In zijn boek Hollandse Taferelen stelde fotograaf Hans Aarsman dat een lantarenpaal even mooi kan zijn als een panorama of een koffiekopje: "Niet altijd... je moet het leren zien. Het kan een tijdje duren voor je zover bent en als je het eindelijk onder de knie hebt, dan ontsnapt het weer
Wie heeft vroeger niet ondersteboven gehangen aan een klimkoepel of rondjes getuimeld aan het duikelrek? Dat deze alledaagse vanzelfsprekendheid staat voor een bijzondere periode uit de Amsterdamse stedelijke ontwikkeling,