Beeldende blikken frissen mensgeschapen ruimte op

—Freek Lomme

De Tilburgse AaBe fabrieken beslaan uitgestorven tussenruimte. Het framewerk staat tussen de ringbaan Zuid en de bebouwing van het centrum. Mensgeschapen ruimte is haar eigen, verlaten weg gaan leiden; de eerste stadia van begroeiing zijn zichtbaar. Hier is SPACE – now and then te vinden, een expositie over de relatie beeldende kunst en architectuur, die de sculpturale eigenschappen en belevingskwaliteiten van het gebouw bevraagt en eveneens de positie van beeldende kunst in de publieke ruimte.

Via een moderne, bombastische entree betreedt men de fabriek. Vervolgens komt de bezoeker in een kleine, casco lobby – wellicht zaten hier voorheen de voormannen naar productiemeters te turen. De kale ruimte ademt beton. Een uit industriële elementen opgerezen schommel van Wolfgang Winter en Bertholt Hörbelt nodigt nog niet uit: de ruimte drukt te zwaar op het gemoed om het direct na binnenkomst als speeltuin te benutten.

De lobby loopt uit op een enorm lange gang met betonnen vloer en wanden, grote en kleine deuren en een aantal rolstoelvriendelijke ‘paden’ naar kelders. In de wanden zijn letters uitgebikt die een stem blootleggen; de stem van het gebouw? Wat zegt de stem…de letters zijn niet allen te overzien, vooralsnog.

Een raam in de wand geeft inzage in een vervallen kantoor. De sfeer van Gordon Matta-Clark – geroemd in het persbericht – is te proeven. Het kantoor lijkt recent ingestort te zijn, alsof de directie stug in het modernisme is blijven geloven. Het modernisme is echter niet meer, al hangt haar lucht er nog.

Het werk Morphing wave van Loris Cecchine bestaat uit witte balletjes in een computerpatroon die de bezoeker zijn hand lijkt toe te rijken. Hij ontvangt de bezoeker al vriendelijk glimlachend, alsof hij een kopje thee aan wil bieden – met schoteltje voor het zakje. Hij hangt fris én opgesloten in de ruimte. De ruimte ís fris en uitdagend, zo lijkt de kunstenaar te suggereren. Wanneer een witte duif ‘de geest van de werkelijkheid’ – zoals Cecchine zijn werk treffend omschrijft – passeert, wordt het wederom een sympathieker habitat.

Toch blijft de bezoeker een bezoeker. Jeroen Doorenweerd is zich hiervan bewust. Een trap leidt zijn bezoekers naar boven, naar een houten bioscoopje. De geur van hout en een kunstmatige luchtstroom uit een luik in het plafond maken de enscenering artificieel. De frisheid van het blanke hout loopt zacht over in een filmisch beeld: de bezoeker gluurt door kraakheldere ramen die de film glanzend maken. Door de ramen kijkt hij, door een gat in de muur, uit op de werkvloer van de fabriek – een kathedraal van oud ethos, hét landschap van arbeid. Een verweerde wandschildering, gedrenkt in arbeidssymboliek draagt de werkvloer en face in kracht. Hier komen spierballen en esthetiek samen.

De gepresenteerde werken zijn goed, de kunstenaars gekwalificeerd, de expositie fantastisch. Door de ingrepen van de kunstenaars wordt hier duidelijk dat mensgeschapen ruimte erg verschilt van kunstgeschapen ruimte. Zowel in opzet en uitvoering, als in beleving tijdens visitatie. De blik van de kunstenaar kan architectuur nieuw leven inblazen. SPACE – now and then presenteert hoe beeldende kunst (now) architectuur (then) opfrist. De beeldende kunst incorporeert architectuur in sculptuur. Architecturaal modernisme wordt beeldende esthetiek. Ze presenteert sculptuur en doet beeldende kunst fris (be)leven.

SPACE – NOW AND THEN, t/m 23 oktober 2005

Fundament Foundation

AaBe Fabrieken, Hoevenseweg 55a-b, Tilburg