht vormgegeven en gedrukt, dat het stuk voor stuk kleine kunstwerkjes zijn.

Het boek is dood. De boekverkoop is de laatste twee maanden met 20% gedaald. We willen geen kasten vol boeken, maar modern meedoen met de laatste trends. We willen tablets, smartphones en andere gadgets, want het gedrukte boek is uit. Maar er is een toekomst voor het boek: niet meer als het functionele gebruiksvoorwerp van een aantal jaren geleden, maar als een bijzonder kunstwerk dat gevoeld, geroken en beleefd kan worden. De kwaliteit van de vormgeving zal alleen maar belangrijker worden. Illustratoren en vormgevers kunnen hun borst nat maken.

Massimo Vignelli, THE AUBUDON SOCIETY FIELD GUIDE TO NORTH AMERICAN BIRDS (1977, New York)
Francesco Cangiolli, CAFFECONCERTO: ALFABETO A SOPRESA (1919, Milaan)
El Lissitzky, VLADIMIR MAJAKOVSKI, DLJA GOLOSA (1923, Berlijn)