T
U
B
E
L
I
G
H
T
 
T
U
B
E
L
I
G
H
T
Buiten in beeld

In deze rubriek verschijnen columns van Floor Tinga  over kunst in de openbare ruimte. Ze schrijft over beeldende kunst die ze tegenkomt in steden, langs wegen en in het landschap.

Floor Tinga (1978) is freelance tekstschrijver, adviseur en projectleider. Ze is medeoprichter van Ruimtezicht, bureau voor cultuur en ruimte.

Resultaten (6)

Zichtbaar afwezig

Een slijptol, een paar sterke mannen en een bestelbus. Meer heb je niet nodig om een bronzen beeld uit de openbare ruimte weg te kapen. Kenmerkend is dat de gemiddelde bronsdief zich hierbij niet laat hinderen door enig kunsthistorisch besef

Jong geleerd

Met terugwerkende kracht zou ik best wel weer naar school willen. Op één voorwaarde: dat het in Den Haag is. De kans is namelijk groot dat je daar als kind iedere schooldag in aanraking komt met een geweldig kunstwerk

Kunst of lantaarnpaal

Tijs van den Boomen schreef eens: ‘Het grootste bezwaar van kunst in de openbare ruimte is de onveranderlijkheid. Natuurlijk is een goed kunstwerk gelaagd en zet het je een paar keer op een ander been, maar ook dat houdt een keer op en dan hoort het definitief tot het straatmeubilair. Mooi of niet.’

Naastenliefde voor buitenbeelden

Vijf jaar geleden woonde ik in het Utrechtse volksbuurtje Ondiep. Op een warme zomeravond raakte ik in gesprek met mijn buurvrouw die op dergelijke dagen de stoep omtoverde tot een plaatselijk café. Het was een gezellige boel tot ik refereerde aan kunst in de openbare ruimte. Toen sloeg de stemming acuut om.

Prullenbak als vijand

Onlangs moest ik met mijn zoontje naar het ziekenhuis. Het was een routinebezoekje aan de oogarts, eigenlijk niets bijzonders. Omdat ik wel vaker het Kennemer Gasthuis in Haarlem-Noord bezoek, viel mij bij binnenkomst direct iets op aan de inrichting. Waar het indrukwekkende kunstwerk Hard Copy, Real Time van David Jablonowski normaal gesproken ‘vrij’ in de ruimte staat

Voetbal wint terrein

Voetbal. Het kon mij voorheen maar weinig interesseren. Dat ligt misschien aan mijn cultureel verantwoorde opvoeding, waarin deze volkssport met veel dedain als een overschat verschijnsel werd weggezet. Oranjegekleurde woonwijken en overvolle cafés met metershoge televisieschermen, waren doorgaans niet aan mij besteed