Begin juni 2009 zit ik in de metro in Madrid. Een oudere man stapt in en gaat schuin tegenover mij zitten. Hij draagt zijn netste broek en een keurig stijf gestreken licht roze overhemd met paarse stropdas. In zijn handen een bos rode bloemen. Hij wiebelt een beetje op zijn stoel en bij iedere halte kijkt hij of dit ‘zijn’ halte is
‘Every image on my screen belongs to me,’ sprak Constant Dullaart in een van zijn bijdragen aan de Foam What’s Next expert meeting op 19 maart jongstleden. Het lijkt me juridisch niet hard te maken, maar het uitgangspunt vond ik ronduit heerlijk
‘Wij hebben geen geheimen’. Als je mensen op straat vraagt of zij geheimen hebben doen ze daar óf een beetje lacherig over, óf ze komen met triviale dingen. Volgens Andreas Wismeijer, psycholoog en schrijver van het boek ‘Geheimen. De psychologie van wat we niet vertellen’ duidt dit soort reacties juist op geheimen
De digitale foto verandert de grenzen van privacy. Al struinend over het net stuit ik regelmatig op toepassingen waar ik mijn vingers bij aflik, maar waarbij ik me tegelijk afvraag of ik dit wel moet willen
Wat doe je wanneer je weet dat je wordt bekeken? Je trekt je pantser op. Tegenwoordig moet je je continu gedragen alsof er een foto genomen kan worden. Dat kan namelijk. En als ik niet betrapt wil worden, of me beschaamd wil voelen door wat de foto laat zien