Sinds 1980 wordt in Watou, een klein Vlaams dorpje in de Westhoek, een kunst- en poëziefestival georganiseerd waar letterlijke en figuurlijke poëzie elkaar in de armen vallen. Mobiliteit, onder het motto ‘Dat de verte nabijer dan ooit was', een versregel van Gerrit Kouwenaar uit de bundel Totaal Witte Kamer , vormt het thema van deze editie
Het is alsof hier een brand heeft gewoed: alles is zwart, donker en verkoold. Een onvoorspelbare stilte hangt dreigend in de lucht. Ground zero. Een zichtbaar eens schitterende en reusachtige kroonluchter staat hulpeloos aan de grond
Heeft de huid een geheugen? Kan ze zich aanrakingen van lang geleden herinneren, herkent ze liefkozingen van de vorige dag? Weet ze nog hoe het voelde, lang geleden: de papieren handen van een oude vrouw
Nadenkend over dit stuk doemt telkens weer de installatie Hell van Jake en Dinos Chapman op. Jammerlijk opgegaan in vlammen en door Dinos achteloos becommentarieerd als "Het is maar kunst, we maken wel een nieuwe".