Het ‘persbericht’ van de tentoonstelling This Is What I Meant houdt het midden tussen een persbericht uit de vorige eeuw en een pagina uit een kunstgeschiedenisboek. Nog opmerkelijker is dat de zinnen niet op elkaar lijken aan te sluiten; ‘William Ruben, head of the Museum’s department of Painting
Omtrent 1000 journalisten uit binnen- en buitenland, Ruud Gullit in een tv-spotje op ontdekkingstocht door de collectie, een officiële opening door de koningin, meer dan 33.000 bezoekers in het eerste weekend, nationale televisie op de oranje loper en een flashmob van kunstenaar Job Koelewijn: wij feliciteren het Rijksmuseum met
“The tattered outlaw of the earth, Of ancient crooked will;Starve, scourge, deride me: I am dumb, I keep my secret still.” Met deze regels uit het gedicht The Donkey (1900) van G.K. Chesterton begint Sarah Vanagts (1976) video The Corridor. Het is één van de slechts twee groot geprojecteerde videowerken
Wilfried Lentz’ bescheiden galerie bevindt zich binnen de muren van het kolossale Groot Handelsgebow naast het Centraal Station van Rotterdam. Het is wat zoeken naar de beste route; buitenom langs de bouwput of binnendoor over het parkeerterrein dat doet denken aan een Berlijns Hinterhof. Een buitentrap op en door een deur
Meisjes zijn hot. In de media, films en series hebben ze tegenwoordig niet zelden een hoofdrol. Ze zijn stoer en onafhankelijk maar ook kwetsbaar. De wereld omarmde het Pakistaanse schoolmeisje Malala, de meiden van de activistische Russische punkgroep Pussy Riot en de serie Girls over
Het festival als kunstvorm, dat is waar het HENK allemaal om draait. HENK, een wat ietwat eigenzinnige festivalorganisator, zoekt in dit kader al bijna vijf jaar naar een hybride festivalvorm waarbij muzikale live-acts en beeldende kunst centraal staan. Met zijn meest recente feest Henk in de Fabriek
Op de voorpagina van NRC Next van vrijdag 4 januari was een afbeelding te zien van een kunstenaar met een balk voor zijn ogen en gezicht. Eronder de kop ‘Beste Cultuursector, zo gaat het niet langer’ en een oproep aan de culturele sector om zich eindelijk te laten ‘zien’. Binnenin de krant stonden vier foto’s van succesvolle kunstenaars
Luc Sante (1954) is een schrijver en criticus die meer bekendheid verdient in de lage landen. Je zou hem kunnen beschouwen als een cultschrijver, ware het niet dat de waarde van het woord cult zwaar aan inflatie onderhevig is. Sante is oud genoeg om het vervallen New York van de jaren 70 te hebben meegemaakt, waar punkers en kunstenaars
‘Stadse verwonderingen’, dat is hoe Sander Uitdehaag zijn drijfveer om te fotograferen omschrijft. Al gedurende zijn academietijd raakte hij in de ban van de stad, van de voor iedereen toegankelijke geheimen die zij herbergt. Hij ontwikkelde een zwakke plek voor de levens die zich tegelijk en naast het zijne